Themabijeenkomst: Voorkennis activeren in de les

Doel: docenten leren hoe ze voorkennis bij leerlingen kunnen activeren begin van de les.

Zoek je meer ideeën of inspiratie voor het begeleiden van docenten of voor themabijeenkomsten? Bekijk dan mijn pagina Docenten Begeleiden.


1. Intro + uitwisselen (10 minuten)

  • Laat docenten in tweetallen kort bespreken op welke manier zij voorkennis activeren in een klas of laat ze bijvoorbeeld een voorbeeld van voorkennis activeren uitwisselen/bespreken met elkaar (eigen voorbeeld).
  • Daarna een korte terugkoppeling met de hele groep.

2. Kort stukje: waarom voorkennis activeren? (10 minuten)

  • Nieuwe kennis of leerstof blijft beter hangen als het gekoppeld wordt aan wat leerlingen al weten.
  • Het helpt leerlingen sneller verbanden te leggen in de lesstof.
  • Het geeft ook een soort routine als je dit iedere les doet. Zodat het herkenbaar wordt voor leerlingen en kan helpen bij leerlingen die moeite hebben met nieuwe stof.

Gebruik eventueel een voorbeeld uit je eigen lessen. (of kijk hier voor voorbeelden)

Voorbeelden van werkvormen:

  • Woordweb: en dan de input van de leerlingen gebruiken voor je uitleg.
  • Waar of niet waar: korte quiz om te kijken wat leerlingen al weten. Met groen en rode kaartjes bijvoorbeeld.
  • Foto: toon een afbeelding of voorwerp dat bij het onderwerp past. Laat leerlingen vertellen wat ze zien of denken dat het is.
  • Mentimeter: bijvoorbeeld wat korte vragen, soort quiz met laptop laten invullen.
  • LessonUp: woordweb, quizvraag, foto etc.

Bespreek daarna kort met elkaar:

  • Zou jij dit willen toepassen in je eigen les? Waarom wel of niet?

4. Toepassen in eigen les (25 minuten)

Laat docenten nadenken over een eigen les die ze binnenkort gaan geven en laat ze dan een korte werkvorm bedenken die ze dan kunnen toepassen in hun eigen les:

  • Wat is het onderwerp van je les ?
  • Hoe kun je de voorkennis van leerlingen activeren?
  • Wat heb je daarvoor nodig (materiaal, tijd, voorbereiding)?

Iedereen schrijft minimaal één idee op en deelt het kort met de groep. Als je een grote groep hebt, kan je het ook in tweetallen doen en dan een paar docenten vragen om hun idee te delen. Of je laat docenten van dezelfde vakken samen iets maken.

-> Of de werkvorm voor activeren van voorkennis in Padlet laten maken, dan heb je ook meteen een mooi overzicht met ideeën van anderen.


5. Afsluiting (5 minuten)

Sluit af met een korte reflectievraag:

Wat ga jij de volgende les uitproberen?

Lees mijn blog over voorkennis activeren

Heb je leuke tips voor het activeren van voorkennis? Welke manieren gebruik jij graag? Laat het me weten in de comments of stuur een bericht.

Hoe houd je leerlingen betrokken tijdens de uitleg?

Een klas vol leerlingen die altijd aandachtig luisteren? Klinkt mooi, maar in de praktijk weet je hoe lastig het soms is om hun aandacht vast te houden. Vooral bij lange of passieve uitleg zie je de concentratie snel verdwijnen. En zelfs als leerlingen stil zijn en naar je kijken, betekent dat niet per se dat ze echt luisteren. Gelukkig kun je met een paar aanpassingen proberen om leerlingen actiever te betrekken.

In deze blog deel ik vijf praktische strategieën en geef tips die je daarbij kunnen helpen.


1. Stop-Think-Pair-Share

Stel je voor: je geeft uitleg en je wilt dat leerlingen echt nadenken over de stof. In plaats van dat alleen de snelle denkers hun hand opsteken, laat je iedereen meedoen.

  • Stap 1 – Stop: Je stelt een vraag na je uitleg.
  • Stap 2 – Think: Leerlingen denken individueel na over het antwoord.
  • Stap 3 – Pair: Ze bespreken hun antwoord kort met een klasgenoot.
  • Stap 4 – Share: Enkele duo’s delen hun antwoord met de klas.

Bijvoorbeeld bij geschiedenis: Na een uitleg over de Franse Revolutie vraag je: “Waarom denk je dat de Bastille bestormd werd?” Leerlingen denken eerst zelf na, bespreken het daarna met een klasgenoot en vervolgens delen een paar duo’s hun antwoord voor de klas.


2. Controlevragen met wisbordjes of vingers

Probeer leerlingen scherp te houden tijdens de les door tussendoor controlevragen te stellen.

  • Laat leerlingen hun antwoord opschrijven op een wisbordje en omhoog houden.
  • Zonder gebruik van device in de klas: gebruik vingers (1 vinger = ‘ik snap het niet’, 5 vingers = ‘ik kan het uitleggen’).
  • Als je het digitaal wil doen: gebruik LessonUp of een andere digitale tool zoals Mentimenter.

Dit is handig bij bijvoorbeeld grammatica. Geef een meerkeuzevraag en laat leerlingen hun keuze laten zien met vingers of een wisbordje. Zo zie je direct wie het begrijpt en wie extra uitleg nodig heeft.


3. Even testen: korte verwerkingsmomenten

Tijdens de uitleg kun je leerlingen zelf laten checken of ze de stof snappen:

  • 1-zin samenvatting: Laat ze in één zin opschrijven wat de kern van de uitleg was.
  • 3-2-1 Methode: Laat ze 3 dingen opschrijven die ze hebben geleerd, 2 vragen die ze nog hebben en 1 inzicht dat ze hebben opgedaan. (lees ook mijn blog: gebruik 3-2-1 methode in verschillende fases van de les)

4. Beperk de uitleg tot maximaal 10 minuten

Lang luisteren zonder interactie is lastig. Als de uitleg langer duurt, haakt een groot deel van de klas af. En zelfs als leerlingen stil zijn en naar je kijken, betekent dat niet per se dat ze echt luisteren. Hun gedachten kunnen makkelijk afdwalen.Daarom:

  • Wissel elke 5-10 minuten uitleg af met een korte opdracht of vraag. Dus stukje uitleg, opdracht/verwerking en dan eventueel verder.
  • Gebruik visuele ondersteuning, zoals een afbeelding of een korte video.
  • Stel voor de uitleg bijvoorbeeld een vraag om leerlingen nieuwsgierig te houden.

5. Laat leerlingen actief noteren met een structuur

Niet alle leerlingen weten hoe ze aantekeningen moeten maken. Zonder structuur schrijven ze óf alles op óf bijna niks. Je kunt ze helpen door:

  • De Cornell-methode: Leerlingen verdelen hun aantekeningen in kernpunten, vragen en een samenvatting. (zie ook mijn blog: gebruik de Cornell-methode om aantekening te maken)
  • Modelleren: Doe voor hoe jij aantekeningen zou maken. Denk hardop na terwijl je kernpunten opschrijft of een samenvatting maakt. Bijvoorbeeld: “Ik schrijf eerst het hoofdonderwerp op, daarna zet ik pijlen naar de belangrijkste begrippen.”
  • Invulbladen: Laat leerlingen een werkblad invullen met ontbrekende kernwoorden.
  • Teken het : Laat leerlingen de uitleg in een simpele schets of een mini-mindmap samenvatten.

Conclusie

Leerlingen betrekken bij je uitleg hoeft niet per se moeilijk te zijn. Door vragen te stellen, korte verwerkingsmomenten in te bouwen en visuele ondersteuning te gebruiken, houd je de aandacht vast. Probeer een van deze strategieën en tips eens uit en ontdek welke het beste werkt in jouw klas!

Welke van deze strategieën pas jij al toe? Of heb je een andere tip die goed werkt? Laat het weten in de reacties of stuur me een bericht

Sluit de les af met een Exit Ticket

Iedere docent weet wel dat het belangrijk is om een les goed af te sluiten. Maar soms schiet het er door de drukte misschien een beetje bij in. Als je veel verschillende lessen hebt op een dag, of het bijvoorbeeld net een hele drukke periode is.

Een goede afsluiting staat mooi als je een lesobservatie hebt, maar het is natuurlijk vooral belangrijk voor leerlingen om de stof te verwerken en voor de docent om te controleren of leerlingen de lesstof hebben begrepen.

Exit Ticket

Een Exit Ticket is één van de makkelijkste en snelste manieren om je les af te sluiten. Je kunt ervoor kiezen om het op papier te doen of om een device te gebruiken.

Exit Ticket zonder hulp van digitale tool

Zet een vraag voor de leerlingen op het bord wat te maken heeft met het lesdoel. Bijvoorbeeld:

  • ‘Noem één dat je vandaag hebt geleerd over … ‘
  • ‘Wat is het belangrijkste dat je geleerd hebt over … ‘
  • ‘Leg uit wat … betekent’
  • ‘Geef aan wat de gevolgen van … zijn’
  • Of laat leerlingen het lesdoel in vraagvorm beantwoorden.

Laat leerlingen het antwoord op een post-it schrijven en aan het eind van de les op het bord op de deur plakken. Dit is dan ook een mooi beginpunt voor je volgende les. Je kunt aan de post-its zien welke lesstof nog niet duidelijk is of juist wel.

Exit Ticket met behulp van digitale tool

Mentimeter

Mentimeter is heel handig om te gebruiken bij Exit Tickets. Je stelt een vraag via de app en leerlingen kunnen daar via hun device op reageren en je ziet als docent meteen de antwoorden op het scherm. Je kunt leerlingen ook anoniem laten antwoorden.

Het resultaat kan je dan gebruiken als beginpunt voor je volgende les. Of direct als je tijd over zou hebben.

Padlet

Padlet is eigenlijk een soort digitaal prikbord. Je kunt een digitaal prikbord aanmaken, de link delen met je leerlingen en vervolgens een berichtje aanmaken met een aantal vragen. (Kijk naar de vragen bij Exit Ticket). Leerlingen kunnen daar dan antwoord opgeven of een afbeelding/foto toevoegen.

Leerlingen zien ook de antwoorden van anderen. Dat kan een voordeel of een nadeel zijn, het is net hoe je het inzet.

LessonUp

In LessonUp is het heel makkelijk om een Exit Ticket toe te voegen aan je les. Je kunt een lesonderdeel toevoegen en dan kiezen voor ‘interactieve slide’.

Met een open vraag kan je leerlingen een langer antwoord laten typen. (Zie voor voorbeeldvragen hierboven bij Exit Ticket) en met quiz maak je meerkeuzevragen. Je ziet direct de antwoorden van leerlingen. Je kunt ervoor kiezen om er direct kort op te reageren of bijvoorbeeld de antwoorden mee te nemen naar de volgende les en dat als startpunt te zien.

Voorbeelden Juf Femke

Voorbeeld met kant-en-klare Exit Tickets van Juf Femke. In principe voor de basisschool, maar is ook goed te gebruiken in het voortgezet onderwijs.

Voorkennis activeren

Als je een nieuw onderwerp gaat behandelen in de les is het een goed idee om te controleren wat leerlingen al over het onderwerp weten. Op die manier kunnen leerlingen nieuwe informatie koppelen aan datgene wat ze al weten.

Verschillende manieren op voorkennis te activeren

Woordweb

Een hele bekende manier op voorkennis te activeren is met behulp van het woordweb. Je kunt het woordweb op de ouderwetse manier gewoon schrijven en tekenen op het bord, maar ook bijvoorbeeld een digitale tool zoals LessonUp gebruiken.

  • Schrijf in het midden van het bord het onderwerp op.
  • Vraag aan de leerlingen: ‘wat weet je nog over … ?’ of ‘wat weet je al over … ?’ Of vraag aan welke begrippen, jaartallen of andere dingen zij denken bij het onderwerp.
  • Vervolgens schrijf je de antwoorden op het bord.
  • Probeer bij het schrijven woorden die met elkaar te maken hebben bij elkaar te zetten. Of door middel van lijnen woorden aan elkaar te verbinden.
  • Bespreek de woorden die op het bord staan, leg verbanden en gebruik de woorden straks bij je uitleg van nieuwe lesstof.

Quiz (Bijvoorbeeld Kahoot)

Maak een korte quiz in bijvoorbeeld Kahoot met vragen over het onderwerp en begrippen die erbij horen. Wat weten de leerlingen al over het onderwerp? Je kunt je uitleg aanpassen na de quiz, omdat je er dan beter zicht op heb wat leerlingen al weten. (Of juist helemaal niet weten)

Je kunt natuurlijk ook een quiz zonder devices geven. Zet op een slide dan verschillende vragen en laat leerlingen de antwoorden op papier invullen.

Afbeelding intro

Zoek een afbeelding die met het onderwerp te maken heeft. En begin de les met deze afbeelding op het bord.

Stel bijvoorbeeld één van de volgende vragen:

  • Wat zie je op deze afbeelding?
  • Wat weet je al over het onderwerp wat op deze afbeelding staat afgebeeld?
  • Wat valt je op aan deze afbeelding?
  • Uit welke periode denk je dat deze afbeelding komt?
  • Waarom denk je dat deze afbeelding belangrijk is voor het onderwerp dat we gaan bespreken?
  • Wie herken je op deze foto? (Bijvoorbeeld bij geschiedenis met historische personen)

3-2-1 Methode

Schrijf een begrip of woord op waar de les over zal gaan. Daarna laat je leerlingen drie dingen opschrijven die ze al weten over dit onderwerp, twee vragen die ze hebben over dit onderwerp en één dat ze hier graag over willen leren.

Je kunt dit ook digitaal doen met bijvoorbeeld LessonUp.

Stellingen goed/fout

Begin de les met een aantal stellingen over het onderwerp. Leerlingen moeten dan aangeven of de stelling juist of onjuist is.

Je kunt ervoor kiezen om dit bijvoorbeeld met post-its te doen, of met staan/zitten (staan als het goed is en zitten als het fout is).

Pas daarna je uitleg aan op basis van de antwoorden van de leerlingen.

Tijdlijn (geschiedenis)

Zet een aantal historische gebeurtenissen op het bord die te maken hebben met het onderwerp dat je gaat behandelen. Laat leerlingen daarna de gebeurtenissen op een tijdbalk zetten. Weten ze nog op welke plekken bepaalde gebeurtenissen horen te staan op de tijdlijn?

Je kunt ook een tijdlijn maken waar je zelf al een paar gebeurtenissen op hebt gezet. Daarna geef je een aantal historische gebeurtenissen en laat je leerlingen de gebeurtenissen op de tijdlijn opvullen.