Veel leerlingen vinden het lastig om te leren voor een toets. Soms lezen ze de stof alleen een paar keer door of proberen ze een samenvatting te maken van de lesstof. Vaak blijft de stof dan niet goed hangen.
Flashcards kunnen een effectieve manier zijn om te leren voor een toets, omdat leerlingen hierdoor actief met de stof bezig zijn. Dit helpt hen om de informatie langer te onthouden.
Ouders willen soms ook thuis ondersteunen bij het leren voor een toets. Er zijn veel dure programma’s beschikbaar waarmee leerlingen de leerstof kunnen oefenen, maar deze sluiten lang niet altijd aan bij de toetsen op school.
Flashcards zijn daarentegen een eenvoudige en goedkope manier om thuis te oefenen met het leren van lesstof. Ze helpen leerlingen om de belangrijkste begrippen en informatie op een gestructureerde manier te herhalen.
In dit artikel laat ik zien hoe je flashcards effectief kunt gebruiken met het Leitner-systeem bij de voorbereiding op een toets.

Wat zijn flashcards?
Flashcards zijn kleine kaartjes waarmee je jezelf kunt overhoren. Op de voorkant schrijf je een vraag of een begrip, en op de achterkant het antwoord.
Zo kun je steeds opnieuw proberen om het antwoord te geven. Flashcards helpen je om actief na te denken over de stof.
Waarom werken flashcards bij het leren?
Flashcards werken beter dan alleen lezen, omdat je actief met de stof bezig bent. Dit helpt je brein om de informatie langer te onthouden.
Een handige manier om te leren met flashcards is het Leitner-systeem. Dit betekent dat je de kaarten die je moeilijk vindt vaker herhaalt en de makkelijke minder vaak. Zo oefen je slim en besteed je meer tijd aan wat je nog lastig vindt.
Hoe gebruik je flashcards?
Je kunt flashcards op verschillende manieren gebruiken. Hier zijn een paar handige manieren:
- Zelf overhoren – Pak een kaartje, lees de vraag en probeer het antwoord te bedenken. Kijk daarna of je het goed had.
- Sorteren op moeilijkheid – Leg de kaartjes in drie stapels: makkelijk, gemiddeld en moeilijk. Oefen de moeilijke kaartjes vaker.
- Digitaal met Quizlet – met Quizlet kan je heel makkelijk zelf flashcards maken. Je kunt dan digitaal oefenen.
- Leitner-systeem – Door je kaarten in verschillende stapels/doosjes te verdelen, oefen je de moeilijke vragen vaker en de makkelijke minder vaak. Dit bespaart tijd en helpt je om de stof beter te onthouden.
Hoe gebruik je flashcards met het Leitner-systeem?
Wat heb je nodig?
- Flashcards (zelfgemaakte kaartjes of kant-en-klare setjes. Je kunt bij de Hema of ergens anders online ook kant-en-klare kaartjes kopen)
- Drie bakjes, enveloppen, van die plastic bakjes van de Action om restjes in te bewaren of elastiekjes om de kaarten te verdelen. (Je kunt het zo leuk maken als je zelf wil. Als je drie doosjes maakt, zou je ze ook kunnen versieren met cadeaupapier bijvoorbeeld. De bakjes van de Action zijn ook heel handig)
- Een planning om te weten wanneer je welke stapel oefent.
Stap 1 – Maak je flashcards
- Schrijf op de voorkant een vraag of begrip.
- Schrijf op de achterkant het antwoord.
- Gebruik kleuren of tekeningen als dit helpt bij het onthouden.
Stap 2 – De kaarten verdelen in drie boxen
Aan het begin zitten alle kaarten in Box 1. Als je een kaart goed beantwoordt, schuift deze naar de volgende box. Heb je een vraag fout? Dan gaat de kaart terug naar Box 1.
| Box | Wanneer oefenen? | Wat gebeurt er met de kaarten? |
|---|---|---|
| Box 1 | Elke dag | Fout = blijft in Box 1. Goed = naar Box 2. |
| Box 2 | Om de dag | Fout = terug naar Box 1. Goed = naar Box 3. |
| Box 3 | Eén keer per week | Fout = terug naar Box 1. Goed = blijft hier. |
Sommige mensen kiezen voor andere tussenpozen, zoals om de drie of vijf dagen, maar het principe blijft hetzelfde. Probeer uit wat voor jou werkt.
Stap 3 – Begin met leren
- Pak de kaarten uit Box 1 en beantwoord de vragen.
- Goed antwoord? → De kaart gaat naar Box 2.
- Fout antwoord? → De kaart blijft in Box 1.
- De volgende dag pak je opnieuw Box 1 en oefen je de kaarten.
- Daarnaast oefen je Box 2 als het een oefendag is.
- Als je een kaart uit Box 2 goed hebt, schuift die door naar Box 3.
- Kaarten uit Box 3 oefen je maar één keer per week.
- Fout bij een kaart uit Box 2 of 3?
- De kaart gaat terug naar Box 1 zodat je die weer vaker oefent.
Stap 4 – oefenen
- Oefen elke dag een paar kaarten.
- Let goed op de kaarten die je moeilijk vindt.
- Plan een vast moment in om te oefenen. (bijvoorbeeld na het avondeten)
- Gebruik een timer (bijvoorbeeld 10-15 minuten per dag).
Waarom is dit handig?
- Minder stress: je leert gespreid in plaats van alles op het laatste moment.
- Efficiënter leren: je oefent de lastige stof vaker en bespaart tijd op wat je al kent.
- Langere onthoudtijd: je herhaalt op het juiste moment, waardoor je de stof beter onthoudt.
Probeer het eens uit en ontdek wat voor jou werkt.
2 gedachten over “Leren voor een toets: flashcards gebruiken”