Voorbeelden om je les af te sluiten

We geven bij ons op school les volgens het kop-romp-staartmodel. De staart is de afronding van je les. Je kijkt dan samen met je leerlingen terug op wat ze hebben geleerd en of het lesdoel is gehaald.  

Er zijn veel manieren om de les af te sluiten. Kies een manier die bij jou en je klas past of probeer er eerst een paar uit.

Hieronder vind je een aantal voorbeelden om inspiratie op te doen:

3-2-1-methode

Leerlingen schrijven het volgende op:

  • 3 dingen die ze geleerd hebben deze les.
  • 2 dingen ze interessant vonden deze les.
  • 1 vraag die ze nog hebben.

Laat leerlingen de antwoorden op de vragen op een post-it schrijven of gebruik een digitale tool zoals LessonUp openvraag of bijvoorbeeld Mentimeter. Of bespreek het mondeling.

Tip: je kunt deze vragen ook op papier zetten en dan uitdelen op een briefje als exit ticket. (Hier staat een voorbeeld)

Exit ticket

Een exit ticket is eigenlijk een van de makkelijkste en snelste manieren om je les af te sluiten. Het is een korte vraag of een kleine opdracht aan het eind van de les (op papier of digitaal)

Je kunt het leerlingen het antwoord op een post-it laten invullen, maar je kunt ook kleine kaartjes maken en die uitdelen aan het eind van de les. Bij het verlaten van het lokaal leveren de leerlingen het papiertje dan in.

Voorbeeld:

  • Een gerichte vraag die direct naar het lesdoel verwijst: noem twee verschillen tussen de jagers en verzamelaars en de eerste boeren.
  • Tip: op de website van Juf Femke staan kant-en-klare kaartjes die je kunt printen en gebruiken in de klas. Eigenlijk voor PO, maar sommige kaartjes zijn ook heel goed bruikbaar in het VO!

Antwoord geven op lesdoel

Leerlingen vatten in het kort samen wat ze geleerd hebben deze les en geven antwoord op het lesdoel.

Kan mondeling, op papier als exit ticket, maar ook digitaal bijvoorbeeld met LessonUp of Mentimeter.

Mini-quiz

Stel een aantal korte (meerkeuze)vragen over de lesstof om te controleren of leerlingen de lesstof begrepen hebben.

Dit kan ook op een kaartje als exit ticket. Maar kan ook digitaal goed met bijvoorbeeld LessonUp, Nearpod of Socrative.

Wil je weten of leerlingen zelf vinden dat ze het lesdoel behaald hebben?

Dan zou je de volgende afsluiters kunnen gebruiken:

Emoji

Leerlingen geven met een emoji aan hoe ze goed ze het lesdoel beheersen. Bij LessonUp kan je kiezen voor een emoji bij ‘poll’.

Maar je kunt ook leerlingen een emoji laten tekenen bij het lesdoel op bijvoorbeeld een post-it.

Kaartenbak

Leerlingen geven aan hoe goed ze het onderwerp snappen.

Maak drie bakjes en laat leerlingen aan het eind van de les een papiertje inleveren in een bakje:

  • Bakje 1: ik snap het.
  • Bakje 2: ik snap het nog niet helemaal.
  • Bakje 3: ik snap het niet.

Beide manieren geven ook meteen input voor je volgende les.

Download dit artikel als PDF\

Lesidee: maak een werkvormenwiel met activerende werkvormen

Actieve werkvormen maken een les dynamisch en zorgen ervoor dat leerlingen écht met de stof aan de slag gaan. Maar soms is het lastig om op het juiste moment een passende werkvorm te bedenken. Dan is het een handig om met het Werkvormenwiel aan de slag te gaan: een handige (digitale) tool waarmee je snel een werkvorm kiest en kunt inzetten. In deze blog laat ik je zien hoe je zelf eenvoudig een Werkvormenwiel maakt en hoe je dat kunt toepassen in je klas.

Wat is het WerkvormenWiel?

Het WerkvormenWiel is een soort rad van fortuin dat je vooraf zelf vult met verschillende werkvormen. Dit kan een fysiek rad zijn dat je in de klas gebruikt, maar je kunt ook een online versie maken met een tool zoals Wheel of Names. Tijdens de les draai je aan het wiel en laat je het lot bepalen welke werkvorm je gaat gebruiken. Zo houd je variatie in je lessen en betrek je leerlingen op een speelse manier.

Je kunt een fysiek rad kopen, maar zelf vind ik een digitaal rad net zo handig. Vooral als je geen vaste of eigen plek op school hebt. Als je wel een eigen lokaal hebt, is het ook een leuk idee om een fysiek rad te maken. Voorheen hadden ze ze wel bij de Ikea, maar op dit moment zitten ze niet in het assortiment. Misschien komen ze weer terug?

Waarom zou je het werkvormenwiel in je klas gebruiken?

  • Actieve betrokkenheid en afwisseling: leerlingen weten niet precies wat er komt en blijven alert.
  • Weinig voorbereiding en geen keuzestress: Eenmaal gevuld, kun je het wiel steeds opnieuw gebruiken. Je hoeft niet ter plekke een werkvorm te bedenken.

Hoe maak je een werkvormenwiel?

  1. Kies een vorm: Gebruik een fysiek rad of een online tool zoals Wheel of Names of Spin the Wheel.
  2. Vul het wiel met werkvormen: Kies 6 tot 12 werkvormen die passen bij jouw vak en lesdoelen.
  3. Test het uit: Probeer het een paar keer om te zien welke werkvormen goed werken.
  4. Pas het wiel aan wanneer nodig: Voeg nieuwe werkvormen toe of verwijder minder effectieve opdrachten.

Voorbeelden van werkvormen op het WerkvormenWiel

Om je op weg te helpen, zijn hier een aantal werkvormen die je kunt gebruiken:

  • Quizvraag bedenken: Leerlingen maken een quizvraag over de lesstof voor een klasgenoot.
  • Quizlet: doe een online quiz met Quizlet, bijvoorbeeld alle begrippen overhoren in Quizlet (voor Plein M en Geschiedeniswerkplaats heb ik alle begrippen in Quizlet gezet)
  • Teken het begrip: Laat leerlingen een concept visueel weergeven zonder woorden.
  • Mindmap maken: Leerlingen structureren hun kennis in een mindmap.

Manieren om je werkvormenwiel in te zetten tijdens je les

  • Maak bijvoorbeeld meerdere wielen: één voor startactiviteiten, één voor verwerking en één voor afsluiting.
  • Betrek leerlingen: Laat leerlingen zelf werkvormen aandragen en toevoegen.
  • Gebruik het regelmatig: Zo wordt het een herkenbare en vertrouwde tool in je lessen.
  • Combineer met andere tools: Gebruik het wiel bijvoorbeeld samen met een digitale quiz of een groepsopdracht.

Voorbeelden van werkvormen voor je werkvormenwiel

Er zijn natuurlijk heel veel werkvormen te bedenken. Maar als je het lastig vind of wat inspiratie nodig hebt, zijn hier een aantal werkvormen die je zou kunnen inzetten:

Start van de les (voorkennis activeren)
  • Woordweb maken – leerlingen noteren wat ze al weten over een onderwerp in een woordweb (kan ook digitaal met LessonUp)
  • Quizlet – een korte quiz over de vorige les of juist van het onderwerp van nu, om te kijken wat leerlingen al weten. (Heeft wel een beetje voorbereiding nodig, maar misschien heb je al Quizlets gemaakt)
  • Vragen bedenken – leerlingen formuleren drie vragen over wat ze willen leren tijdens deze les.
  • Foto of bron analyseren – toon een foto of bron en laat leerlingen beschrijven wat ze zien.
  • Wat weet je nog? – laat leerlingen in twee minuten op een post-it of wisbordje schrijven wat ze nog weten van vorige les.
Eind van de les
  • 3-2-1-methode – noem drie dingen die je geleerd hebt, twee dingen die je interessant vond en één ding waar je nog een vraag over hebt.
  • Leerdoel beantwoorden – laat leerlingen op een post-it of wisbordje het leerdoel van de les beantwoorden.
  • Kaartje voor de toekomst – laat leerlingen opschrijven wat ze willen onthouden voor de volgende les en deel dit dan ook de volgende les weer uit.
  • Vraagkaartje in tweetallen – leerlingen schrijven een vraag op over de lesstof van vandaag en medeleerling moet dit beantwoorden en andersom.

Download een gratis werkblad

Heb je deze opdracht gebruikt in je les? Ik ben benieuwd naar jouw ervaringen! Laat een reactie achter of deel je feedback.

Zoek je meer activerende werkvormen? Neem dan regelmatig een kijkje op mijn website voor nieuw lesmateriaal of praktische opdrachten voor in de klas.

Heb je nog leuke aanvullingen? Of heb je zelf een werkvormenwiel gemaakt? Laat het me weten in de reacties!