Tijdvak 2 – Het leven in Rome – Historisch interview

Hoe leefden de mensen in het oude Rome? Wat was het verschil tussen een rijke Romein en een slaaf? In deze opdracht kruipen leerlingen in de huid van een Romein en ontdekken ze het verleden door elkaar te interviewen.

Onderaan deze blog kun je het werkblad gratis downloaden.


De opdracht: interview een Romein

Leerlingen werken in tweetallen en interviewen elkaar over het leven in het oude Rome. Eén leerling speelt een Romein en de ander stelt vragen. Daarna wisselen ze van rol.

Wat gaan ze doen?
Een personage kiezen – Word je een rijke Romein, een slaaf, een soldaat of een gladiator?
Vragen bedenken – Minimaal vijf open vragen over het leven in Rome.
Interview houden – De interviewer stelt vragen, de Romein geeft antwoord.
Van rol wisselen – Nu wordt de interviewer de Romein en andersom.
Een interessante vraag en antwoord delen met de klas.


Hoe werkt de opdracht?

Let op: dit is een beknopte versie van de opdracht. Onderaan deze blog kan je het werkblad downloaden.

Stap 1 – Kies een personage
Leerlingen kiezen wie ze willen spelen:

  • Rijke Romein
  • Arme Romein
  • Slaaf
  • Soldaat
  • Gladiator

Stap 2 – Bedenk vragen
Elke leerling bedenkt minimaal vijf open vragen die ze aan hun Romeinse personage willen stellen.

Voorbeelden:

  • Wat doe je op een gewone dag?
  • Hoe ziet je huis eruit?
  • Wat is leuk aan jouw leven in Rome?
  • Wat is moeilijk aan jouw leven?

Stap 3 – Interview elkaar
Eén leerling is de interviewer en de ander speelt de Romein. De interviewer stelt de vragen en de Romein geeft antwoord alsof hij of zij echt in het oude Rome leeft.

Stap 4 – Wissel van rol
Nu wisselen ze van rol en wordt de interviewer de Romein.

Stap 5 – Afronding
Elk tweetal kiest één vraag en antwoord dat ze willen delen met de klas.

Download het werkblad met de opdracht

Tijdvak 4 – mini-werkstuk maken over de tijd van steden en staten

Met deze opdracht verdiepen leerlingen zich in een onderwerp uit de tijd van steden en staten (1000-1500) en leren ze stap voor stap hoe ze een werkstuk opbouwen.

Deze opdracht is ook goed te combineren met Nederlands als vakoverstijgende opdracht.

Onderaan deze blog kun je het werkblad gratis downloaden.


De opdracht: een mini-werkstuk over tijdvak 4

Leerlingen kiezen een onderwerp uit de middeleeuwen en werken dit uit in een kort, gestructureerd werkstuk.

Leerlingen werken stapsgewijs aan:

  • Informatie verzamelen over een zelfgekozen onderwerp.
  • Een voorblad en inhoudsopgave maken.
  • Drie hoofdstukken schrijven over hun onderwerp.
  • Een conclusie en bronvermelding toevoegen.

Hoe werkt de opdracht?

Let op: dit is een beknopte versie van de opdracht. Onderaan deze blog kun je het werkblad downloaden.

Stap 1: Kies een onderwerp
Leerlingen kiezen één van deze onderwerpen:

  • Ambachten en gilden in de middeleeuwen
  • Floris V
  • Hanzesteden
  • Kruistochten

Stap 2: Verzamel informatie
Leerlingen zoeken betrouwbare informatie in boeken en online. Ze noteren de belangrijkste feiten en verzamelen afbeeldingen die bij hun onderwerp passen.

Stap 3: Werk aan het voorblad
Hierop zetten leerlingen:

  • De titel van hun werkstuk.
  • Hun naam en klas.
  • De datum.
  • Een afbeelding die past bij het onderwerp.

Stap 4: Maak een inhoudsopgave
Hierin schrijven leerlingen alle onderdelen van het werkstuk met paginanummers.

Stap 5: Schrijf een kort voorwoord
In een paar zinnen vertellen leerlingen:

  • Waarom ze voor dit onderwerp hebben gekozen.
  • Wat ze ervan verwachten te leren.
  • Hoe ze te werk gaan.

Stap 6: Schrijf drie hoofdstukken
Verdeel je onderwerp in drie delen. Elk deel wordt een hoofdstuk. Bijvoorbeeld:

  • Hoofdstuk 1: Inleiding onderwerp.
  • Hoofdstuk 2: Meer informatie over het onderwerp, bijvoorbeeld belangrijke feiten of gebeurtenissen.
  • Hoofdstuk 3: Interessante details, bijvoorbeeld iets verrassends of iets dat minder
    mensen weten over het onderwerp.

Bij elk hoofdstuk voegen leerlingen minimaal één afbeelding toe.

Stap 7: Schrijf een conclusie
Hierin geven leerlingen kort aan:

  • Wat ze hebben geleerd.
  • Wat ze het interessantst vonden.
  • Hoe het maken van het werkstuk ging.

Stap 8: Maak een bronvermelding
Leerlingen maken een bronvermelding waarin ze vermelden welke boeken of websites ze hebben gebruikt.

Stap 9: Controle en inleveren
Met de checklist controleren leerlingen of alles compleet is en leveren het werkstuk in.

Download het werkblad voor het mini-werkstuk tijdvak 4

Leven in een landbouwsamenleving: een creatieve schrijfopdracht

Hoe zag het leven eruit in de tijd van de eerste boeren? Wat deden mensen de hele dag? Hoe kwamen ze aan eten en hoe woonden ze?

Met deze schrijfopdracht onderzoeken leerlingen het leven van iemand uit een landbouwsamenleving en beschrijven ze een dag uit hun leven.

Deze opdracht is ook goed te combineren met Nederlands als vakoverstijgende opdracht.

Onderaan deze blog kun je het werkblad gratis downloaden.


De opdracht: schrijf een dagboekfragment als boer tijdens de landbouwsamenleving

Leerlingen kruipen in de huid van een bewoner van een landbouwsamenleving en schrijven een kort dagboekfragment. Zo ontdekken ze hoe mensen vroeger leefden en hoe hun dagen eruitzagen.

Wat gaan ze doen?

  • Terug in de tijd – bedenken hoe hun leven eruit zou zien als boer.
  • Een dagboekfragment schrijven – een dag uit het leven van een boer beschrijven.
  • Uitwisselen en vergelijken – elkaars verhalen lezen en bespreken.
  • Klassikaal reflecteren – hoe verschilt het leven toen van nu?

Leerdoel: 
De leerling kan uitleggen wat een landbouwsamenleving is en hoe de mensen leefden in zo’n samenleving. 

Hoe werkt de opdracht?

Stap 1: Stel je voor
Leerlingen denken na over hoe hun leven eruit zou zien in een landbouwsamenleving.

  • Hoe zou je dag eruitzien? 
  • Wat zou je moeten doen om aan eten te komen? 
  • Waar zou je wonen? En hoe zou je huis eruitzien? 
  • Wat doen de andere mensen in je dorp?  

Stap 2: Schrijf een dagboekfragment
Ze schrijven een halve tot een hele A4-pagina over een dag in hun leven als boer.

Voorbeelden van vragen die ze kunnen beantwoorden:

  • Wat doe je als je wakker wordt?
  • Hoe ziet je werkdag eruit?
  • Wat eet je en hoe kom je eraan?
  • Wat doen de mensen om je heen?

🔹 Stap 3: Uitwisselen en vergelijken
Leerlingen wisselen dagboekfragmenten uit met elkaar en bespreken de overeenkomsten en verschillen.

🔹 Stap 4: Klassikale bespreking
De docent vraagt een paar leerlingen om hun dagboekfragment voor te lezen (bijvoorbeeld met beurtstokje of namenrad). Daarna volgt een kort gesprek over:

  • Hoe het leven in een landbouwsamenleving verschilde van nu.
  • Waarom mensen op het land werkten om te overleven.

Download het gratis werkblad met de opdracht

Tijdvak 8 – Van boer naar fabrieksarbeider

Hoe veranderde het leven van mensen tijdens de industriële revolutie? Waarom lieten boeren het platteland achter om in de stad te gaan werken?

In deze schrijfopdracht schrijven leerlingen een verhaal over een boer die zijn werk op het platteland opgeeft en als fabrieksarbeider aan de slag gaat.

Onderaan deze blog kun je het werkblad gratis downloaden.

Deze opdracht is ook goed te combineren met Nederlands als vakoverstijgende opdracht.


De opdracht: schrijf een verhaal over de industriële revolutie

Leerlingen schrijven een kort verhaal waarin een boer de overstap maakt van het platteland naar de stad.

Wat moeten de leerlingen doen?

  • Een verhaal schrijven – In drie delen: het leven op de boerderij, de verhuizing naar de stad en het werken in de fabriek.
  • Inleven in de geschiedenis – Hoe voelde het om alles achter te laten?
  • Reflecteren op verandering – Was het nieuwe leven echt beter?

Hoe werkt de opdracht?

Stap 1: Voorbereiding
Voordat ze beginnen, maken leerlingen een kladversie. Ze schrijven steekwoorden op en bedenken hoe ze hun verhaal gaan opbouwen.

Stap 2: Schrijf een verhaal in drie delen

  1. Het leven op de boerderij
    Leerlingen beschrijven hoe de boer leefde voordat hij naar de stad vertrok:
  • Wat voor werk doet hij?
  • Hoe ziet een werkdag eruit?
  • Wat vindt hij fijn aan het platteland?
  • Waarom is het werk zwaar of lastig?

2. De grote verandering
De boer besluit te verhuizen naar de stad.

  • Wat hoort hij over de fabrieken in de stad?
  • Waarom maakt hij deze keuze?
  • Hoe voelt hij zich hierover?

3. Het leven in de stad
Hij gaat werken in een fabriek.

  • Wat voor werk doet hij nu?
  • Hoe ziet zijn werkdag eruit?
  • Wat mist hij van het platteland?
  • Wat vindt hij minder fijn aan het werk in de fabriek?

Stap 3: Titel en afronden
Leerlingen bedenken een titel die past bij hun verhaal.

Tip: schrijf zelf ook een verhaal!

Doe zelf ook mee! Je verhaal kan je bijvoorbeeld gebruiken als introductie, inspiratie en extra lesmateriaal voor andere klassen.

Download het gratis werkblad met de opdracht

Mens en maatschappij: Leefbaarheid onderzoeken met Google Maps

Hoe leefbaar is een wijk? Wat maakt de ene buurt fijner om in te wonen dan de andere? In deze opdracht onderzoeken leerlingen voor aardrijkskunde en Mens & Maatschappij de leefbaarheid van stadsdelen met Google Maps Street View.

Onderaan deze blog kun je het bijbehorende werkblad downloaden.

Doelgroep: vmbo onderbouw aardrijkskunde of mens & maatschappij.


Over de opdracht

Met deze opdracht maken leerlingen een digitale stadswandeling. Ze kiezen drie verschillende wijken en analyseren de leefbaarheid aan de hand van factoren zoals:

  • Groen & parken – Hoeveel natuur is er in de wijk?
  • Voorzieningen – Zijn er scholen, winkels, sportvelden?
  • Verkeersdrukte – Hoe zit het met wegen, fietsen, OV?
  • Woningtypen & onderhoud – Ziet de wijk er verzorgd uit?

Daarna vergelijken ze de wijken en bepalen ze welke het meest leefbaar is.


Lesideeën: Hoe zet je deze opdracht in?

  1. Koppel het aan een actuele stad
    Laat leerlingen werken met wijken uit een stad die ze kennen, zoals Amsterdam, Rotterdam of hun eigen woonplaats.
  2. Koppel het aan sociaal-economische verschillen
    Laat leerlingen een dure wijk, een nieuwbouwwijk en een oudere arbeiderswijk vergelijken. Hoe verschillen deze in leefbaarheid?

Afronden: Hoe sluit je de opdracht af?

  1. Klassikale discussie
    Laat leerlingen uitleggen welke wijk volgens hen het meest leefbaar is en waarom. Zijn er grote meningsverschillen?
  2. Stemronde
    Laat de klas stemmen: in welke wijk zouden ze liever wonen? Bespreek daarna de uitkomsten.
  3. Presentatie
    Laat leerlingen hun bevindingen kort presenteren of pitchen.

Download het werkblad

Het werkblad is gratis te downloaden en direct te gebruiken in de klas.

Heb je deze opdracht geprobeerd? Laat me weten hoe het ging en stuur me een berichtje of reageer onderaan deze blog.

Zoek je meer lesmateriaal? Kijk bij lesmateriaal aardrijkskunde of lesmateriaal mens & maatschappij.

Themabijeenkomst werkplezier: wat geeft je energie in het onderwijs?

Doel van de bijeenkomst: docenten laten zien wat hen energie geeft in hun werk en wat ze kunnen doen om dat vast te houden bijvoorbeeld tijdens drukke periodes.

Tijd: ongeveer 50/60 minuten

Wat heb je nodig?

Agenda

Start (5 – 10 minuten)

  • Begin met een korte starter.
  • Laat iedereen bijvoorbeeld één moment noemen waarop ze de afgelopen tijd plezier hadden in hun werk. (of specifiek lesgeven
  • Je kunt eventueel ook zelf beginnen met noemen wat jou zelf plezier geeft in je werk. (of specifiek lesgeven)

Reflectie (10 minuten)

Uitwisselen (10 minuten)

  • Laat docenten in tweetallen uitwisselen wat ze ingevuld hebben op het reflectieformulier.

Terugkoppelen

  • Bespreek vervolgens met iedereen wat hen helpt om meer te doen met de dingen die energie geven en beter om te gaan met dingen die juist energie kosten.
  • Maak een rondje en laat iedereen een idee of tip delen. (Maar geef ook ruimte als iemand even niets weet of niets wil delen). -> je kunt de tips en ideeën ook opschrijven en later uitwerken en sturen naar de groep.

Afronden

  • Sluit de bijeenkomst af met een korte samenvatting van wat er is gezegd.
  • Als er nog tijd is, vraag dan: ‘waar kijk je de komende tijd naar uit in je werk?’. Laat mensen spontaan reageren als ze willen, niet iedereen hoeft per se iets te zeggen.

Gebruik bij deze bijeenkomst het reflectieformulier Energie

Download reflectieformulier Energie

Download agenda

Interventies in de klas – tips

In elke les kan ongewenst of storend gedrag voorkomen. Het kan helpen om vooraf te bedenken welke interventies je kunt inzetten.

Hieronder vind je 10 interventies die je zou kunnen gebruiken:

  1. Stilte laten vallen
    Stop even met praten als een leerling door je uitleg heen praat. Noem daarna eventueel je verwachting: ‘Ik verwacht dat je stil bent als ik praat’.
  2. Naam noemen
    Rustig de naam van de leerling noemen. Eventueel combineren met herhalen van regel of verwachting uitspreken.
  3. Dichtbij gaan staan
    Alleen al jouw aanwezigheid bij een leerling kan voldoende zijn. Houd natuurlijk wel op een professionele manier afstand, kom niet letterlijk te dichtbij. Het gaat er meer om dat je bijvoorbeeld bij een tafel van een leerling staat.
  4. Oogcontact of gebaar maken
    Gebruik een blik of een kort handgebaar in plaats van woorden. Zelf knip ik wel met m’n vingers.
  5. Herhalen van de regel
    Kort en neutraal: ‘Als ik praat, ben jij stil.’  Je kunt ook de verwachting noemen: ‘Ik verwacht dat je … ‘
  6. Keuze geven
    ‘Je kunt nu meedoen of na schooltijd je werk inhalen.’ En wees dan ook consequent!
  7. Complimenten en positieve aandacht
    Benoem goed gedrag direct zodat anderen dit voorbeeld volgen.
  8. Humor inzetten
    Maak een klein grapje en gebruik humor, maar zonder iemand belachelijk te maken. Gebruik ook liever geen sarcasme, voor leerlingen is sarcasme niet altijd goed te begrijpen (bijvoorbeeld bij autisme).
  9. (Werk)tempo aanpassen
    Geef een kortere opdracht, extra uitleg of een korte time-out.
  10. Na de les apart nemen
    Bespreek rustig één-op-één wat er gebeurde en wat je verwacht. Als het eind van de les niet lukt omdat je gelijk daarna een andere klas hebt: probeer dan meteen een moment te plannen waarop je de leerling wel even kan spreken.

Bespreken

Welke interventie gebruik je zelf die hier niet tussenstaat? 

Kies 2 interventies die je komende week bewust gaat toepassen:

  • Interventie 1: 
  • Interventie 2:

Download de tips

Tijdvak 8 lesmateriaal – Hoe veranderde de wereld door de stoommachine?

De komst van de stoommachine veranderde alles. Fabrieken groeiden, steden werden drukker en het werk werd anders. Maar hoe voelde dat voor de mensen die dit meemaakten?

In deze opdracht doen leerlingen alsof ze een journalist, arbeider of fabriekseigenaar en schrijven ze een kort artikel over hoe de industriële revolutie hun leven beïnvloedde.

Deze opdracht voor geschiedenis en mens & maatschappij is ook goed te combineren met Nederlands als vakoverstijgende opdracht.

Onderaan deze blog kun je het werkblad gratis downloaden.


De opdracht: schrijf een artikel over de stoommachine

Leerlingen kiezen een personage en schrijven een artikel waarin ze uitleggen hoe de komst van de stoommachine hun leven veranderde.

Wat gaan de leerlingen doen?

  • Een rol kiezen – Journalist, arbeider of fabriekseigenaar.
  • Onderzoek doen – Hoe werkte de stoommachine en wat veranderde hierdoor?
  • Een artikel schrijven – In de stijl van een 19e-eeuws krantenartikel.
  • Nadenken over de gevolgen – Was deze ontwikkeling positief of negatief?

Opdracht: dit moeten de leerlingen doen

Stap 1: Kies een personage

  • Journalist → Schrijft een artikel over de impact van de stoommachine op werk en samenleving.
  • Arbeider → Beschrijft hoe zijn of haar werk en leven veranderde door de komst van de machine.
  • Fabriekseigenaar → Legt uit hoe de stoommachine de fabriek beïnvloedde en of dit positief of negatief was.

Stap 2: Doe onderzoek

  • Wat deed jouw personage vóór de komst van de stoommachine?
  • Wat veranderde er door deze uitvinding?
  • Was dit een verbetering of juist niet?

Stap 3: Schrijf het artikel
Leerlingen gebruiken een schrijfplan en bouwen hun artikel op met:

  • Titel → Een pakkende krantenkop.
  • Inleiding → Voorstellen van het personage en uitleggen wat er speelt.
  • Kern → Wat is de stoommachine en hoe heeft die het leven veranderd?
  • Slot → Wat brengt de toekomst?

Download het gratis werkblad met deze opdracht

Tijdvak 8: maak een poster over het Kinderwetje van Van Houten

Met deze opdracht gaan je leerlingen creatief aan de slag en leren ze meer over het Kinderwetje van Van Houten uit 1874. Ze maken een informatieve poster en leren meteen over kinderarbeid in de 19e eeuw.

Doelgroep: vmbo onderbouw geschiedenis of mens & maatschappij.

Leerdoel

Leerlingen kunnen uitleggen wat het Kinderwetje van Van Houten inhield, waarom het werd ingevoerd en hoe het de situatie voor kinderen veranderde.


Hoe werkt de opdracht?

Let op: dit is een beknopte versie van de opdracht. Je kunt de opdracht onderaan deze blog gratis downloaden als werkblad voor je leerlingen.

Wat moeten leerlingen doen?

Leerlingen gaan een informatieve poster maken over het Kinderwetje van Van Houten uit 1874. Het doel van de poster is om mensen te informeren over het Kinderwetje en hen te laten zien waarom deze wet belangrijk is.

Bedenk van tevoren hoe de leerlingen de poster moeten maken: gewoon op papier? Of digitaal in Canva?

Stap 1: Verzamel informatie

Eerst gaan leerlingen informatie verzamelen. Laat ze antwoorden zoeken op de volgende vragen:

  • Wie was Samuel van Houten?
  • Wat voor werk deden kinderen vóór 1874?
  • Waarom was dat werk zo zwaar en gevaarlijk?
  • Wat veranderde er door het Kinderwetje?
  • Waarom waren sommige mensen vóór en anderen juist tegen?
  • Zorgde het Kinderwetje ervoor dat kinderarbeid helemaal verdween? Waarom (niet)?

Tip: Laat leerlingen eerst hun lesboek of aantekeningen gebruiken. Niet direct achter de laptop om info op te zoeken.


Stap 2: Ontwerp de poster

Een goede poster moet de aandacht trekken en de boodschap duidelijk overbrengen. Dit zijn de minimale eisen:

  • Een pakkende titel – Bijvoorbeeld “Stop kinderarbeid!” of “Kinderen horen op school, niet in de fabriek!”
  • Afbeeldingen of tekeningen – Bijvoorbeeld een kind dat werkt in een fabriek vóór het Kinderwetje en een kind dat naar school gaat erna.
  • Een informatieblok – Korte, duidelijke uitleg over het Kinderwetje (3-5 zinnen) en de antwoorden op de vragen uit stap 1.

Stap 3: Maak de poster af

Laat leerlingen hun poster versieren en overzichtelijk maken:

  • Gebruik kleur – Een kleurrijke poster valt meer op.
  • Maak het overzichtelijk – Gebruik duidelijke kopjes en korte teksten.
  • Extra – Denk bijvoorbeeld aan een rand die lijkt op een oude krantenpagina voor extra sfeer.

Stap 4: Laat de posters zien

Nu de posters af zijn, is het tijd om ze te delen. Je kunt dit op verschillende manieren doen:

  • Presentatie in de klas – Laat leerlingen kort uitleggen wat ze op hun poster hebben gezet en waarom. Dit helpt bij het herhalen en verdiepen van de stof.
  • Postergalerij – Hang de posters op in de klas of op de gang en laat leerlingen elkaars werk bekijken. Ze kunnen post-its met feedback of complimenten achterlaten.
  • Pitchronde – Geef leerlingen 30 seconden om hun poster te ‘pitchen’ en de belangrijkste punten uit te lichten.

Ik zou deze opdracht vooral zien als verwerking en praktische opdracht. Misschien iets dat wel verplicht afgerond moet worden, maar er hoeft niet per se een cijfer aan gekoppeld te worden. Als je wel zou willen dat er een cijfer aan wordt gekoppeld zou je op basis van de eisen een rubric kunnen samenstellen.

Download het gratis werkblad


Meer lesideeën of werkbladen?

Wil je meer creatieve of activerende opdrachten voor geschiedenis? Neem een kijkje op mijn website voor nog meer inspiratie!

Heb jij deze opdracht al eens geprobeerd? Laat het me weten in de reacties of stuur een berichtje.

Wat maakt een stad leefbaar?

Hoe bepaal je of een wijk of stad fijn is om in te wonen? Is het de veiligheid? De hoeveelheid groen? Of juist de voorzieningen zoals scholen en winkels?

Met deze opdracht denken leerlingen na over wat leefbaarheid is en welke factoren hierin een rol spelen. Ze rangschikken verschillende aspecten van een stad van meest naar minst belangrijk en onderbouwen hun keuzes.

Het werkblad is onderaan deze blog gratis te downloaden en direct inzetbaar in de les!

Doelgroep: vmbo onderbouw aardrijkskunde en mens & maatschappij.


Over de opdracht

Deze opdracht is geschikt voor mens & maatschappij en aardrijkskunde in de onderbouw van het vmbo. Leerlingen werken stap voor stap aan het inzicht krijgen in wat een stad leefbaar maakt.

Leerlingen rangschikken deze factoren van belangrijk naar minder belangrijk en onderbouwen hun keuzes. Daarna vergelijken ze hun antwoorden met een klasgenoot en bespreken ze de overeenkomsten en verschillen.

Hoe werkt de opdracht?

Stap 1: Wat betekent leefbaarheid?
Leerlingen beschrijven in hun eigen woorden wat ze onder leefbaarheid verstaan.

Stap 2: Rangschikken van factoren
Leerlingen krijgen een lijst met 8 factoren die de leefbaarheid van een stad beïnvloeden en zetten deze in de volgorde van meest naar minst belangrijk.

Stap 3: Onderbouwing
Leerlingen kiezen twee factoren uit en leggen uit waarom deze zo belangrijk zijn.

Stap 4: Vergelijken en bespreken
Tot slot vergelijken leerlingen hun keuzes met een klasgenoot. Wat zijn de overeenkomsten en verschillen?

Afronding: bijvoorbeeld presentaties voor de klas.

Deze opdracht zet leerlingen aan het denken over hoe steden functioneren en hoe de ene wijk leefbaarder kan zijn dan de andere.


Tip: Laat leerlingen nadenken over hun eigen wijk. Hoe scoort deze op de verschillende factoren? Wat zou er verbeterd kunnen worden?

Download het werkblad

Zoek je meer van dit soort opdrachten? Bekijk bijvoorbeeld de volgende opdrachten:

Of bekijk het lesmateriaal bij aardrijkskunde of mens en maatschappij.

Heb je tips of suggesties? Of heb je deze opdracht gebruikt? Laat het me weten in de reacties hieronder of stuur me een berichtje.