Lesmateriaal M&M: tekening binnenkant van de aarde

In deze blog deel ik een werkblad waarmee leerlingen zelf de lagen van de aarde tekenen en benoemen. Handig voor de onderbouw van het vmbo en makkelijk in te zetten in je les.

Onderaan deze blog kun je het werkblad en een invuloefening gratis downloaden.


De opdracht: teken de binnenkant van de aarde

Met dit werkblad ontdekken leerlingen de verschillende lagen van de aarde. Ze leren hoe de aardkorst, mantel en kern in elkaar zitten en wat het verschil is tussen de binnen- en buitenkern.

De opdracht bestaat uit twee onderdelen:

  1. De aarde tekenen in doorsnede – leerlingen krijgen een lege cirkel en tekenen hierin de verschillende lagen.
  2. De juiste namen erbij zetten – ze benoemen de lagen en leren de verschillen.

Deze opdracht is bijvoorbeeld geschikt als verwerking na een uitleg over de opbouw van de aarde. Je kunt de opdracht klassikaal bespreken of leerlingen ook in tweetallen laten samenwerken.

Laat leerlingen na het tekenen klassikaal vergelijken of hun werk bespreken met een klasgenoot.

Wil je deze opdracht direct gebruiken? Download het werkblad hieronder:


Waarom zou je deze opdracht inzetten in je les?

  • Visueel/creatief: door de binnenkant van de aarde zelf te tekenen, begrijpen leerlingen beter hoe de lagen in elkaar zitten.
  • Actief bezig zijn: in plaats van alleen lezen of luisteren, verwerken leerlingen de informatie op een andere manier.
  • Makkelijk in te zetten: geen ingewikkelde materialen nodig, alleen het werkblad en kleurpotloden.

Extra invuloefening

Hier nog een kleine invuloefening die je kunt gebruiken in je PowerPoint/LessonUp of ergens anders in je les.

Veel succes in de klas!

Tijdvak 2 – maak een strip over het Romeins Keizerrijk

Hoe veranderde Rome van een republiek in een keizerrijk?

Met deze stripopdracht laat je leerlingen stap voor stap de overgang van republiek naar keizerrijk in beeld brengen. Door dit stukje geschiedenis te tekenen en kort uit te leggen, verwerken leerlingen de stof op een actieve en creatieve manier.

Onderaan deze blog kun je het werkblad gratis downloaden.

Doelgroep: geschiedenis of mens & maatschappij


De opdracht: maak een strip over het ontstaan van het Romeinse Keizerrijk

Leerlingen maken een strip waarin ze de belangrijkste gebeurtenissen uit de overgang van republiek naar keizerrijk in een strip weergeven. Ze werken in acht stappen en tekenen bij elke stap een belangrijk moment uit de geschiedenis.

In de strip moeten ze laten zien:

  • Julius Caesar – Wie was hij en waarom is hij belangrijk?
  • De moord op Caesar – Wat gebeurde er en waarom was dit een keerpunt?
  • Augustus – Hoe werd hij de eerste keizer van Rome?
  • Het begin van het keizerrijk – Wat veranderde er in Rome?
  • Het bestuur – Wat was de rol van de keizer en wat gebeurde er met de senaat?

Hoe zet je deze opdracht in je les in?

Let op: je vindt de volledige opdracht onderaan deze blog. Je kunt het werkblad gratis downloaden.

Stap 1: Verken de geschiedenis
Laat leerlingen eerst lezen of kijken naar een uitleg over het ontstaan van het Romeinse Keizerrijk. Ze maken aantekeningen over de vijf belangrijke gebeurtenissen.

Stap 2: Maak een storyboard
Voordat ze gaan tekenen, verdelen ze hun strip in acht vakken en bedenken ze per vak wat erin moet staan.

Stap 3: Teken en schrijf de strip

  • Per vak een tekening met een korte uitleg.
  • Gebruik tekstballonnen, pijlen en symbolen om het verhaal te verduidelijken.
  • De tekeningen hoeven niet perfect te zijn, zolang ze laten zien wat er gebeurt.

Extra: Laat leerlingen een extra vak tekenen over wat zij het meest interessant vonden aan het ontstaan van het keizerrijk.

Stap 4: Inleveren en bespreken
Als de strip af is, kunnen leerlingen deze klassikaal presenteren of in tweetallen met elkaar delen. Bespreek bijvoorbeeld welke gebeurtenissen de klas het belangrijkst vindt.


Download gratis het werkblad met de opdracht

Heb je deze opdracht gebruikt in je geschiedenisles? Ik ben benieuwd naar jouw ervaringen! Laat een reactie achter of deel je feedback, zodat we samen het lesmateriaal voor geschiedenis nog beter kunnen maken.

Wil je meer ideeën voor geschiedenis of vakoverstijgende opdrachten? Of zoek je juist activerende werkvormen? Neem regelmatig een kijkje op mijn website voor nieuw lesmateriaal voor geschiedenis en praktische opdrachten voor in de klas!

Mentorles: quiz over schoolregels

Hoe zorg je ervoor dat leerlingen de schoolregels goed kennen zonder dat het een saaie opsomming wordt? Met een quiz maak je het leerzaam én interactief!

In deze mentorles testen leerlingen hun kennis van de schoolregels in een quiz. Door de antwoorden samen te bespreken, vertel je niet alleen wat de regels zijn, maar ook bijvoorbeeld waarom ze belangrijk zijn.

Onderaan deze blog kun je het werkblad gratis downloaden.


De opdracht: een quiz over de schoolregels

Als mentor stel je eerst een quiz samen met 10 tot 15 vragen over de schoolregels. Denk aan vragen zoals:
✔ Wat moet je doen als je te laat bent?
✔ Mag je je laptop gebruiken in de les?
✔ Wat gebeurt er als je spijbelt?
✔ Hoe meld je je ziek?


Hoe zet je deze les in je klas in?

Stap 1: Kies de quizvorm
Je kunt de quiz op verschillende manieren uitvoeren:

  • Digitaal → via Kahoot, Quizizz, LessonUp of bijvoorbeeld Socrative.
  • Op papier → een werkblad met vragen die leerlingen individueel of in duo’s invullen.
  • PowerPoint → vragen klassikaal tonen, antwoorden opschrijven.

Stap 2: Introductie (5 minuten)
Leg uit waarom jullie de quiz doen. Probeer het een beetje luchtig en positief te houden, zodat het geen suffe les over regels wordt.

Stap 3: De quiz spelen (20-25 minuten)
Laat de leerlingen individueel of in teams de vragen beantwoorden. Maak er eventueel een wedstrijdje van met een kleine beloning.

Stap 4: Bespreek de antwoorden (15 minuten)
Ga kort in op de vragen die veel fout gingen en stel verdiepende vragen zoals:

  • Waarom denk je dat deze regel er is?
  • Wat zou er gebeuren als deze regel niet bestond?

Stap 5: Afsluiting (5 minuten)
Laat leerlingen kort reflecteren op de quiz. Dit kan bijvoorbeeld klassikaal, met post-its of wisbordjes.

Voorbeeldvragen:

  • Welke regels waren verrassend of zijn nog onduidelijk?
  • Wat heb je geleerd over de schoolregels?

Tip: laat leerlingen zelf ook een paar quizvragen bedenken.

Wil je deze opdracht inzetten in je mentorles? Download het werkblad gratis en probeer het uit!

Werkblad: laat leerlingen zelf toetsvragen maken

Deze werkvorm zou je goed kunnen inzetten om leerlingen voor te bereiden op een toets. Een oefentoets maken, nakijken en bespreken is ook altijd een goed idee. Maar deze opdracht is ook een manier om leerlingen actiever met de leerstof bezig te laten zijn en kritisch te kijken naar wat er nu belangrijk is om te leren.

Met deze opdracht bedenken leerlingen 15 toetsvragen over de stof. Hierdoor moeten ze de belangrijkste informatie herkennen, hun kennis toepassen en bedenken hoe vragen op een toets gesteld kunnen worden. Dus ze moeten ook onderscheid kunnen maken tussen hoofd- en bijzaken.

Onderaan deze blog kun je het werkblad voor deze opdracht gratis downloaden.


De opdracht: maak je eigen toetsvragen

Leerlingen maken 15 vragen over het onderwerp van de toets. Ze oefenen hiermee niet alleen de leerstof, maar ontwikkelen ook beter inzicht in hoofd- en bijzaken.

Wat gaan de leerlingen doen?

  • 5 open vragen maken.
  • 5 waar/niet waar-vragen bedenken.
  • 5 meerkeuzevragen formuleren.
  • De vragen uitwisselen met een klasgenoot en elkaars toets maken.
  • Reflecteren op de opdracht.

Hoofd- en bijzaken onderscheiden

Hier begin je de les mee. Je zou voorbeelden kunnen maken met onderdelen van de leerstof van je eigen vak.

Hoofdzaken

  • Dit zijn de belangrijkste dingen in een tekst. Als je maar één ding mag onthouden van de tekst, is het een hoofdzaak.

Bijzaken

  • Dit zijn extra dingen die in de tekst staan. Ze maken het verhaal leuker of geven meer details, maar zijn niet het belangrijkste. Als je de bijzaken weglaat, begrijp je de tekst nog steeds.

Hoe werkt de opdracht?

Stap 1: Leer de stof
Leerlingen lezen hun aantekeningen en het lesboek door. Ze bedenken alvast over welke onderwerpen vragen gesteld zouden kunnen worden.

Stap 2: Maak 5 open vragen
Bij een open vraag moet iemand het antwoord zelf invullen. Voorbeeld:
Wat is het belangrijkste kenmerk van een democratie?

Stap 3: Maak 5 waar/niet waar-vragen
Hierbij schrijven ze een stelling en geven aan of die waar of niet waar is. Voorbeeld:
“In het Romeinse Rijk sprak iedereen dezelfde taal.” (Niet waar)

Stap 4: Maak 5 meerkeuzevragen
Ze bedenken vragen met vier antwoordmogelijkheden, waarvan er één juist is. Voorbeeld:
Wat was de functie van een consul?
A. Soldaat
B. Rechter
C. Hoogste bestuurder <-
D. Gladiator

Stap 5: Wissel de vragen uit en maak elkaars toets
Leerlingen ruilen hun vragen met een klasgenoot en beantwoorden elkaars toets.

Stap 6: Reflectie
Leerlingen schrijven kort op:

  • Welke vraag ze het moeilijkst vonden om te maken en waarom.
  • Hoe het ging om elkaars toets te maken.
  • Wat ze van deze opdracht hebben geleerd.

Download het werkblad

Wil je deze opdracht inzetten in je les? Download het werkblad gratis en probeer het uit!

Mens en maatschappij: Leefbaarheid onderzoeken met Google Maps

Hoe leefbaar is een wijk? Wat maakt de ene buurt fijner om in te wonen dan de andere? In deze opdracht onderzoeken leerlingen voor aardrijkskunde en Mens & Maatschappij de leefbaarheid van stadsdelen met Google Maps Street View.

Onderaan deze blog kun je het bijbehorende werkblad downloaden.

Doelgroep: vmbo onderbouw aardrijkskunde of mens & maatschappij.


Over de opdracht

Met deze opdracht maken leerlingen een digitale stadswandeling. Ze kiezen drie verschillende wijken en analyseren de leefbaarheid aan de hand van factoren zoals:

  • Groen & parken – Hoeveel natuur is er in de wijk?
  • Voorzieningen – Zijn er scholen, winkels, sportvelden?
  • Verkeersdrukte – Hoe zit het met wegen, fietsen, OV?
  • Woningtypen & onderhoud – Ziet de wijk er verzorgd uit?

Daarna vergelijken ze de wijken en bepalen ze welke het meest leefbaar is.


Lesideeën: Hoe zet je deze opdracht in?

  1. Koppel het aan een actuele stad
    Laat leerlingen werken met wijken uit een stad die ze kennen, zoals Amsterdam, Rotterdam of hun eigen woonplaats.
  2. Koppel het aan sociaal-economische verschillen
    Laat leerlingen een dure wijk, een nieuwbouwwijk en een oudere arbeiderswijk vergelijken. Hoe verschillen deze in leefbaarheid?

Afronden: Hoe sluit je de opdracht af?

  1. Klassikale discussie
    Laat leerlingen uitleggen welke wijk volgens hen het meest leefbaar is en waarom. Zijn er grote meningsverschillen?
  2. Stemronde
    Laat de klas stemmen: in welke wijk zouden ze liever wonen? Bespreek daarna de uitkomsten.
  3. Presentatie
    Laat leerlingen hun bevindingen kort presenteren of pitchen.

Download het werkblad

Het werkblad is gratis te downloaden en direct te gebruiken in de klas.

Heb je deze opdracht geprobeerd? Laat me weten hoe het ging en stuur me een berichtje of reageer onderaan deze blog.

Zoek je meer lesmateriaal? Kijk bij lesmateriaal aardrijkskunde of lesmateriaal mens & maatschappij.