Maak een poster over Keti Koti

Wat is Keti Koti en waarom is het zo belangrijk? Met deze opdracht ontdekken leerlingen de betekenis van Keti Koti en maken ze een informatieve poster over deze dag.

Door middel van tekst, afbeeldingen en symbolen verwerken leerlingen geschiedenis van slavernij en de afschaffing ervan.

Deze opdracht is ook goed te combineren met burgerschap als vakoverstijgende opdracht.

Onderaan deze blog kun je het werkblad gratis downloaden.


De opdracht: maak een poster over Keti Koti

Leerlingen duiken in de geschiedenis van Keti Koti en maken een poster die anderen informeert over deze herdenkingsdag.

Wat gaan de leerlingen doen?

  • Informatie verzamelen – Wat betekent Keti Koti en hoe wordt het gevierd?
  • Een tijdlijn maken – Van de afschaffing van slavernij (1863) tot nu.
  • Een poster ontwerpen – Met tekst, afbeeldingen en symbolen.
  • Reflecteren – Waarom is het belangrijk om stil te staan bij deze geschiedenis?

Hoe werkt de opdracht?

Stap 1: Zoek informatie en beantwoord de vragen
Leerlingen zoeken informatie over Keti Koti en beantwoorden vragen zoals:

  • Wat betekent Keti Koti?
  • Wanneer en hoe wordt het gevierd?
  • Wat herdenken we tijdens Keti Koti?
  • Wat is de betekenis van de gebroken ketenen als symbool?

Stap 2: Maak een tijdlijn
Ze maken een tijdlijn van de afschaffing van slavernij in 1863 tot nu en plaatsen hierop belangrijke momenten die te maken hebben met het herdenken van slavernij.

Stap 3: Ontwerp de poster
De poster moet de volgende onderdelen bevatten:

  • Titel
  • Informatie → De antwoorden uit stap 1.
  • Tijdlijn → De belangrijkste gebeurtenissen in een overzicht.
  • Symbolen en afbeeldingen → Denk aan gebroken ketenen, traditionele kleding en feestvieringen.
  • Persoonlijke boodschap → Wat vindt de leerling zelf belangrijk aan Keti Koti?

Stap 4: Reflectie
Op de achterkant van de poster beantwoorden leerlingen drie vragen:

  1. Wat heb je geleerd over Keti Koti?
  2. Waarom is het belangrijk om stil te staan bij de geschiedenis van slavernij?
  3. Wat kunnen we vandaag de dag leren van Keti Koti?

Doelgroep

Deze opdracht is in principe voor geschiedenis en maatschappij onderbouw vmbo. Maar is ook goed te combineren met burgerschap.

Download het gratis werkblad met de opdracht

Tijdvak 1 – Poster overeenkomsten en verschillen jagers en verzamelaars

Hoe leefden jagers en verzamelaars eigenlijk? Wat aten ze, waar woonden ze en hoe organiseerden ze hun samenleving? En vooral: hoe verschilt dat van het leven nu?

Met deze opdracht maken leerlingen een poster waarin ze het leven van jagers en verzamelaars vergelijken met hun eigen leven. Geen lange teksten, maar vooral plaatjes en tekeningen om het verschil en de overeenkomsten duidelijk te maken.

Onderaan deze blog kun je het werkblad gratis downloaden.

Doelgroep: vmbo onderbouw geschiedenis of mens & maatschappij


De opdracht: een poster over jagers en verzamelaars

Leerlingen onderzoeken hoe jagers en verzamelaars leefden en vergelijken dat met hun eigen leven.

Wat gaan de leerlingen doen?

  • Informatie verzamelen – Hoe leefden jagers en verzamelaars?
  • Een poster maken – Met afbeeldingen en zo min mogelijk tekst.
  • Vergelijken – Per onderwerp een beeld van vroeger en nu naast elkaar zetten.
  • Discussie en reflectie – Wat is hetzelfde gebleven en wat is helemaal veranderd?

Hoe werkt de opdracht?

Stap 1: Onderzoek doen
Leerlingen zoeken informatie over jagers en verzamelaars via hun lesboek, aantekeningen of online bronnen (mits toegestaan door de docent).

Stap 2: Maak een poster
Op de poster komt een visuele vergelijking tussen vroeger en nu. Leerlingen gebruiken plaatjes of eigen tekeningen en verdelen hun poster in vier onderdelen:

AspectJagers en verzamelaarsJij en je familie
VoedselWat aten zij?Wat eet jij?
OnderkomenWaar woonden zij?Waar woon jij?
WerkWat voor werk deden zij?Wat doen jouw ouders?
Sociale structuurHoe leefden zij samen?Hoe ziet jouw sociale leven eruit?

Stap 3: Zoek of teken afbeeldingen
Leerlingen zoeken plaatjes of maken hun eigen tekeningen per onderdeel.

Stap 4: Analyseer de verschillen en overeenkomsten
Onder de poster geven leerlingen met ✔️ en ❌ aan of iets hetzelfde is gebleven of totaal anders is.

Stap 5: Bespreken
Leerlingen vergelijken hun poster met een klasgenoot en bespreken de verschillen. Vervolgens presenteren ze kort hun bevindingen aan de klas.

Download het gratis werkblad met de opdracht

Activerende werkvorm: begrippenbingo

Hoe speel je begrippenbingo met je leerlingen in de les?

Je geeft leerlingen voor de les begint een bingokaart en tijdens de uitleg kunnen zij dan een begrip aanvinken waarvan zij denken dat het beschreven wordt.

Begrippenbingo bij geschiedenis

  • Bij geschiedenis kan je er ook voor kiezen om jaartallen of historische personen op de bingokaart te zetten in plaats van alleen begrippen.

Voorbereiding

  • Maak een lijst van ongeveer 20 tot 30 begrippen.
  • Maak een bingokaart (3×3 of 4×4) met willekeurige combinaties van de begrippen (of jaartallen of historische personene) Als je zelf niet zo handig bent (zoals ik), is het ook een idee om online bingokaarten te maken. Gebruik bijvoorbeeld deze site: Free custom bingo card generator of Free Bingo Card Generator | Play Online or Print Cards
  • Maak voor jezelf een nakijkmodel, zodat je weet welke begrippen je noemt in welke volgorde.
  • Prijsjes: zorg ervoor dat je een paar leuke kleine prijsjes hebt. Bijvoorbeeld een sticker, een pen of iets anders dat je zelf leuk vindt om te geven. (Zorg er wel voor dat het voor iedereen leuk moet zijn, of laat leerlingen een prijsje kiezen zodat ze de keuze hebben uit meerdere dingen)
  • In plaats van prijsjes zou je ook een privilege kunnen geven. Bijvoorbeeld dat je vijf minuten eerder weg mag, of dat een leerling een keer zelf mag kiezen waar hij of zij gaat zitten of iets anders. Maar bespreek dat wel eerst op je school of dit wenselijk is.

Begrippenbingo spelen in de les

  • Elke leerling krijgt een bingokaart met begrippen. Je kunt ervoor kiezen om het meteen bij binnenkomst aan leerlingen te geven of juist na je intro vlak voor je wil beginnen.
  • Vertel kort wat de bedoeling is.
  • Daarna geef je één voor één uitleg over de begrippen. Dit kun je bijvoorbeeld doen door:
    • Een definitie te geven (die van jezelf of die uit je lesboek)
    • Een voorbeeld te noemen.
    • Het begrip te beschrijven zonder het direct te noemen.
  • Leerlingen vinken dan het begrip aan hun kaart als ze denken dat het bij de uitleg hoort.
  • Bingo: Zodra een leerling een rij, kolom of diagonaal vol heeft, roept diegene: “Bingo!” en controleer je de antwoorden. Als het klopt mag de leerling een prijsje uitzoeken.
  • Speel door tot een volle kaart of bepaal dat meerdere rijen een prijs opleveren.
  • Eindig daarna met een korte reflectie: wat waren de antwoorden? Welk begrip was moeilijk? Welke juist niet?
  • Laat de leerlingen één of twee begrippen opschrijven die ze extra gaan oefenen voor de toets.

Download gratis lesbrief

Heb je deze opdracht gebruikt in je les? Ik ben benieuwd naar jouw ervaringen! Laat een reactie achter of deel je feedback.

Zoek je meer activerende werkvormen? Neem dan regelmatig een kijkje op mijn website voor nieuw lesmateriaal of praktische opdrachten voor in de klas.

Themabijeenkomst afsluiten van je les

Doel van de bijeenkomst: docenten leren hoe ze op een activerende manier de les kunnen afsluiten.

Tijdsduur: 50/60 minuten

Wat heb je nodig?

Agenda

Start

  • Begin met een korte starter.
  • Stel de vraag: hoe zag de afsluiting van je laatste les eruit? (Geen oordeel of mening geven)

Uitleg

Ontwerpen

  • Laat docenten nu een eigen activerende lesafsluiter (staart) bedenken voor een les komende periode.
  • Laat iedereen zijn of haar idee opschrijven (of in Padlet zetten of een gedeeld Word-document)

Uitwisseling

  • Laat iedereen kort zijn of haar idee toelichten.

Afsluiting

  • Maak een rondje en laat iedereen om de beurt deze zin afmaken:
    Door deze bijeenkomst ga ik komende week in mijn les …

Download agenda

Tijdvak 1 – schrijfopdracht

Schrijfopdracht: het leven in de prehistorie door de ogen van een kind

Meer dan 10.000 jaar geleden veranderde het leven van mensen compleet. Eerst leefden ze als jagers-verzamelaars, maar langzaam gingen ze over op landbouw en ging men gewassen verbouwen en dieren houden. Wat betekende deze verandering voor de mensen in die tijd?

In deze opdracht schrijven leerlingen een kort verhaal over hoe het leven veranderde door de komst van de landbouw. Dit doen ze vanuit het perspectief van een kind van een jager-verzamelaar of een kind van een boer tijdens de landbouwrevolutie.

Doelgroep: vmbo onderbouw geschiedenis en mens & maatschappij. Deze schrijfopdracht is ook goed te combineren met Nederlands als vakoverstijgende opdracht.

Onderaan deze blog kun je het werkblad gratis downloaden.


Schrijfopdracht Tijdvak 1 – de tijd van jagers en boeren

Leerlingen schrijven een kort verhaal waarin ze beschrijven hoe een kind uit de prehistorie leefde en hoe zijn of haar leven veranderde door de komst van de landbouw.

Wat gaan de leerlingen doen?

  • Een personage kiezen – Een kind van een jager-verzamelaar of een boer.
  • Een verhaal schrijven – Hoe zag het dagelijkse leven eruit vóór en na de landbouw?
  • De verandering beschrijven – Wat werd makkelijker? Wat bleef hetzelfde?
  • Een mening geven – Is het kind blij met de verandering of mist het het oude leven?

Hoe werkt de opdracht?

Stap 1: Kies een personage
Leerlingen kiezen of hun verhaal gaat over:

  • Een kind van een jager-verzamelaar
  • Een kind van een boer (landbouwer)

Stap 2: Beschrijf het oude leven
Het verhaal begint met hoe het kind leefde vóór de komst van de landbouw.

  • Wat eet het kind?
  • Waar woont het kind?
  • Wat doet het kind op een gewone dag?

Voorbeeldzinnen:
“Mijn vader gaat elke dag op jacht. Soms komt hij thuis zonder eten.”
“We wonen in een soort tent die we zelf hebben gemaakt.”

Stap 3: Beschrijf de verandering door de landbouw
Wat is er anders nu mensen gewassen verbouwen en dieren houden?

  • Wat eet het kind nu?
  • Waar woont het kind nu?
  • Wat doet het kind op een gewone dag?

Voorbeeldzinnen:
“We hoeven niet meer elke dag op zoek naar eten, want we hebben nu graan op onze velden.”
“Mijn vader zorgt voor de dieren en ik help mee met het oogsten van de planten.”

Stap 4: Eindig met een mening
Laat het personage vertellen wat hij of zij vindt van de verandering.

  • Is het leven nu makkelijker of moeilijker?
  • Mist het kind het oude leven of is hij/zij juist blij met de landbouw?

Voorbeeldzinnen:
“Ik vind het fijn dat we niet meer hoeven te verhuizen.”
“Soms mis ik het leven als jager-verzamelaar, omdat het leuk was om op zoek te gaan naar eten.”

Stap 5: Schrijf het verhaal op je eigen manier
Leerlingen schrijven het verhaal in hun eigen woorden en bedenken hoe hun personage deze verandering heeft ervaren.

Tip voor docenten: schrijf zelf ook een verhaal!

Doe zelf ook mee met deze opdracht! Schrijf een kort verhaal en gebruik dit later in je lessen.

Waarom is dit een goed idee om te doen in je les?

  • Extra lesmateriaal – Je kunt jouw verhaal later hergebruiken in andere klassen.
  • Meer beleving in de les – Door jouw verhaal voor te lezen, maak je geschiedenis levendiger.

Extra tip: Je kunt je verhaal elk jaar uitbreiden of aanpassen op basis van de klas die je hebt. Of laat bijvoorbeeld leerlingen raden of jouw verhaal van een leerling (van het jaar ervoor) is of door jou geschreven.

Download het gratis werkblad van deze opdracht

Geheugensteuntje: Hoe bereken je winst?

Voor leerlingen die mens en maatschappij of economie volgen, is het belangrijk om te begrijpen hoe je winst berekent. Dit geheugensteuntje helpt je stap voor stap op weg.

Belangrijke begrippen en formules

  • Afzet = het aantal verkochte producten
  • Omzet = afzet × verkoopprijs per product
  • Brutowinst = omzet – inkoopkosten
  • Nettowinst = brutowinst – bedrijfskosten

Voorbeeld 1: Sokkenverkoop op de markt (zonder extra kosten)

Gegevens:

  • Inkoopprijs per sok = €0,50
  • Verkoopprijs per sok = €1,00
  • Aantal verkochte sokken (afzet) = 100

Berekeningen:

  1. Afzet = 100 (want er zijn 100 sokken verkocht)
  2. Omzet = 100 × €1,00 = €100
  3. Brutowinst = omzet – inkoopkosten
    = €100 – (100 × €0,50) = €50
  4. Nettowinst = brutowinst – bedrijfskosten
    = €50 – €0 = €50

Let op: Nettowinst is wat je écht overhoudt, nadat je alle kosten hebt betaald. In dit voorbeeld zijn er geen extra kosten, dus is de nettowinst hetzelfde als de brutowinst.


Voorbeeld 2: Broodjesverkoop op een festival (met extra kosten)

Gegevens:

  • Inkoopprijs per broodje = €2,00
  • Verkoopprijs per broodje = €4,50
  • Aantal verkochte broodjes (afzet) = 200
  • Kosten voor het huren van een kraam = €100

Berekeningen:

  1. Afzet = 200 (want er zijn 200 broodjes verkocht)
  2. Omzet = 200 × €4,50 = €900
  3. Brutowinst = omzet – inkoopkosten
    = €900 – (200 × €2,00)
    = €900 – €400
    = €500
  4. Nettowinst = brutowinst – bedrijfskosten
    = €500 – €100 (huur kraam)
    = €400

In dit voorbeeld zijn er wél extra kosten (de kraamhuur). Hierdoor is de nettowinst lager dan de brutowinst.


Oefening: Pietje en zijn T-shirts

Pietje verkoopt T-shirts op een festival.

  • Inkoopprijs per T-shirt = €5,00
  • Verkoopprijs per T-shirt = €10,00
  • Aantal verkochte T-shirts (afzet) = 200
  • Kosten voor de kraamhuur = €100

Stap 1: Afzet berekenen

Pietje verkoopt 200 T-shirts. Afzet is 200.

Stap 2: Omzet berekenen

Omzet = afzet × verkoopprijs
Omzet = 200 × €10,00
Omzet = €2000

Stap 3: Brutowinst berekenen

Brutowinst = omzet – inkoopkosten
Brutowinst = €2000 – (200 × €5,00)
Brutowinst = €2000 – €1000
Brutowinst = €1000

Stap 4: Nettowinst berekenen

Nettowinst = brutowinst – bedrijfskosten
Nettowinst = €1000 – €100 (huur kraam)
Nettowinst = €900


Samenvatting van Pietjes winst:

  • Afzet: 200 T-shirts
  • Omzet: €2000
  • Brutowinst: €1000
  • Nettowinst: €900

Met deze voorbeelden en oefening kun je eenvoudig zelf berekenen hoeveel winst je maakt. Succes!

Download dit werkblad

Mini-project Mens en Maatschappij: Ontdek de landbouw in jouw omgeving!

In dit mini-project voor Mens & Maatschappij gaan leerlingen zelf op onderzoek uit en ontdekken ze hoe landbouw werkt in hun eigen omgeving.

Leerlingen kiezen een boerderij of landbouwbedrijf, zoeken uit wat er wordt verbouwd of welke dieren er worden gehouden en denken na over het belang van landbouw in hun omgeving.

Doelgroep: vmbo onderbouw mens & maatschappij of aardrijkskunde. Eventueel vakoverstijgend met Nederlands.

Onderaan deze blog kun je het werkblad gratis downloaden.


De opdracht: onderzoek een boerderij of landbouwbedrijf in jouw omgeving

Dit project laat leerlingen:

  • Onderzoeken wat er wordt verbouwd of welke dieren er gehouden worden.
  • Uitzoeken hoe het werk op een boerderij gaat (handwerk of machines?).
  • Nadenken over waarom landbouw belangrijk is in hun regio.
  • Een eigen mening vormen over het boerenleven.

Hoe werkt het mini-project?

Let op: dit is een beknopte weergave van de opdracht. Onderaan deze blog kan je het werkblad en de opdracht downloaden.

Stap 1: Kies een boerderij of landbouwbedrijf

  • Denk na over een boerderij die je kent of zoek er een in jouw regio.

Stap 2: Onderzoek wat er wordt verbouwd of welke dieren er zijn

  • Wordt er groente, fruit of graan verbouwd?
  • Zijn er koeien, schapen of andere dieren?

Stap 3: Hoe wordt er gewerkt?

  • Gebruiken ze moderne machines of gebeurt er nog veel met de hand?

Stap 4: Waarom is deze landbouw belangrijk?

  • Waar komen de producten terecht? (bijvoorbeeld supermarkt of markt)
  • Waarom is landbouw belangrijk voor jouw omgeving?

Stap 5: Jouw mening

  • Wat vind je van het werk op de boerderij?
  • Zou je het zelf willen doen? Waarom wel of niet?

Extra opdracht: Laat leerlingen hun bevindingen verwerken in een presentatie, poster of korte video (vlog) waarin ze uitleggen wat ze hebben geleerd.

Download het werkblad van dit mini-project

Heb je dit mini-project gedaan in de klas? Hoe wat het? Stuur me een berichtje of laat een reactie hieronder achter.

Gamification gebruiken in de les

Er zijn natuurlijk veel verschillende digitale tools die je kunt gebruiken in de klas. Sommige tools zoals Blooket (lees hier mijn blog over Blooket) gebruiken game-elementen. Met gamification kun je je lessen interactiever maken en zo leerlingen actiever bij de les te betrekken. Ook zou je het kunnen inzetten om leerlingen te laten samenwerken. Maar ook zonder digitale tools kan je vormen van gamification inzetten in je lessen.

Ik laat in deze blog zien welke digitale tools je kunt inzetten als je gamification wil gebruiken in je les, maar ook hoe je dit offline zou kunnen doen zonder hulp van digitale tools.

Wat is gamification eigenlijk?

Gamification houdt in dat je elementen uit games, zoals behaalde punten, levels, challenges of beloningen integreert in je eigen les. Het doel daarbij is om leerlingen actief bij de lesstof te betrekken door leren op die manier interessanter en uitdagender te maken. Denk bijvoorbeeld aan het verdienen van badges of het behalen van een high score of het voltooien van een quest of missie.

Digitale tools met game-elementen in de klas

Ik schreef al eerder over Blooket, maar er zijn meer digitale tools waarmee je game-elementen kunt gebruiken in je lessen.

Hier zijn enkele digitale tools die je kunt gebruiken om gamification in je lessen te brengen:

  • Quizlet Blast: in Quizlet Blast is een educatieve game waarbij een leerling een ruimteschip bedient. Leerlingen moeten dan vanuit het ruimteschip schieten op het juiste antwoord. Degene die het eerst het juiste antwoord geeft, krijgt een punt. Je kunt zelf een Quizlet aanmaken met begrippen/woordjes en jaartallen. Blast speel je in principe in groepen tot 4 personen. (Voor de methode Geschiedeniswerkplaats en Plein M heb ik voor bijna alle hoofdstukken en paragrafen Quizlets gemaakt die je kunt gebruiken hiervoor. Aan de bovenkant in het menu kun je kiezen voor Geschiedenis – Geschiedeniswerkplaats en dan kiezen voor het leerjaar en hoofdstuk wat je wil)
  • Quizlet Live: dit is al een wat oudere functie van Quizlet, hier kan je begrippen/woordjes en jaartallen laten overhoren in de klas. Leerlingen loggen in met een code.
  • Gimkit: met Gimkit kan je ook educatieve games maken van lesstof. Je kunt bijvoorbeeld begrippen, jaartallen of woordjes overhoren op een leuke manier. Als je je aanmeldt, krijg je 14 dagen toegang tot de pro-versie. Daarna is de gratis versie wat beperkter. Maar je kunt het natuurlijk ook zo inplannen dat je in die gratis proefperiode een game met de je klas doet.

Tips voor het Gebruik van Gamification in de Klas

  • Focus op leerproces in plaats van beloning. Beloningen zoals badges, punten of privileges kunnen helpen bij de motivatie van leerlingen, maar probeer het wel eerlijk en passend te houden. Zorg dat de focus blijft liggen op het leerproces in plaats van alleen de beloning. Geef ook aan waarom je iets op een bepaalde manier doet.
  • Wissel af tussen competitie en samenwerking. Door af te wisselen houd je het afwisselend en betrek je leerlingen die minder van competitie houden.
  • Eindig met een reflectie. Pobeer als je klaar bent met de activiteit (game of iets anders) even de les kort na te bespreken. Wat viel op? Wat ging er goed? Welk stukje van de lesstof is nog lastig voor leerlingen?

Gamification gebruiken zonder digitale tools

Je kunt ook zonder digitale tools gebruiken maken van game-elementen in je lessen. Hier een paar voorbeelden:

  • Levels: probeer je lesstof in te delen in levels. Zo is de basisstof bijvoorbeeld level 1, de verdiepingsstof level 2 etc. De toets is dan uiteindelijk de eindbaas die leerlingen moeten verslaan (bij wijze van). Of deel je lesstof in levels in. Probeer creatief met je lesstof om te gaan.
  • Rewards/beloningen: geef voor bepaalde dingen punten en probeer op positieve dingen te richten . Bijvoorbeeld als leerlingen huiswerk gemaakt hebben of als ze hun spullen bij zich hebben. Bij een bepaald aantal punten volgt er dan een beloning. Dat kan van alles zijn: een traktatie, een pen, een sticker of een leuk filmpje de laatste vijf minuten laten zien bijvoorbeeld. Zorg er wel voor dat leerlingen punten krijgen voor iets dat voor iedereen te behalen valt.
  • Badge/certificaat: denk aan de gymbadges van Ash uit Pokémon. Stel je voor dat je iets hebt behaald: dan krijg je een speciale badge of certificaat. Probeer geen verschil te maken tussen leerlingen: in principe moet het voor iedereen mogelijk zijn om een bepaalde badge te behalen.
  • Escape Room: de bekende escape room zou je ook offline kunnen gebruiken zonder devices in de klas.

Digitale tool: Blooket gebruiken in de les

Blooket is een digitale tool waarmee je educatieve quizzen kunt maken met een game-element.

Je kunt op een leuke manier kennis van leerlingen testen, voorkennis activeren of juist de les afsluiten met een quiz in de setting van een game.

Manieren om Blooket te gebruiken in de les

Hier zijn een paar praktische ideeën over hoe je Blooket kunt inzetten in je lessen:

  • Activeren van voorkennis: start een les met een quiz over het onderwerp dat je gaat behandelen. Door Blooket te gebruiken, kun je snel zien wat de leerlingen al weten of waar juist nog hiaten zitten. Omdat Blooket geen standaard quiztool is, maar meer een educatieve game is het leuk ter afwisseling.
  • Differentiëren: omdat je zelf kunt bepalen welke vragen je toevoegt, kan je ook verschillende moeilijkheidsniveaus aanbieden. Maak bijvoorbeeld twee versies van een quiz: een basisniveau en een verdiepend niveau.
  • Afsluiting van de les: gebruik Blooket aan het einde van een les om de belangrijkste punten nog eens te herhalen. Met de directe feedback weten leerlingen meteen hoe goed ze de stof beheersen, en het game-element zorgt voor een leuke afsluiting van de les.
  • Competitie in teams of mini-wedstrijd: Blooket heeft verschillende games waarin leerlingen individueel of in teams kunnen spelen. Zo zou je dus ook groepen kunnen laten samenwerken of een kleine competitie organiseren.
  • Voorbereiding toets: de laatste les voor een toets kan je bijvoorbeeld een quiz over de lesstof doen. Het is een leuk idee om dan een keer Booklet te gebruiken.
  • Mentorles: maak bijvoorbeeld een gamequiz over de schoolregels. Zo kan je op een redelijk leuke manier de regels van school bespreken en toetsen. (lees ook: maak een quiz over de regels van school)

Tips bij het gebruik van Booklet

  • Kant-en-klare content: Er zijn heel veel quizzen beschikbaar die al gemaakt zijn door andere docenten. Het enige nadeel is dat het vooral Engelstalige quizzen zijn, maar dat kan ook weer een voordeel zijn als je Engels geeft.
  • Samenwerking met Quizlet: je kunt heel makkelijk quizzen uit Quizlet exporteren en importeren in Booklet. Zo hoef je niet helemaal opnieuw quizzen te maken, maar kan je ook content gebruiken die je misschien al eerder gemaakt hebt. (Voor de methode Geschiedeniswerkplaats en Plein M heb ik Quizlets gemaakt, die staan open voor iedereen en zou je zo kunnen gebruiken. Je kunt in het menu hierboven kiezen voor vakken-geschiedenis-Geschiedeniswerkplaats en daar staan ze gesorteerd per paragraaf).
  • Zelf oefenen: voor je Booklet in de klas gebruikt, zou ik het eerst een keertje zelf uitproberen thuis of in een tussenuur op school met een collega bijvoorbeeld. Dan host je de game vanaf je eigen device en laat anderen (of jijzelf met een andere device) joinen met eigen device. Zo heb je zelf ook ervaren hoe het is om een game te spelen en kan je leerlingen daarop voorbereiden.

    Educatieve games maken met Blooket

    Er zijn natuurlijk al veel digitale tools, wat maakt Blooket nu anders? Waarom zou je Blooket gebruiken in de klas en niet een andere tool?

    Het grote verschil met andere digitale tools is de gamemodus die het spel biedt. Normaal gesproken heeft een tool een standaard quizopzet: je stelt een vraag, misschien zelfs een meerkeuzevraag en de leerling kiest op zijn device een antwoord. Bij Blooket kan je ervoor kiezen om je quiz te combineren met een game zoals: Tower Defense, Fishing Frenzy of Candy Quest (voor Halloween).

    Iedere game heeft een andere strategie. Door het beantwoorden van vragen, kunnen leerlingen het spel spelen. Het is daarom ook leuk als afwisseling, de ene keer doe je bijvoorbeeld Tower Defense en een andere keer Candy Quest.

    Probeer de games eerst een keer zelf uit, dan merk je ook wat je zelf misschien het leukst vindt om te spelen of wat het meest geschikt voor jouw klas is.

    Reflectieformulier – Energie

    Dit reflectieformulier over wat je energie geeft en wat juist energie kost, kun je op veel momenten inzetten. Bijvoorbeeld tijdens een (thema)bijeenkomst of tijdens een individueel (coach)gesprek. Maar ook voor bijvoorbeeld zelfreflectie.
    Aan het eind van dit artikel kun je het reflectieformulier gratis downloaden.

    Voorbeeld hoe je dit formulier kunt inzetten bij een themabijeenkomst – Wat geeft je energie in het onderwijs?

    Download het reflectieformulier