Tijdvak 9: maak een mini-poster over de Eerste Wereldoorlog

Met deze praktische opdracht maken leerlingen een mini-poster over een belangrijke persoon rond het begin van de Eerste Wereldoorlog. Je kunt ervoor kiezen om de poster digitaal te laten maken in bijvoorbeeld Canva of juist op papier met kleurtjes etc.

In deze blog deel ik een werkblad dat je direct kunt inzetten in de klas. De opdracht is voor vmbo onderbouw geschiedenis of mens & maatschappij

Wat gaan de leerlingen doen in deze opdracht?

  • Ze kiezen één persoon: Keizer Wilhelm II, Frans Ferdinand, Gavrilo Princip of Tsaar Nicolaas II.
  • Leerlingen zoeken informatie op en maken een bronvermelding.
  • Vervolgens beantwoorden de leerlingen vijf vragen.
  • Daarna werken leerlingen deze informatie uit op een mini-poster.

Je kunt deze opdracht gebruiken als verwerking na je uitleg of bijvoorbeeld als korte onderzoeksopdracht.


Hoe kun je de opdracht afsluiten?

  • Korte presentaties: laat leerlingen hun poster kort toelichten in maximaal 3 minuten.
  • Ophangen in het lokaal.
  • Expositie in de gang: Maak een kleine tentoonstelling.
  • Reflectieopdracht: Laat leerlingen elkaars posters bekijken en een tip en top noemen.

Download het werkblad

Heb je deze opdracht gebruikt of een leuke aanvulling? Laat het gerust hieronder weten!

Tijdvak 4: opdracht kruistochten

In deze opdracht voor geschiedenis onderzoeken leerlingen aan de hand van een stappenplan wat de kruistochten inhielden.

Onderaan deze blog kun je het werkblad met de opdracht downloaden, zodat je er meteen mee aan de slag kunt in je les.

Doelgroep: vmbo onderbouw, geschiedenis of mens en maatschappij.

Tijdvak 8: grondwetswijzing 1848 opdracht social media

In deze opdracht bedenken leerlingen hoe mensen in 1848 op de grondwet zouden hebben gereageerd als social media bestond in die tijd zoals wij dat nu kennen.

Leerlingen schrijven een kort social media-bericht vanuit een historisch perspectief. Alles gebeurt op papier, dus het past binnen een telefoonverbod op school.

Doelgroep: geschiedenis of mens & maatschappij vmbo onderbouw

Onderaan deze blog kun je het werkblad met de opdracht downloaden, zodat je er meteen mee aan de slag kunt in je les.


Beknopte versie van de opdracht

Let op: dit is een korte uitleg van de opdracht. Je kunt onderaan deze blog een werkblad downloaden met de opdracht voor je leerlingen.

Deze opdracht is goed uit te voeren in de klas bij geschiedenis. Leerlingen krijgen een A4 en verdelen het in vier vakken. In elk vak tekenen ze iets en schrijven ze kort wat erbij hoort. De vier onderdelen:

  1. Oorzaak – Waarom begonnen de kruistochten?
  2. Wie deed mee? – Wie trokken eropuit en waarom?
  3. Belangrijk moment – Een opvallende gebeurtenis uit de kruistochten.
  4. Gevolgen – Wat veranderde er door de kruistochten?

Vervolgens schrijven ze een weetje eronder en wisselen ze de opdracht uit met een medeleerling.

Wanneer zet je deze opdracht in?

Je kunt deze opdracht inzetten als verwerking, nadat je de kruistochten in de les hebt behandeld. Maar je kunt er ook voor kiezen om leerlingen bijvoorbeeld eerst onderzoek te laten doen naar de kruistochten en daarna deze opdracht te laten maken. Zo laat je ze actief op zoek gaan naar informatie.

Download de opdracht

Heb je deze opdracht gebruikt in je geschiedenisles? 

Ik ben benieuwd naar jouw ervaringen! Laat een reactie achter of stuur me een berichtje.

Wil je meer ideeën voor geschiedenis of vakoverstijgende opdrachten? Of zoek je juist activerende werkvormen? Neem regelmatig een kijkje op mijn website voor nieuw lesmateriaal voor geschiedenis en praktische opdrachten voor in de klas!

Tijdvak 8 – Twee opdrachten vrouwenkiesrecht


Ben je op zoek naar lesmateriaal over vrouwenkiesrecht voor je geschiedenisles? In deze blog deel ik twee opdrachten waarmee leerlingen ontdekken hoe de positie van vrouwen veranderde en welke rol Wilhelmina Drucker en Aletta Jacobs hierin speelden. Met deze werkvormen verwerken leerlingen de stof actief en krijgen ze inzicht in de argumenten voor en tegen vrouwenkiesrecht.

Onder aan deze blog kun je een kant-en-klaar werkblad downloaden.


Werkvorm 1: Profielkaarten van Wilhelmina Drucker en Aletta Jacobs

Doelgroep: vmbo onderbouw geschiedenis. Eventueel ook een idee om het vakoverstijgend te maken met beeldende vorming als je leerlingen laat tekenen bijvoorbeeld.

Let op: deze uitleg is bedoeld voor docenten. Wil je de volledige werkbladen voor je geschiedenisles? Download ze onderaan deze blog.

Doel van de opdracht:
Leerlingen onderzoeken de rol van Wilhelmina Drucker en Aletta Jacobs en maken profielkaarten die de overeenkomsten en verschillen tussen beide vrouwen laten zien.

Hoe werkt het?

In deze opdracht gaan leerlingen aan de slag met het maken van profielkaarten over Wilhelmina Drucker en Aletta Jacobs. Hierdoor leren ze meer over de strijd voor vrouwenrechten in Nederland.

Wat is een profielkaart?

Een profielkaart is een soort informatief overzicht over een persoon. Je zet hier de belangrijkste informatie over iemand op, zodat anderen snel kunnen zien wie die persoon was en wat hij of zij heeft gedaan.

Op een profielkaart komen:

  • Een titel die past bij de persoon;
  • Een korte uitleg over haar leven en werk;
  • Een afbeelding of tekening van de persoon;
  • Een citaat of slogan van de persoon.

Een profielkaart moet kort en overzichtelijk zijn, zoals een informatieposter of een samenvatting.  Dus als iemand de kaart leest, snel snapt wie deze persoon was en waarom hij/zij belangrijk is.

Uitvoering:

  1. Onderzoek
    • Leerlingen zoeken informatie op over Wilhelmina Drucker en Aletta Jacobs. Ze beantwoorden vragen als: Wie was zij? Wat heeft ze bereikt? Waarom was ze belangrijk?
  2. Profielkaart maken (25 min)
    • Op een A4 maken ze een overzicht van hun gekozen persoon met: ✅ Een pakkende titel
      ✅ Een korte uitleg over haar leven en werk
      ✅ Minimaal één afbeelding of tekening
      ✅ Een slogan of citaat dat bij haar strijd past
  3. Reflectievragen
    Na het maken van de profielkaarten denken leerlingen na over de impact van deze vrouwen met vragen als:
    • Welke argumenten zouden tegenwoordig niet meer gebruikt worden? Waarom niet?
    • Als jij in de tijd van Aletta Jacobs en Wilhelmina Drucker leefde, welk standpunt zou jij innemen? Hoe zou je jouw mening verdedigen?
  4. Afsluiting

Wil je deze opdracht direct gebruiken? Download het werkblad hieronder


Werkvorm 2: Argumentenoverzicht vrouwenkiesrecht

Doelgroep: vmbo bovenbouw geschiedenis. Ook een idee om het vakoverstijgend te maken met het vak Nederlands. Leerlingen zouden daarna bijvoorbeeld een betoog kunnen maken vanuit een bepaald standpunt.

Doel van de opdracht:
Leerlingen onderzoeken de argumenten voor en tegen vrouwenkiesrecht en maken een argumentenoverzicht.

Hoe werkt het?

Deze werkvorm laat leerlingen zien dat vrouwenkiesrecht destijds een grote discussie was. Ze onderzoeken voor- en tegenargumenten en verwerken deze in een overzicht.

Uitvoering:

  1. Onderzoek (15 min)
    • Leerlingen zoeken uit welke argumenten voorstanders en tegenstanders gebruikten. Ze verzamelen minimaal drie argumenten per kant.
  2. Argumentenoverzicht maken (25 min)
    • Leerlingen maken een overzicht met:
    • Een duidelijke titel (Bijvoorbeeld: “Moeten vrouwen stemmen?”)
    • Argumenten vóór en tegen, overzichtelijk verdeeld. (a
    • Gebruik van pictogrammen, symbolen of kleuren.
    • Een korte conclusie.
  3. Reflectievragen
    Na het maken van hun argumentenoverzicht denken leerlingen na over de discussie toen en nu:
    • Hoe denk je dat tegenstanders van vrouwenkiesrecht destijds zouden reageren op de argumenten van voorstanders?
    • Als jij in die tijd leefde, welk standpunt zou jij innemen? Hoe zou je jouw mening verdedigen?
  4. Afsluiting
    • Leerlingen vergelijken hun argumentenoverzicht met klasgenoten en bespreken welke argumenten nu nog steeds relevant zijn.

Afsluiting van de opdracht

Optie 1 Klassikale bespreking

  • Vraag: “Welk argument vond jij het sterkst en waarom?”
  • Vraag: “Welke argumenten zouden vandaag de dag niet meer gebruikt worden? Waarom niet?”
  • Vraag: “Hoe denk je dat tegenstanders van vrouwenkiesrecht destijds zouden reageren op de voorstanders?”

Laat een paar leerlingen kort hun antwoord delen. Dit helpt hen om de argumenten nog eens te overdenken en te begrijpen hoe de discussie verliep.

Optie 2 Samenvattende opdracht

  • Laat leerlingen in één zin opschrijven wat ze uit deze opdracht geleerd hebben.
  • Verzamel een paar antwoorden en bespreek ze kort in de klas.

Of een andere manier natuurlijk.


Heb je deze opdracht gebruikt in je geschiedenisles? Ik ben benieuwd naar jouw ervaringen! Laat een reactie achter of deel je feedback, zodat we samen het lesmateriaal voor geschiedenis nog beter kunnen maken.

Wil je meer ideeën voor geschiedenis of vakoverstijgende opdrachten? Of zoek je juist activerende werkvormen? Neem regelmatig een kijkje op mijn website voor nieuw lesmateriaal voor geschiedenis en praktische opdrachten voor in de klas!

Lesmateriaal M&M: overeenkomsten en verschillen wereldgodsdiensten

Feestdagen spelen een grote rol in veel religies. Ze brengen mensen samen en zitten vol tradities en symboliek. Maar hoe zorg je ervoor dat leerlingen wat de overeenkomsten en verschillen zijn tussen wereldgodsdiensten?

In deze blog deel ik een posteropdracht waarin leerlingen zelf onderzoek doen naar feestdagen van vijf grote wereldgodsdiensten en deze op een overzichtelijke manier presenteren.

Onderaan deze blog kun je het werkblad gratis downloaden.

Doelgroep: vmbo onderbouw mens & maatschappij of burgerschap


De opdracht: maak een poster over feestdagen in wereldgodsdiensten

Leerlingen maken een poster waarin ze de feestdagen van de vijf grootste wereldgodsdiensten in beeld brengen:

  • Christendom;
  • Islam;
  • Jodendom;
  • Hindoeïsme;
  • Boeddhisme.

Leerlingen gaan onderzoeken:

  • Welke feestdagen belangrijk zijn binnen elke religie.
  • Wat er precies gevierd of herdacht wordt.
  • Hoe deze dagen worden gevierd, inclusief tradities, rituelen en eten.

Daarna vergelijken leerlingen de feestdagen en kijken ze naar overeenkomsten en verschillen.


Hoe zet je deze opdracht in je les in?

Hier een korte versie van de opdracht, je kunt onderaan deze blog de volledige opdracht downloaden.

Stap 1: Zoek informatie
Leerlingen verzamelen informatie over feestdagen en schrijven de antwoorden eerst in kladversie op.

Stap 2: Maak vergelijkingen
Ze analyseren de verschillen en overeenkomsten tussen de feestdagen van verschillende religies.

Stap 3: Creatieve verwerking
Alle informatie wordt verwerkt op een poster. Leerlingen worden aangemoedigd om afbeeldingen, kleuren en symbolen te gebruiken om hun werk visueel aantrekkelijk te maken.

Stap 4: Bespreking en reflectie
Laat leerlingen hun posters presenteren of bespreek klassikaal de opvallendste overeenkomsten en verschillen.


kk

Stuur je een berichtje als je deze opdracht gebruikt hebt of gaat gebruiken? Ik ben benieuwd!

Wil je meer ideeën voor mens en maatschappij of vakoverstijgende opdrachten? Of zoek je juist activerende werkvormen? Neem regelmatig een kijkje op mijn website voor nieuw lesmateriaal  en praktische opdrachten voor in de klas!

Tijdvak 7: lesmateriaal Franse Revolutie vmbo onderbouw

Drie opdrachten over de Franse Revolutie 1789

Alle opdrachten zijn geschikt voor de onderbouw van het vmbo en je kunt ze gratis downloaden hieronder. Ze zijn geschikt voor geschiedenis of mens & maatschappij.

1. Teken de standenmaatschappij

In deze opdracht tekenen leerlingen de standenmaatschappij in Frankrijk vóór 1789. Hierdoor krijgen ze een visueel beeld van de ongelijkheid en snappen ze beter waarom de Derde Stand in opstand kwam.

Wat moeten leerlingen doen?

  • Eerst geven leerlingen antwoord op een aantal vragen.
  • Vervolgens tekenen ze de drie standen van de standenmaatschappij: de geestelijkheid, de adel en de derde stand.
  • Ook geven ze aan welke privileges bij welke stand hoorden.

2. Maak een poster over de Franse Revolutie

Wat moeten de leerlingen doen?

  • Kies een aspect van de Franse Revolutie.
  • Verzamel informatie en beeldmateriaal.
  • Antwoord geven op een aantal vragen.
  • Opzet maken voor poster en vervolgens de poster maken.

3. Schrijf een mini-werkstuk

In deze opdracht maken leerlingen een mini-werkstuk over de Franse Revolutie volgens een vaste opbouw.

Tip: je zou deze opdracht ook samen met het vak Nederlands kunnen geven als vakoverstijgende opdracht.

Wat moeten leerlingen doen?

  • Leerlingen kiezen eerst een onderwerp uit. Er zijn al een paar voorbeelden gegeven.
  • Daarna maken ze volgens een vast format een werkstuk. Dus: voorblad, inhoudsopgave, voorwoord, drie hoofdstukken, conclusie en bronvermelding.

Met deze opdrachten maken je leerlingen op een actieve en creatieve manier kennis met de Franse Revolutie tijdens geschiedenis of mens & maatschappij. Heb jij deze opdrachten gebruikt in je klas? Laat het me weten in de reacties!

Zoek je lesmateriaal van een ander tijdvak? Kijk dan hier voor geschiedenis of hier voor mens & maatschappij

Digitale geletterdheid opnemen in het schoolbeleid: hoe pak je dat aan?

Digitale geletterdheid wordt een vast onderdeel van het curriculum. Maar hoe zorg je ervoor dat het niet alleen op papier staat, maar ook écht in de praktijk werkt? Dat begint bij een heldere visie en een aanpak die haalbaar is voor docenten en leerlingen.

In deze blog lees je hoe je digitale geletterdheid concreet opneemt in het schoolbeleid.


1. Begin met een gezamenlijke visie

SLO onderscheidt vier domeinen binnen digitale geletterdheid: ICT-basisvaardigheden, mediawijsheid, digitale informatievaardigheden en computational thinking. Maar wat betekent dat voor jullie school?

Gebruik de visiekaart van SLO

Stappen om een visie te formuleren:

  • Bespreek met elkaar: Wat vinden wij belangrijk als het gaat om digitale vaardigheden van leerlingen?
  • Leg de visie vast in concrete doelen: Wat moeten leerlingen kennen en kunnen op het gebied van digitale geletterdheid?
  • Maak de visie praktisch en haalbaar, zodat docenten het kunnen vertalen naar hun eigen lessen.
  • Zorg voor draagvlak: laat docenten en leerlingen input geven. Wat hebben zij nodig? Wat gaat nu al goed en waar liggen de uitdagingen?

Meer informatie over visievorming vind je bij SLO.


2. Waar komt digitale geletterdheid in het curriculum?

Scholen kunnen bepalen hoe ze digitale geletterdheid aanbieden: bijvoorbeeld als een los vak of geïntegreerd binnen bestaande vakken. Beide aanpakken hebben voor- en nadelen.

Digitale geletterdheid – los vak

  • Duidelijke structuur en vaste lestijd.
  • Kan methode aan gekoppeld worden, scheelt veel tijd in plaats van zelf ontwikkelen.
  • Docenten met expertise in digitale geletterdheid kunnen het geven.
  • Nadeel: Het kost lestijd en moet passen binnen het rooster.

Geïntegreerd in bestaande vakken

  • Digitale geletterdheid wordt direct gekoppeld aan vakinhoud.
  • Makkelijker in te passen zonder extra lestijd.
  • Docenten kunnen het toepassen binnen hun eigen vakgebied.
  • Nadeel: Vereist goede samenwerking tussen vaksecties en duidelijke afspraken. Kost tijd om te ontwikkelen.

Waar digitale geletterdheid ook wordt ondergebracht, het moet structureel terugkomen in het onderwijs. Dit zijn een paar voorbeelden van integratie binnen vakken:

  • Geschiedenis en maatschappijleer: Nepnieuws, bronnen beoordelen propaganda en online media.
  • Vakoverstijgend Nederlands, geschiedenis, maatschappijleer: bijvoorbeeld project bronnen beoordelen, nepnieuws en dan presentatie voorbereiden in Canva bijvoorbeeld.
  • Wiskunde: Computational thinking en logisch redeneren.
  • Informatica of technologie: Programmeren en digitale toepassingen.

Wil je hier meer over lezen?


3. Ondersteuning en professionalisering van docenten

Om digitale geletterdheid goed in te bedden, moeten docenten zich zeker voelen over hun eigen digitale vaardigheden. Dit vraagt om structurele ondersteuning, zoals:

  • Intervisiebijeenkomsten – Bespreek uitdagingen en successen rondom digitale geletterdheid.
  • ‘Digitaal maatje’-systeem – Koppel minder ervaren docenten aan collega’s met meer digitale ervaring.
  • Handige tool in een kwartier – Korte, praktische uitleg van een digitale tool tijdens een vergadering.
  • Workshops en trainingen – Over mediawijsheid, zoekstrategieën, nepnieuws en online veiligheid. Onderzoek eerst de expertise binnen de school voordat je externen inhuurt.

Start bijvoorbeeld met een vragenlijst om te peilen hoe vaardig docenten zich voelen op de vier domeinen van digitale geletterdheid.

Wil je meer over dit onderwerp lezen? Lees dan ook mijn blog: docenten ondersteunen bij digitale geletterdheid – hoe pak je dat aan?

Maak een soort overzicht (matrix) per vak waar digitale geletterdheid logisch kan aansluiten en werk samen met vaksecties. Een handig hulpmiddel is een document (matrix) waarin de verschillende vaardigheden staan opgesomd, zodat vaksecties kunnen aangeven wat bij hun vak past. Vanuit dat overzicht kun je ook vakoverstijgende opdrachten of projecten ontwikkelen.

Meer weten over hoe je vakoverstijgend kunt werken met digitale geletterdheid? Lees dan mijn blog over vakoverstijgende projecten en opdrachten met digitale geletterdheid. Hierin lees je hoe je digitale vaardigheden kunt integreren in meerdere vakken en hoe je een project kunt opzetten.


4. Welke middelen zijn nodig?

Wees ook realistisch. Dat betekent dat je niet alleen kijkt naar wat je wilt, maar ook naar wat er praktisch nodig is. Denk aan:

  • Toegang tot hardware en software – Zijn er voldoende apparaten en geschikte programma’s beschikbaar?
  • Een veilige digitale leeromgeving – Hoe zorg je voor veilige wachtwoorden en bewust online gedrag?
  • Lesmateriaal en tools – Hebben de docenten toegang tot (kant-en-klare) lessen en opdrachten over digitale geletterdheid? Of krijgen zij tijd om dit te ontwikkelen? Zo ja, hoeveel?

Het gaat niet om meer technologie, maar om het juiste gebruik ervan. Bij digitale geletterdheid heb je niet per se de nieuwste of meer devices nodig.


Maak digitale geletterdheid structureel en haalbaar

Digitale geletterdheid opnemen in het schoolbeleid hoeft geen enorme opgave te zijn. Probeer stapsgewijs en praktisch werken:

  1. Formuleer een duidelijke visie die past bij jullie school. (visiekaart SLO)
  2. Bepaal of digitale geletterdheid een los vak wordt of geïntegreerd wordt in bestaande vakken. Of bepaal waar je naar toe wil werken.
  3. Zorg voor training en ondersteuning voor docenten (eerst binnen de school, evt. expert extern)
  4. Kijk naar wat er nodig is qua middelen en tools.

Meer weten? Bekijk de richtlijnen van SLO of de materialen van Kennisnet.

Lesmateriaal LOB – Presentatie maken over een beroep

Het invullen van de lessen LOB kan soms wel lastig zijn. Veel leerlingen hebben geen idee wat ze later willen worden en vinden het vooral ver weg en vaag. Hoe zorg je ervoor dat ze toch actief aan de slag gaan met oriënteren toekomst?

Met een praktische opdracht die ze zelf kunnen invullen! Daarom heb ik een werkblad gemaakt waarmee leerlingen een PowerPoint maken over een beroep naar keuze.

Zo ontdekken ze niet alleen meer over verschillende beroepen, maar oefenen ze meteen hun presentatievaardigheden.

Vakoverstijgend met Nederlands

Je zou deze opdracht ook als vakoverstijgende opdracht kunnen geven met het vak Nederlands. Leerlingen oefenen dan niet alleen met LOB, maar ook met spreekvaardigheid. Dus presenteren op een heldere en overtuigende manier.

Door deze opdracht in de mentorles voor te bereiden en bij Nederlands de presentatievaardigheden te oefenen, kan je het mooi combineren.

De opdracht: maak een PowerPoint over een beroep

Leerlingen kiezen een beroep dat hen interessant lijkt en maken daar een korte PowerPoint over. Ze zoeken uit:

  • Wat houdt dit beroep precies in?
  • Welke opleiding heb je ervoor nodig?
  • Wat zijn de leuke en minder leuke kanten?
  • Hoeveel verdien je ongeveer?
  • Wat moet je kunnen en weten voor dit werk?

Door dit stap voor stap uit te werken, krijgen ze een beter beeld van wat er allemaal bij komt kijken.

Download het werkblad

Om het makkelijk te maken, heb ik een werkblad gemaakt waarin alle stappen duidelijk staan uitgelegd. Hierop staan de richtlijnen en het stappenplan die leerlingen kunnen gebruiken.

Je kunt deze opdracht als huiswerk geven of in de les laten maken. Laat leerlingen hun PowerPoint presenteren in kleine groepjes of aan de hele klas. Zo leren ze niet alleen over hun eigen beroep, maar ook over andere beroepen.

Ik ben heel benieuwd of je de opdracht gebruikt hebt in je les. Laat het je weten in de reacties? Of stuur me een bericht

Lesmateriaal: Watersnoodramp 1953

Foto:Fotograaf Onbekend / Anefo, Nationaal Archief /Fotocollectie Rijksvoorlichtingsdienst Eigen

In 1953 was de Watersnoodramp in Nederland. Maar wat gebeurde er precies, welke gevolgen had de ramp en hoe werd Nederland daarna beter beschermd tegen overstromingen?

Hieronder vind je een paar opdrachten en werkbladen die je kunt gebruiken in je les. De opdrachten zijn geschikt voor de onderbouw.

Gratis werkblad: Mini-onderzoek Watersnoodramp 1953

Met deze opdracht gaan leerlingen een klein onderzoek doen naar de Watersnoodramp van 1953. Ze kiezen eerst uit welke onderdelen ze gaan onderzoeken en verwerken dan hun bevindingen in een overzichtelijk verslag.

Gratis werkblad: Maak een folder over de Watersnoodramp 1953

Met deze opdracht gaan leerlingen een informatieve folder maken over de Watersnoodramp.

Gratis werkblad: Werkblad met vragen over de Watersnoodramp 1953

Dit is een werkblad met vragen. Leerlingen maken de opdrachten op dit blad.

Gratis werkblad – onderzoek naar de Watersnoodramp op Texel

Duinen, […] van / Anefo, Nationaal Archief /Fotocollectie Elsevier Binnenland

De Russenoorlog op Texel: een praktische en creatieve opdracht voor in de klas

De Georgische Opstand op Texel in 1945, ook wel de Russenoorlog genoemd op Texel, is een minder bekende gebeurtenis uit de Tweede Wereldoorlog.

Met deze praktische opdracht maken leerlingen een (fictieve) rondleiding over Texel, waarin ze toeristen informeren over de Russenoorlog op Texel (de Georgische Opstand van 1945). De leerlingen kiezen zeven locaties die belangrijk waren tijdens de opstand en die nu nog steeds bezocht kunnen worden.

Onderaan deze blog kun je het werkblad met de volledige opdracht gratis downloaden.


De opdracht: maak een rondleiding over de Russenoorlog op Texel

Leerlingen maken een rondleiding waarin ze toeristen informeren over de Georgische Opstand. Ze kiezen zeven locaties op Texel die belangrijk waren tijdens deze opstand en verwerken deze in een presentatievorm naar keuze.

De opdracht bestaat uit drie onderdelen:

  1. Een informatieve tekst over de Russenoorlog.
  2. Een rondleiding langs zeven locaties, inclusief uitleg per plek.
  3. Een creatieve presentatievorm waarin de rondleiding wordt uitgewerkt.

Hoe werkt de opdracht?

Let op: onderaan deze blog vind je het volledige werkblad met de opdracht. In dit stukje staat alleen een beknopte versie van de opdracht.

Stap 1: Onderzoek de Russenoorlog
Leerlingen starten met een kort onderzoek naar de Georgische Opstand en schrijven een informatieve tekst. Ze gebruiken de 5W1H-methode om het verhaal helder te krijgen:

  • Wie waren erbij betrokken?
  • Wat gebeurde er precies?
  • Waar vond de opstand plaats?
  • Wanneer speelde dit zich af?
  • Waarom kwamen de Georgiërs in opstand?
  • Hoe is de opstand afgelopen?

Tip: Laat leerlingen verschillende bronnen gebruiken en bespreek met elkaar van te voren de betrouwbaarheid van bronnen.

Stap 2: Kies zeven locaties op Texel
Vervolgens selecteren leerlingen zeven locaties die een belangrijke rol speelden in de opstand. Bij elke locatie beschrijven ze:

  • Wat er op die plek gebeurde.
  • Waarom deze locatie belangrijk is voor het verhaal.
  • Hoe de plek er nu uitziet en of er nog herinneringen aan de oorlog te zien zijn.
  • Een afbeelding (zelfgemaakt of met bronvermelding).
  • De locatie op een kaart van Texel.

Stap 3: Kies een presentatievorm
Om de opdracht aantrekkelijk te maken, mogen leerlingen zelf bepalen hoe ze hun rondleiding presenteren.

Mogelijke vormen:

  • PowerPoint of digitale presentatie met kaarten, foto’s en uitleg.
  • Informatieve poster met tekst, afbeeldingen en een routekaart.
  • Video of vlog waarin de locaties worden uitgelegd.
  • Digitale reisgids in Canva met stukjes over elke locatie.

Hebben leerlingen een ander creatief idee? Dan kunnen ze dit overleggen met de docent.

Stap 4: Uitwerken en inleveren
Na het verzamelen van alle informatie werken leerlingen hun rondleiding uit en voegen ze een bronvermelding toe. Vervolgens leveren ze hun opdracht in.


Download het werkblad met de opdracht

Stuur je me een berichtje als je deze opdracht gaat doen met je leerlingen of laat je me weten hoe het gegaan is? Ik vind het superleuk om berichten te krijgen en ervaringen te horen.

Tijdvak 2 – Het leven in Rome – Historisch interview

Hoe leefden de mensen in het oude Rome? Wat was het verschil tussen een rijke Romein en een slaaf? In deze opdracht kruipen leerlingen in de huid van een Romein en ontdekken ze het verleden door elkaar te interviewen.

Onderaan deze blog kun je het werkblad gratis downloaden.


De opdracht: interview een Romein

Leerlingen werken in tweetallen en interviewen elkaar over het leven in het oude Rome. Eén leerling speelt een Romein en de ander stelt vragen. Daarna wisselen ze van rol.

Wat gaan ze doen?
Een personage kiezen – Word je een rijke Romein, een slaaf, een soldaat of een gladiator?
Vragen bedenken – Minimaal vijf open vragen over het leven in Rome.
Interview houden – De interviewer stelt vragen, de Romein geeft antwoord.
Van rol wisselen – Nu wordt de interviewer de Romein en andersom.
Een interessante vraag en antwoord delen met de klas.


Hoe werkt de opdracht?

Let op: dit is een beknopte versie van de opdracht. Onderaan deze blog kan je het werkblad downloaden.

Stap 1 – Kies een personage
Leerlingen kiezen wie ze willen spelen:

  • Rijke Romein
  • Arme Romein
  • Slaaf
  • Soldaat
  • Gladiator

Stap 2 – Bedenk vragen
Elke leerling bedenkt minimaal vijf open vragen die ze aan hun Romeinse personage willen stellen.

Voorbeelden:

  • Wat doe je op een gewone dag?
  • Hoe ziet je huis eruit?
  • Wat is leuk aan jouw leven in Rome?
  • Wat is moeilijk aan jouw leven?

Stap 3 – Interview elkaar
Eén leerling is de interviewer en de ander speelt de Romein. De interviewer stelt de vragen en de Romein geeft antwoord alsof hij of zij echt in het oude Rome leeft.

Stap 4 – Wissel van rol
Nu wisselen ze van rol en wordt de interviewer de Romein.

Stap 5 – Afronding
Elk tweetal kiest één vraag en antwoord dat ze willen delen met de klas.

Download het werkblad met de opdracht