Lesmateriaal M&M: twee opdrachten over vulkanen

In deze blog deel ik twee praktische opdrachten over vulkanen die je direct kunt gebruiken in je les mens & maatschappij of aardrijkskunde:

  1. Een opdrachtenblad met verschillende vragen en korte opdrachten.
  2. Een mini-werkstuk waarin leerlingen onderzoek doen naar een vulkaan naar keuze.

Onderaan deze blog kun je beide opdrachten gratis downloaden als kant-en-klaar werkblad.

Doelgroep: vmbo onderbouw mens & maatschappij of aardrijkskunde. Je kunt bij mens & maatschappij dit onderwerp mooi koppelen aan geschiedenis en Pompeï (klik hier voor de opdracht over Pompeï)


Opdracht 1: Opdrachtenblad – Vulkanen

Dit opdrachtenblad helpt leerlingen om de basis over vulkanen te begrijpen. Ze gaan aan de slag met vragen zoals:

  • Wat is een vulkaan en hoe ontstaat hij?
  • Maken vervolgens een tekening van een vulkaan met daarin de volgende onderdelen vaneen vulkaan: aardmantel, magma, kraterpijp, krater, lava
  • Waar komen vulkanen voor op de wereld? -> aangeven op kaart.

Deze opdracht is super om in te zetten als zelfstandige opdracht na een uitleg over vulkanen. Leerlingen kunnen het opdrachtenblad alleen of in tweetallen maken.

Wil je deze opdracht direct gebruiken? Download het hieronder


Opdracht 2: Mini-werkstuk – Onderzoek een vulkaan

Je kunt er ook voor kiezen om leerlingen een mini-werkstuk te laten maken over dit onderwerp. Leerlingen kiezen dan zelf een vulkaan en onderzoeken:

  • Inleiding vulkaan – welke vulkaan heb je gekozen? Waar is deze vulkaan te vinden?
  • Meer informatie over het onderwerp vulkanen – Wat is een vulkaan?
    Hoe ontstaat een vulkaan? Wat zijn de onderdelen in een vulkaan?
  • Vertel meer over de vulkaan die je gekozen hebt – Vertel iets over de
    geschiedenis van deze vulkaan en over de toekomst als je dit kunt vinden

Wil je deze opdracht direct gebruiken? Download de opdracht hieronder:


Veel succes in de klas en met de opdrachten! Stuur je een reactie als je de opdrachten gaat gebruiken of gebruikt hebt?

Lesmateriaal M&M: tekening binnenkant van de aarde

In deze blog deel ik een werkblad waarmee leerlingen zelf de lagen van de aarde tekenen en benoemen. Handig voor de onderbouw van het vmbo en makkelijk in te zetten in je les.

Onderaan deze blog kun je het werkblad en een invuloefening gratis downloaden.


De opdracht: teken de binnenkant van de aarde

Met dit werkblad ontdekken leerlingen de verschillende lagen van de aarde. Ze leren hoe de aardkorst, mantel en kern in elkaar zitten en wat het verschil is tussen de binnen- en buitenkern.

De opdracht bestaat uit twee onderdelen:

  1. De aarde tekenen in doorsnede – leerlingen krijgen een lege cirkel en tekenen hierin de verschillende lagen.
  2. De juiste namen erbij zetten – ze benoemen de lagen en leren de verschillen.

Deze opdracht is bijvoorbeeld geschikt als verwerking na een uitleg over de opbouw van de aarde. Je kunt de opdracht klassikaal bespreken of leerlingen ook in tweetallen laten samenwerken.

Laat leerlingen na het tekenen klassikaal vergelijken of hun werk bespreken met een klasgenoot.

Wil je deze opdracht direct gebruiken? Download het werkblad hieronder:


Waarom zou je deze opdracht inzetten in je les?

  • Visueel/creatief: door de binnenkant van de aarde zelf te tekenen, begrijpen leerlingen beter hoe de lagen in elkaar zitten.
  • Actief bezig zijn: in plaats van alleen lezen of luisteren, verwerken leerlingen de informatie op een andere manier.
  • Makkelijk in te zetten: geen ingewikkelde materialen nodig, alleen het werkblad en kleurpotloden.

Extra invuloefening

Hier nog een kleine invuloefening die je kunt gebruiken in je PowerPoint/LessonUp of ergens anders in je les.

Veel succes in de klas!

Tijdvak 2 – Het leven in Rome – Historisch interview

Hoe leefden de mensen in het oude Rome? Wat was het verschil tussen een rijke Romein en een slaaf? In deze opdracht kruipen leerlingen in de huid van een Romein en ontdekken ze het verleden door elkaar te interviewen.

Onderaan deze blog kun je het werkblad gratis downloaden.


De opdracht: interview een Romein

Leerlingen werken in tweetallen en interviewen elkaar over het leven in het oude Rome. Eén leerling speelt een Romein en de ander stelt vragen. Daarna wisselen ze van rol.

Wat gaan ze doen?
Een personage kiezen – Word je een rijke Romein, een slaaf, een soldaat of een gladiator?
Vragen bedenken – Minimaal vijf open vragen over het leven in Rome.
Interview houden – De interviewer stelt vragen, de Romein geeft antwoord.
Van rol wisselen – Nu wordt de interviewer de Romein en andersom.
Een interessante vraag en antwoord delen met de klas.


Hoe werkt de opdracht?

Let op: dit is een beknopte versie van de opdracht. Onderaan deze blog kan je het werkblad downloaden.

Stap 1 – Kies een personage
Leerlingen kiezen wie ze willen spelen:

  • Rijke Romein
  • Arme Romein
  • Slaaf
  • Soldaat
  • Gladiator

Stap 2 – Bedenk vragen
Elke leerling bedenkt minimaal vijf open vragen die ze aan hun Romeinse personage willen stellen.

Voorbeelden:

  • Wat doe je op een gewone dag?
  • Hoe ziet je huis eruit?
  • Wat is leuk aan jouw leven in Rome?
  • Wat is moeilijk aan jouw leven?

Stap 3 – Interview elkaar
Eén leerling is de interviewer en de ander speelt de Romein. De interviewer stelt de vragen en de Romein geeft antwoord alsof hij of zij echt in het oude Rome leeft.

Stap 4 – Wissel van rol
Nu wisselen ze van rol en wordt de interviewer de Romein.

Stap 5 – Afronding
Elk tweetal kiest één vraag en antwoord dat ze willen delen met de klas.

Download het werkblad met de opdracht

Mens en maatschappij: Leefbaarheid onderzoeken met Google Maps

Hoe leefbaar is een wijk? Wat maakt de ene buurt fijner om in te wonen dan de andere? In deze opdracht onderzoeken leerlingen voor aardrijkskunde en Mens & Maatschappij de leefbaarheid van stadsdelen met Google Maps Street View.

Onderaan deze blog kun je het bijbehorende werkblad downloaden.

Doelgroep: vmbo onderbouw aardrijkskunde of mens & maatschappij.


Over de opdracht

Met deze opdracht maken leerlingen een digitale stadswandeling. Ze kiezen drie verschillende wijken en analyseren de leefbaarheid aan de hand van factoren zoals:

  • Groen & parken – Hoeveel natuur is er in de wijk?
  • Voorzieningen – Zijn er scholen, winkels, sportvelden?
  • Verkeersdrukte – Hoe zit het met wegen, fietsen, OV?
  • Woningtypen & onderhoud – Ziet de wijk er verzorgd uit?

Daarna vergelijken ze de wijken en bepalen ze welke het meest leefbaar is.


Lesideeën: Hoe zet je deze opdracht in?

  1. Koppel het aan een actuele stad
    Laat leerlingen werken met wijken uit een stad die ze kennen, zoals Amsterdam, Rotterdam of hun eigen woonplaats.
  2. Koppel het aan sociaal-economische verschillen
    Laat leerlingen een dure wijk, een nieuwbouwwijk en een oudere arbeiderswijk vergelijken. Hoe verschillen deze in leefbaarheid?

Afronden: Hoe sluit je de opdracht af?

  1. Klassikale discussie
    Laat leerlingen uitleggen welke wijk volgens hen het meest leefbaar is en waarom. Zijn er grote meningsverschillen?
  2. Stemronde
    Laat de klas stemmen: in welke wijk zouden ze liever wonen? Bespreek daarna de uitkomsten.
  3. Presentatie
    Laat leerlingen hun bevindingen kort presenteren of pitchen.

Download het werkblad

Het werkblad is gratis te downloaden en direct te gebruiken in de klas.

Heb je deze opdracht geprobeerd? Laat me weten hoe het ging en stuur me een berichtje of reageer onderaan deze blog.

Zoek je meer lesmateriaal? Kijk bij lesmateriaal aardrijkskunde of lesmateriaal mens & maatschappij.

Tijdvak 8 lesmateriaal – Hoe veranderde de wereld door de stoommachine?

De komst van de stoommachine veranderde alles. Fabrieken groeiden, steden werden drukker en het werk werd anders. Maar hoe voelde dat voor de mensen die dit meemaakten?

In deze opdracht doen leerlingen alsof ze een journalist, arbeider of fabriekseigenaar en schrijven ze een kort artikel over hoe de industriële revolutie hun leven beïnvloedde.

Deze opdracht voor geschiedenis en mens & maatschappij is ook goed te combineren met Nederlands als vakoverstijgende opdracht.

Onderaan deze blog kun je het werkblad gratis downloaden.


De opdracht: schrijf een artikel over de stoommachine

Leerlingen kiezen een personage en schrijven een artikel waarin ze uitleggen hoe de komst van de stoommachine hun leven veranderde.

Wat gaan de leerlingen doen?

  • Een rol kiezen – Journalist, arbeider of fabriekseigenaar.
  • Onderzoek doen – Hoe werkte de stoommachine en wat veranderde hierdoor?
  • Een artikel schrijven – In de stijl van een 19e-eeuws krantenartikel.
  • Nadenken over de gevolgen – Was deze ontwikkeling positief of negatief?

Opdracht: dit moeten de leerlingen doen

Stap 1: Kies een personage

  • Journalist → Schrijft een artikel over de impact van de stoommachine op werk en samenleving.
  • Arbeider → Beschrijft hoe zijn of haar werk en leven veranderde door de komst van de machine.
  • Fabriekseigenaar → Legt uit hoe de stoommachine de fabriek beïnvloedde en of dit positief of negatief was.

Stap 2: Doe onderzoek

  • Wat deed jouw personage vóór de komst van de stoommachine?
  • Wat veranderde er door deze uitvinding?
  • Was dit een verbetering of juist niet?

Stap 3: Schrijf het artikel
Leerlingen gebruiken een schrijfplan en bouwen hun artikel op met:

  • Titel → Een pakkende krantenkop.
  • Inleiding → Voorstellen van het personage en uitleggen wat er speelt.
  • Kern → Wat is de stoommachine en hoe heeft die het leven veranderd?
  • Slot → Wat brengt de toekomst?

Download het gratis werkblad met deze opdracht

Tijdvak 8: maak een poster over het Kinderwetje van Van Houten

Met deze opdracht gaan je leerlingen creatief aan de slag en leren ze meer over het Kinderwetje van Van Houten uit 1874. Ze maken een informatieve poster en leren meteen over kinderarbeid in de 19e eeuw.

Doelgroep: vmbo onderbouw geschiedenis of mens & maatschappij.

Leerdoel

Leerlingen kunnen uitleggen wat het Kinderwetje van Van Houten inhield, waarom het werd ingevoerd en hoe het de situatie voor kinderen veranderde.


Hoe werkt de opdracht?

Let op: dit is een beknopte versie van de opdracht. Je kunt de opdracht onderaan deze blog gratis downloaden als werkblad voor je leerlingen.

Wat moeten leerlingen doen?

Leerlingen gaan een informatieve poster maken over het Kinderwetje van Van Houten uit 1874. Het doel van de poster is om mensen te informeren over het Kinderwetje en hen te laten zien waarom deze wet belangrijk is.

Bedenk van tevoren hoe de leerlingen de poster moeten maken: gewoon op papier? Of digitaal in Canva?

Stap 1: Verzamel informatie

Eerst gaan leerlingen informatie verzamelen. Laat ze antwoorden zoeken op de volgende vragen:

  • Wie was Samuel van Houten?
  • Wat voor werk deden kinderen vóór 1874?
  • Waarom was dat werk zo zwaar en gevaarlijk?
  • Wat veranderde er door het Kinderwetje?
  • Waarom waren sommige mensen vóór en anderen juist tegen?
  • Zorgde het Kinderwetje ervoor dat kinderarbeid helemaal verdween? Waarom (niet)?

Tip: Laat leerlingen eerst hun lesboek of aantekeningen gebruiken. Niet direct achter de laptop om info op te zoeken.


Stap 2: Ontwerp de poster

Een goede poster moet de aandacht trekken en de boodschap duidelijk overbrengen. Dit zijn de minimale eisen:

  • Een pakkende titel – Bijvoorbeeld “Stop kinderarbeid!” of “Kinderen horen op school, niet in de fabriek!”
  • Afbeeldingen of tekeningen – Bijvoorbeeld een kind dat werkt in een fabriek vóór het Kinderwetje en een kind dat naar school gaat erna.
  • Een informatieblok – Korte, duidelijke uitleg over het Kinderwetje (3-5 zinnen) en de antwoorden op de vragen uit stap 1.

Stap 3: Maak de poster af

Laat leerlingen hun poster versieren en overzichtelijk maken:

  • Gebruik kleur – Een kleurrijke poster valt meer op.
  • Maak het overzichtelijk – Gebruik duidelijke kopjes en korte teksten.
  • Extra – Denk bijvoorbeeld aan een rand die lijkt op een oude krantenpagina voor extra sfeer.

Stap 4: Laat de posters zien

Nu de posters af zijn, is het tijd om ze te delen. Je kunt dit op verschillende manieren doen:

  • Presentatie in de klas – Laat leerlingen kort uitleggen wat ze op hun poster hebben gezet en waarom. Dit helpt bij het herhalen en verdiepen van de stof.
  • Postergalerij – Hang de posters op in de klas of op de gang en laat leerlingen elkaars werk bekijken. Ze kunnen post-its met feedback of complimenten achterlaten.
  • Pitchronde – Geef leerlingen 30 seconden om hun poster te ‘pitchen’ en de belangrijkste punten uit te lichten.

Ik zou deze opdracht vooral zien als verwerking en praktische opdracht. Misschien iets dat wel verplicht afgerond moet worden, maar er hoeft niet per se een cijfer aan gekoppeld te worden. Als je wel zou willen dat er een cijfer aan wordt gekoppeld zou je op basis van de eisen een rubric kunnen samenstellen.

Download het gratis werkblad


Meer lesideeën of werkbladen?

Wil je meer creatieve of activerende opdrachten voor geschiedenis? Neem een kijkje op mijn website voor nog meer inspiratie!

Heb jij deze opdracht al eens geprobeerd? Laat het me weten in de reacties of stuur een berichtje.

Wat maakt een stad leefbaar?

Hoe bepaal je of een wijk of stad fijn is om in te wonen? Is het de veiligheid? De hoeveelheid groen? Of juist de voorzieningen zoals scholen en winkels?

Met deze opdracht denken leerlingen na over wat leefbaarheid is en welke factoren hierin een rol spelen. Ze rangschikken verschillende aspecten van een stad van meest naar minst belangrijk en onderbouwen hun keuzes.

Het werkblad is onderaan deze blog gratis te downloaden en direct inzetbaar in de les!

Doelgroep: vmbo onderbouw aardrijkskunde en mens & maatschappij.


Over de opdracht

Deze opdracht is geschikt voor mens & maatschappij en aardrijkskunde in de onderbouw van het vmbo. Leerlingen werken stap voor stap aan het inzicht krijgen in wat een stad leefbaar maakt.

Leerlingen rangschikken deze factoren van belangrijk naar minder belangrijk en onderbouwen hun keuzes. Daarna vergelijken ze hun antwoorden met een klasgenoot en bespreken ze de overeenkomsten en verschillen.

Hoe werkt de opdracht?

Stap 1: Wat betekent leefbaarheid?
Leerlingen beschrijven in hun eigen woorden wat ze onder leefbaarheid verstaan.

Stap 2: Rangschikken van factoren
Leerlingen krijgen een lijst met 8 factoren die de leefbaarheid van een stad beïnvloeden en zetten deze in de volgorde van meest naar minst belangrijk.

Stap 3: Onderbouwing
Leerlingen kiezen twee factoren uit en leggen uit waarom deze zo belangrijk zijn.

Stap 4: Vergelijken en bespreken
Tot slot vergelijken leerlingen hun keuzes met een klasgenoot. Wat zijn de overeenkomsten en verschillen?

Afronding: bijvoorbeeld presentaties voor de klas.

Deze opdracht zet leerlingen aan het denken over hoe steden functioneren en hoe de ene wijk leefbaarder kan zijn dan de andere.


Tip: Laat leerlingen nadenken over hun eigen wijk. Hoe scoort deze op de verschillende factoren? Wat zou er verbeterd kunnen worden?

Download het werkblad

Zoek je meer van dit soort opdrachten? Bekijk bijvoorbeeld de volgende opdrachten:

Of bekijk het lesmateriaal bij aardrijkskunde of mens en maatschappij.

Heb je tips of suggesties? Of heb je deze opdracht gebruikt? Laat het me weten in de reacties hieronder of stuur me een berichtje.

Tijdvak 1 – Poster overeenkomsten en verschillen jagers en verzamelaars

Hoe leefden jagers en verzamelaars eigenlijk? Wat aten ze, waar woonden ze en hoe organiseerden ze hun samenleving? En vooral: hoe verschilt dat van het leven nu?

Met deze opdracht maken leerlingen een poster waarin ze het leven van jagers en verzamelaars vergelijken met hun eigen leven. Geen lange teksten, maar vooral plaatjes en tekeningen om het verschil en de overeenkomsten duidelijk te maken.

Onderaan deze blog kun je het werkblad gratis downloaden.

Doelgroep: vmbo onderbouw geschiedenis of mens & maatschappij


De opdracht: een poster over jagers en verzamelaars

Leerlingen onderzoeken hoe jagers en verzamelaars leefden en vergelijken dat met hun eigen leven.

Wat gaan de leerlingen doen?

  • Informatie verzamelen – Hoe leefden jagers en verzamelaars?
  • Een poster maken – Met afbeeldingen en zo min mogelijk tekst.
  • Vergelijken – Per onderwerp een beeld van vroeger en nu naast elkaar zetten.
  • Discussie en reflectie – Wat is hetzelfde gebleven en wat is helemaal veranderd?

Hoe werkt de opdracht?

Stap 1: Onderzoek doen
Leerlingen zoeken informatie over jagers en verzamelaars via hun lesboek, aantekeningen of online bronnen (mits toegestaan door de docent).

Stap 2: Maak een poster
Op de poster komt een visuele vergelijking tussen vroeger en nu. Leerlingen gebruiken plaatjes of eigen tekeningen en verdelen hun poster in vier onderdelen:

AspectJagers en verzamelaarsJij en je familie
VoedselWat aten zij?Wat eet jij?
OnderkomenWaar woonden zij?Waar woon jij?
WerkWat voor werk deden zij?Wat doen jouw ouders?
Sociale structuurHoe leefden zij samen?Hoe ziet jouw sociale leven eruit?

Stap 3: Zoek of teken afbeeldingen
Leerlingen zoeken plaatjes of maken hun eigen tekeningen per onderdeel.

Stap 4: Analyseer de verschillen en overeenkomsten
Onder de poster geven leerlingen met ✔️ en ❌ aan of iets hetzelfde is gebleven of totaal anders is.

Stap 5: Bespreken
Leerlingen vergelijken hun poster met een klasgenoot en bespreken de verschillen. Vervolgens presenteren ze kort hun bevindingen aan de klas.

Download het gratis werkblad met de opdracht

Tijdvak 1 – schrijfopdracht

Schrijfopdracht: het leven in de prehistorie door de ogen van een kind

Meer dan 10.000 jaar geleden veranderde het leven van mensen compleet. Eerst leefden ze als jagers-verzamelaars, maar langzaam gingen ze over op landbouw en ging men gewassen verbouwen en dieren houden. Wat betekende deze verandering voor de mensen in die tijd?

In deze opdracht schrijven leerlingen een kort verhaal over hoe het leven veranderde door de komst van de landbouw. Dit doen ze vanuit het perspectief van een kind van een jager-verzamelaar of een kind van een boer tijdens de landbouwrevolutie.

Doelgroep: vmbo onderbouw geschiedenis en mens & maatschappij. Deze schrijfopdracht is ook goed te combineren met Nederlands als vakoverstijgende opdracht.

Onderaan deze blog kun je het werkblad gratis downloaden.


Schrijfopdracht Tijdvak 1 – de tijd van jagers en boeren

Leerlingen schrijven een kort verhaal waarin ze beschrijven hoe een kind uit de prehistorie leefde en hoe zijn of haar leven veranderde door de komst van de landbouw.

Wat gaan de leerlingen doen?

  • Een personage kiezen – Een kind van een jager-verzamelaar of een boer.
  • Een verhaal schrijven – Hoe zag het dagelijkse leven eruit vóór en na de landbouw?
  • De verandering beschrijven – Wat werd makkelijker? Wat bleef hetzelfde?
  • Een mening geven – Is het kind blij met de verandering of mist het het oude leven?

Hoe werkt de opdracht?

Stap 1: Kies een personage
Leerlingen kiezen of hun verhaal gaat over:

  • Een kind van een jager-verzamelaar
  • Een kind van een boer (landbouwer)

Stap 2: Beschrijf het oude leven
Het verhaal begint met hoe het kind leefde vóór de komst van de landbouw.

  • Wat eet het kind?
  • Waar woont het kind?
  • Wat doet het kind op een gewone dag?

Voorbeeldzinnen:
“Mijn vader gaat elke dag op jacht. Soms komt hij thuis zonder eten.”
“We wonen in een soort tent die we zelf hebben gemaakt.”

Stap 3: Beschrijf de verandering door de landbouw
Wat is er anders nu mensen gewassen verbouwen en dieren houden?

  • Wat eet het kind nu?
  • Waar woont het kind nu?
  • Wat doet het kind op een gewone dag?

Voorbeeldzinnen:
“We hoeven niet meer elke dag op zoek naar eten, want we hebben nu graan op onze velden.”
“Mijn vader zorgt voor de dieren en ik help mee met het oogsten van de planten.”

Stap 4: Eindig met een mening
Laat het personage vertellen wat hij of zij vindt van de verandering.

  • Is het leven nu makkelijker of moeilijker?
  • Mist het kind het oude leven of is hij/zij juist blij met de landbouw?

Voorbeeldzinnen:
“Ik vind het fijn dat we niet meer hoeven te verhuizen.”
“Soms mis ik het leven als jager-verzamelaar, omdat het leuk was om op zoek te gaan naar eten.”

Stap 5: Schrijf het verhaal op je eigen manier
Leerlingen schrijven het verhaal in hun eigen woorden en bedenken hoe hun personage deze verandering heeft ervaren.

Tip voor docenten: schrijf zelf ook een verhaal!

Doe zelf ook mee met deze opdracht! Schrijf een kort verhaal en gebruik dit later in je lessen.

Waarom is dit een goed idee om te doen in je les?

  • Extra lesmateriaal – Je kunt jouw verhaal later hergebruiken in andere klassen.
  • Meer beleving in de les – Door jouw verhaal voor te lezen, maak je geschiedenis levendiger.

Extra tip: Je kunt je verhaal elk jaar uitbreiden of aanpassen op basis van de klas die je hebt. Of laat bijvoorbeeld leerlingen raden of jouw verhaal van een leerling (van het jaar ervoor) is of door jou geschreven.

Download het gratis werkblad van deze opdracht

Geheugensteuntje: Hoe bereken je winst?

Voor leerlingen die mens en maatschappij of economie volgen, is het belangrijk om te begrijpen hoe je winst berekent. Dit geheugensteuntje helpt je stap voor stap op weg.

Belangrijke begrippen en formules

  • Afzet = het aantal verkochte producten
  • Omzet = afzet × verkoopprijs per product
  • Brutowinst = omzet – inkoopkosten
  • Nettowinst = brutowinst – bedrijfskosten

Voorbeeld 1: Sokkenverkoop op de markt (zonder extra kosten)

Gegevens:

  • Inkoopprijs per sok = €0,50
  • Verkoopprijs per sok = €1,00
  • Aantal verkochte sokken (afzet) = 100

Berekeningen:

  1. Afzet = 100 (want er zijn 100 sokken verkocht)
  2. Omzet = 100 × €1,00 = €100
  3. Brutowinst = omzet – inkoopkosten
    = €100 – (100 × €0,50) = €50
  4. Nettowinst = brutowinst – bedrijfskosten
    = €50 – €0 = €50

Let op: Nettowinst is wat je écht overhoudt, nadat je alle kosten hebt betaald. In dit voorbeeld zijn er geen extra kosten, dus is de nettowinst hetzelfde als de brutowinst.


Voorbeeld 2: Broodjesverkoop op een festival (met extra kosten)

Gegevens:

  • Inkoopprijs per broodje = €2,00
  • Verkoopprijs per broodje = €4,50
  • Aantal verkochte broodjes (afzet) = 200
  • Kosten voor het huren van een kraam = €100

Berekeningen:

  1. Afzet = 200 (want er zijn 200 broodjes verkocht)
  2. Omzet = 200 × €4,50 = €900
  3. Brutowinst = omzet – inkoopkosten
    = €900 – (200 × €2,00)
    = €900 – €400
    = €500
  4. Nettowinst = brutowinst – bedrijfskosten
    = €500 – €100 (huur kraam)
    = €400

In dit voorbeeld zijn er wél extra kosten (de kraamhuur). Hierdoor is de nettowinst lager dan de brutowinst.


Oefening: Pietje en zijn T-shirts

Pietje verkoopt T-shirts op een festival.

  • Inkoopprijs per T-shirt = €5,00
  • Verkoopprijs per T-shirt = €10,00
  • Aantal verkochte T-shirts (afzet) = 200
  • Kosten voor de kraamhuur = €100

Stap 1: Afzet berekenen

Pietje verkoopt 200 T-shirts. Afzet is 200.

Stap 2: Omzet berekenen

Omzet = afzet × verkoopprijs
Omzet = 200 × €10,00
Omzet = €2000

Stap 3: Brutowinst berekenen

Brutowinst = omzet – inkoopkosten
Brutowinst = €2000 – (200 × €5,00)
Brutowinst = €2000 – €1000
Brutowinst = €1000

Stap 4: Nettowinst berekenen

Nettowinst = brutowinst – bedrijfskosten
Nettowinst = €1000 – €100 (huur kraam)
Nettowinst = €900


Samenvatting van Pietjes winst:

  • Afzet: 200 T-shirts
  • Omzet: €2000
  • Brutowinst: €1000
  • Nettowinst: €900

Met deze voorbeelden en oefening kun je eenvoudig zelf berekenen hoeveel winst je maakt. Succes!

Download dit werkblad