Meer aandacht voor de introverte leerling

Iedere leerling verdient het om gezien te worden. Toch zijn er in elke klas leerlingen die wat minder opvallen omdat ze rustig en/of stil zijn en niet snel hun hand opsteken. Zelf was ik vroeger ook zo’n leerling: stil, observerend en liever wat meer op de achtergrond. Ik merkte toen ik vroeger leerling was dat sommige docenten vooral oog hadden voor leerlingen die op de voorgrond stonden of wat populairder waren, waardoor ik me soms minder gezien voelde. Vanuit die ervaring weet ik hoe belangrijk het is om iedere leerling te betrekken in je les. Daarom deel ik in deze blog praktische tips waarmee je als docent ook de introverte leerlingen meer kunt betrekken bij je lessen.

Veel docenten realiseren zich vaak niet eens dat ze introverte leerlingen minder aandacht geven. Dat gebeurt meestal niet bewust (hoop ik!), maar het kan wel vervelende gevolgen hebben voor hoe deze leerlingen zich voelen. Door iedereen bewust te betrekken, creëer je een veilige en positieve sfeer voor alle leerlingen.

Stille leerlingen

Leerlingen die stil zijn, zijn niet altijd verlegen, ongeïnteresseerd of ongemotiveerd. Sommige leerlingen houden er bijvoorbeeld van om eerst rustig te observeren voordat ze reageren. Anderen zijn stil omdat ze onzeker zijn, bang om fouten te maken of zich niet comfortabel voelen. Bovendien betekent stilte niet altijd dat een leerling goed oplet of betrokken is. Soms zijn leerlingen stil omdat ze juist ergens anders zijn in gedachten of zich niet prettig voelen.

Tips om introverte leerlingen te betrekken in de klas

1. Persoonlijke aandacht
Neem af en toe een momentje voor een kort één-op-één gesprekje. Een eenvoudige vraag als “Hoe is je toets gegaan?” of “Wat vond je leuk vandaag?” kan al genoeg zijn om vertrouwen op te bouwen. Probeer wel oprecht te zijn, leerlingen prikken er doorheen als je het geforceerd doet.

2. Geef kleine succeservaringen
Zorg dat introverte leerlingen regelmatig iets doen waarvan jij weet dat ze het aankunnen. Zo bouwen ze zelfvertrouwen op en durven ze eerder mee te doen. Geef wel oprechte complimenten.

3. Geef bedenktijd
Introverte leerlingen denken vaak soms eerst na voordat ze iets zeggen. Vraag hen dus niet meteen, maar geef ze eerst de kans rustig te bedenken wat ze willen zeggen. Kom daarna terug met een vraag als: “Hoe zie jij dit?” Zo ervaren ze minder druk. Probeer leerlingen ook te betrekken hierbij.

4. Maak het laagdrempelig
Gebruik non-verbale manieren om iedereen te laten reageren op iets.. Denk aan post-its, duimpjes omhoog of digitale hulpmiddelen zoals Mentimeter. Introverte leerlingen kunnen dan ook gemakkelijk meedoen zonder zich ongemakkelijk te voelen. Bekijk ook mijn blogs over wisbordjes of exit-tickets.

5. Waardeer kleine bijdragen
Laat zien dat je de inbreng van introverte leerlingen waardeert, hoe klein ook. Met een simpele reactie als: “Goed punt!” of “Fijn dat je dit zegt!” geef je leerlingen het gevoel dat hun bijdrage ertoe doet.

6. Laat ook online vragen stellen
Sommige introverte leerlingen vinden het lastig om hun vraag klassikaal te stellen. Geef hen daarom ook de mogelijkheid om via e-mail of bijvoorbeeld Teams hun vraag te stellen. Dit verlaagt de drempel en zorgt ervoor dat zij zich veiliger voelen om hun vragen alsnog te uiten.

7. Let op bij maken van plattegrond
Introverte leerlingen vinden het niet altijd prettig om standaard naast drukke of extraverte leerlingen geplaatst te worden. Houd hier rekening mee bij het maken van je plattegrond. Geef introverte leerlingen ook eens de ruimte om naast leerlingen te zitten bij wie ze zich meer op hun gemak voelen, zodat ze beter tot hun recht komen.

Respecteer hoe introverte leerlingen zijn

Probeer introverte leerlingen vooral niet te veranderen. Accepteer dat ze stilte en reflectie nodig hebben en bied hen manieren aan om comfortabel mee te doen. Met kleine aanpassingen maak je je klas een stuk inclusiever en prettiger voor iedereen.

Heb jij zelf nog goede tips voor het betrekken van introverte leerlingen in je klas? Deel ze hieronder of stuur me een bericht.

Prikkelarm of gezellig? Hoe richt je een klaslokaal in?

Jarenlang hing ik het lokaal waar ik bijna al mijn lessen zat vol met posters, tierelantijntjes en posters van leerlingen. Er stonden overal planten en zelfs de ramen zaten vol stickers. Steeds een nieuw thema: Marvel, Disney, Frozen, Pokemon, Star Wars, kerst, Pasen etc. Het gaf het lokaal een beetje een huiselijke sfeer—niet per se om de leerresultaten te verbeteren, maar gewoon omdat ik het gezellig vond en het er leuk uitzag. In de tijd van de moestuintjes van Albert Heijn had ik zelfs een hele hoek ingericht voor de moestuintjes en ook de vensterbanken stonden vol.

De laatste tijd merk ik dat ik steeds meer neig naar een prikkelarme omgeving voor leerlingen. Niet omdat ik iets tegen versiering heb, maar omdat ik zie dat een rustige ruimte echt helpt bij de concentratie van leerlingen. En eerlijk? Voor mezelf voelt het ook fijner. Ik ben sowieso soms beetje chaotisch, snel afgeleid en raak altijd alles kwijt. Dus voor mij is het eigenlijk ook wel goed om een omgeving met wat meer rust te hebben.

Maar wat werkt nou eigenlijk het beste? Een lokaal vol visuele prikkels of juist een rustige, strakke inrichting?

De voordelen van een gezellig, versierd lokaal

  • Een huiselijke en fijne sfeer waar leerlingen zich welkom voelen.
  • Visuele ondersteuning van de lesstof, zoals tijdlijnen bij geschiedenis.
  • Werk van leerlingen ophangen kan hen trots maken en motiveren.

Waarom een prikkelarm lokaal kan helpen

  • Minder afleiding = meer focus, vooral voor neurodiverse leerlingen.
  • Een rustig lokaal ondersteunt een gestructureerde en overzichtelijke les.
  • Leerlingen kunnen zich beter concentreren op de instructie en opdrachten.

Ik begon me hier pas echt een beetje in te verdiepen toen leerlingen opmerkingen maakten zoals: “Het is hier wel druk.” “Er hangt zoveel dat ik niet weet waar ik moet kijken.” “Ik kan me moeilijk concentreren.” Ook had ik op X een keer een post gelezen van een docent die bewust koos voor een prikkelarm lokaal. (Ik ben alleen vergeten wie dat was en kan het niet meer terugvinden, is twee of drie jaar terug denk ik) Dat zette me aan het denken: hoe beïnvloedt de omgeving eigenlijk het leerproces van leerlingen?

Toen ik mijn lokaal toen geleidelijk wat rustiger maakte, vonden veel leerlingen het fijn. Ze gaven aan dat het soms lastig was om zich te concentreren als het lokaal helemaal vol hing of als er overal spullen in de vensterbank stonden. Maar er waren ook leerlingen die het ‘kaal’ vonden en minder gezellig. “Wat heeft u gedaan mevrouw? Het was hier altijd zo gezellig!” Toch geef ik de voorkeur aan leerresultaten boven gezelligheid: liever een rustige leeromgeving waarin leerlingen zich kunnen focussen dan een druk lokaal vol afleiding en waar leerlingen zich niet misschien durven uit te spreken dat ze er last van hebben.

Toen ik twee/drie jaar geleden het lokaal waar ik zat wat neutraler aan het maken was, heb ik ook leerlingen gesproken die wat minder op de voorgrond staan. Ze gaven aan dat het wel heel gezellig was al die dingetjes, posters en thema’s. Maar dat ze het wel lastig vonden om zich te concentreren.

Wat als je geen eigen lokaal hebt?

Niet iedereen heeft een vast lokaal, bijvoorbeeld als je parttime werkt of gewoon als je pech hebt en door de roostermaker steeds ergens anders wordt neergezet omdat er niet genoeg lokalen voor docenten zijn. Toch kan je wel proberen om een een bepaalde rust en herkenbaarheid in je lessen te houden. Dit kan bijvoorbeeld met:

  • Duidelijke en rustige PowerPoint-dia’s.
  • Een vaste structuur in de les, zodat leerlingen weten wat ze kunnen verwachten.
  • Kleine visuele hulpmiddelen, zoals een overzicht met kernbegrippen dat ik kan meenemen.
  • Of je echt richten op je vak. Bij geschiedenis is het helemaal niet zo raar om bijvoorbeeld een tijdlijn aan de muur te hebben.

De balans vinden

Het hoeft natuurlijk niet óf een prikkelarm lokaal te zijn óf een chaotische ruimte vol posters en overal spulletjes. Een middenweg werkt denk ik het beste: een rustige basis met enkele functionele en sfeervolle elementen. Zelf zou ik tegenwoordig wat meer terughoudend zijn. En minder drukke posters of persoonlijke spullen ophangen, maar een tijdbalk voor geschiedenis of een plantje kan prima. Zo blijft het lokaal overzichtelijk, zonder sfeerloos te worden.

Met bijvoorbeeld kerst vind ik het trouwens wel leuk om wat versiering te hebben. Zolang het niet afleidt en rekening houdt met verschillende leerlingen (knipperende lichtjes is misschien een beetje too much). Een beetje sfeerverlichting of een leuk kerstboompje kan de sfeer net dat beetje extra geven, zonder te overheersen. Of met Pasen een leuke tak met wat eitjes ofzo.
Het belangrijkste is dat je je vooral richt op rekening houden met alle leerlingen. Ze moeten zich veilig voelen en zich kunnen concentreren op de lesstof.

Meer lezen over dit onderwerp?

Paul Kirschner schreef een interessante blog hierover ‘Visueel lawaai’.

Heb jij een vast lokaal? En hoe denk jij over het inrichten van een klaslokaal? Hou je rekening met verschillende leerlingen? Laat het weten in de reacties!

Blog lesobservaties: samen leren en verbeteren

Lesgeven is een dynamisch vak waar je nooit uitgeleerd bent. Elke dag brengt nieuwe situaties, uitdagingen en leermomenten. Eén van de manieren om je lessen te verbeteren is door lesobservaties: kijken bij collega’s en leren van hoe zij hun lessen aanpakken. Het is niet bedoeld als een beoordelingsmoment, maar juist als een kans om inspiratie op te doen en je eigen lessen te verfijnen.

Zelf heb ik door de jaren heen meerdere lesobservaties gedaan en bijgewoond. In deze blog deel ik waarom lesobservaties zo waardevol zijn en hoe je er het meeste uit kunt halen.

Waarom zijn lesobservaties zo nuttig?

Een lesobservatie geeft je een mooie kans om buiten je eigen klaslokaal te kijken en te zien hoe collega’s hun lessen vormgeven. Het kan je helpen om:

  • Nieuwe werkvormen en didactische strategieën te ontdekken – Misschien gebruikt een collega een werkvorm die goed aansluit bij jouw vak of leerlingen. Of je ziet een werkvorm waar je weleens over hebt gelezen, maar nog niet zelf uitgeprobeerd hebt.
  • Beter te begrijpen hoe leerlingen reageren op verschillende aanpakken – Wat werkt goed bij hen en waarom? Of
  • Reflecteren op je eigen lesgeven – Soms besef je pas door een observatie dat je bepaalde gewoontes hebt, omdat je je herkent in wat een collega doet.

Door regelmatig lessen van anderen bij te wonen en daarover in gesprek te gaan, blijf je jezelf ontwikkelen als docent. Bovendien hoef je niet altijd een hele les bij te wonen – je kunt er ook voor kiezen om specifieke onderdelen van een les te observeren, zoals de instructiefase, een samenwerkingsopdracht of de afronding. Of je loopt gewoon even naar binnen, kijkt even en gaat daarna weer verder. Ik denk zelfs dat die korte bezoekjes nog veel waardevoller zijn.

Leren van elkaar: een open en positieve houding

De sleutel tot een succesvolle lesobservatie is een open en nieuwsgierige houding. Het gaat niet om vergelijken of beoordelen of daarna die collega in de wandelgangen of personeelskamer belachelijk maken. Het gaat om samen leren en groeien. Een positieve benadering helpt om het meeste uit een observatie te halen. Dit kan op verschillende manieren:

  • Kies een specifiek aandachtspunt – Denk aan klassenmanagement, differentiatie of het gebruik van activerende werkvormen. Dit maakt de observatie gerichter en effectiever.
  • Ga zonder oordeel de observatie in – Elke docent heeft een eigen stijl. Wat voor de één werkt, past misschien niet bij jou, maar je kunt er altijd iets van leren.
  • Bespreek na afloop wat je hebt gezien – Stel vragen, wissel ideeën uit en denk na over wat jij in jouw lessen kunt toepassen.

Mijn ervaringen met lesobservaties

Door de jaren heen heb ik verschillende collega’s geobserveerd en zelf ook lesbezoeken gehad. Soms leverde dat direct toepasbare ideeën op, soms leerde ik juist door het contrast met mijn eigen manier van lesgeven. Eén van de dingen die me is bijgebleven, is bijvoorbeeld hoe de opstelling van het lokaal invloed kan hebben op de lesdynamiek. Een collega had bijvoorbeeld een U-vormige opstelling, waarbij leerlingen tijdens uitleg in een kring zaten en daarna draaiden leerlingen zich om en gingen ze aan het werk. In het midden stond dan een begeleidingstafel. Dit zorgde voor meer betrokkenheid en interactie. Ook schoof de collega met de leerlingen de tafels in de opstelling en daarna weer terug. Terwijl ik eerst dacht: ja, leuk zo’n opstelling dat zou ik ook wel willen als ik een vast lokaal had. Maar om het iedere keer weer terug te moeten zetten en dan weer haasten naar het volgende lokaal, daar word ik al moe van als ik er alleen al aan moet denken. Maar eigenlijk deed hij op zo’n manier dat er makkelijk uitzag, ook al heeft het wel wat voorbereiding nodig en routines die je vaker moet oefenen.

Ook zag ik eens een handige manier om met LessonUp om te gaan. Ik gebruikte LessonUp al jaren en die andere collega ook. Maar hij deed iets anders wat superhandig was: leerlingen draaiden hun laptops om als ze klaar waren met een opdracht, zodat ze niet verder afgeleid raakten en de docent ging dan weer verder met de opdracht. Als er dan een toetsingsvraag kwam draaiden leerlingen de laptop weer om en maakten de vraag. Zo stom, daar had ik eigenlijk niet over nagedacht. Dit soort kleine, praktische tips kunnen best een groot effect hebben in je lespraktijk.

Ook was ik wel bij beginnende docenten in de les en wat ik daar heel mooi vind om te zien is het enthousiasme voor het vak.

Ook in mijn eigen lessen heb ik natuurlijk lesbezoeken gehad. Toen ik nog maar net begonnen was met lesgeven kwam de rector op lesbezoek. De leerlingen waren opeens muisstil, terwijl het normaal altijd een drukke en dynamische klas was. Niemand durfde iets te zeggen of te reageren tijdens het onderwijsleergesprek. Ook gingen ze direct aan het werk na de uitleg en had iedereen meteen z’n spullen op tafel. Het voelde heel raar om op zo’n manier les te geven in een normaal gesproken dynamische klas. Het was net of ik lesgaf in een lokaal zonder leerlingen. De leerlingen dachten waarschijnlijk: ojee, de rector is er vandaag. Laat ik me maar even gedragen. Daarna had ik een heel leuk gesprek met die collega en hebben we er ook om kunnen lachen. Later met de klas ook.

In het begin vond ik lesobservaties wel heel spannend, maar dat kwam ook omdat je dan vaak beoordeeld werd. Er kwam bijna nooit iemand kijken in de les, behalve bij een beoordeling of als de inspectie er was. Het was toen nog niet zo gebruikelijk om bij elkaar in de lessen te kijken.

Lesobservaties in de praktijk: hoe pak je het aan?

Wil jij zelf een lesobservatie doen of laten doen? Hier zijn een paar praktische tips:

  • Spreek van tevoren een focus af – Wil je letten op interactie, instructie, activerende werkvormen? Door een helder doel te stellen, haal je er meer uit.
  • Maak aantekeningen, maar kijk vooral goed rond – Hoe is de sfeer in de klas? Wat doet de docent om structuur te houden?
  • Plan een kort nagesprek – Bespreek wat je hebt gezien en wat je meeneemt. Dit kan een eye-opener zijn voor zowel de observator als de geobserveerde.
  • Blijf in gesprek met collega’s – Het echte leren zit vaak in de gesprekken die na de observatie plaatsvinden. Heel belangrijk om niet te oordelen of in te vullen hoe de collega iets zou moeten doen volgens jou. Ga positief het gesprek aan en focus op samen leren.
  • Focus op een specifiek lesonderdeel – Je hoeft niet per se een hele les bij te wonen; kijk bijvoorbeeld alleen naar de opening, instructie of evaluatie.

Conclusie: blijf leren van elkaar

Lesobservaties zijn geen beoordeling, maar een waardevolle kans om van elkaar te leren. Door regelmatig bij collega’s te kijken en open te staan voor nieuwe inzichten, kun je je eigen lespraktijk blijven verbeteren. Het is een eenvoudige, maar effectieve manier om geïnspireerd te raken en je lessen steeds sterker te maken.

Dus: nodig een collega uit om eens bij jou te kijken of plan zelf een observatie in.

Heb jij wel eens een lesobservatie gedaan? Wat heb je ervan geleerd? Laat het me weten in de reacties!

Digitale geletterdheid opnemen in het schoolbeleid: hoe pak je dat aan?

Digitale geletterdheid wordt een vast onderdeel van het curriculum. Maar hoe zorg je ervoor dat het niet alleen op papier staat, maar ook écht in de praktijk werkt? Dat begint bij een heldere visie en een aanpak die haalbaar is voor docenten en leerlingen.

In deze blog lees je hoe je digitale geletterdheid concreet opneemt in het schoolbeleid.


1. Begin met een gezamenlijke visie

SLO onderscheidt vier domeinen binnen digitale geletterdheid: ICT-basisvaardigheden, mediawijsheid, digitale informatievaardigheden en computational thinking. Maar wat betekent dat voor jullie school?

Gebruik de visiekaart van SLO

Stappen om een visie te formuleren:

  • Bespreek met elkaar: Wat vinden wij belangrijk als het gaat om digitale vaardigheden van leerlingen?
  • Leg de visie vast in concrete doelen: Wat moeten leerlingen kennen en kunnen op het gebied van digitale geletterdheid?
  • Maak de visie praktisch en haalbaar, zodat docenten het kunnen vertalen naar hun eigen lessen.
  • Zorg voor draagvlak: laat docenten en leerlingen input geven. Wat hebben zij nodig? Wat gaat nu al goed en waar liggen de uitdagingen?

Meer informatie over visievorming vind je bij SLO.


2. Waar komt digitale geletterdheid in het curriculum?

Scholen kunnen bepalen hoe ze digitale geletterdheid aanbieden: bijvoorbeeld als een los vak of geïntegreerd binnen bestaande vakken. Beide aanpakken hebben voor- en nadelen.

Digitale geletterdheid – los vak

  • Duidelijke structuur en vaste lestijd.
  • Kan methode aan gekoppeld worden, scheelt veel tijd in plaats van zelf ontwikkelen.
  • Docenten met expertise in digitale geletterdheid kunnen het geven.
  • Nadeel: Het kost lestijd en moet passen binnen het rooster.

Geïntegreerd in bestaande vakken

  • Digitale geletterdheid wordt direct gekoppeld aan vakinhoud.
  • Makkelijker in te passen zonder extra lestijd.
  • Docenten kunnen het toepassen binnen hun eigen vakgebied.
  • Nadeel: Vereist goede samenwerking tussen vaksecties en duidelijke afspraken. Kost tijd om te ontwikkelen.

Waar digitale geletterdheid ook wordt ondergebracht, het moet structureel terugkomen in het onderwijs. Dit zijn een paar voorbeelden van integratie binnen vakken:

  • Geschiedenis en maatschappijleer: Nepnieuws, bronnen beoordelen propaganda en online media.
  • Vakoverstijgend Nederlands, geschiedenis, maatschappijleer: bijvoorbeeld project bronnen beoordelen, nepnieuws en dan presentatie voorbereiden in Canva bijvoorbeeld.
  • Wiskunde: Computational thinking en logisch redeneren.
  • Informatica of technologie: Programmeren en digitale toepassingen.

Wil je hier meer over lezen?


3. Ondersteuning en professionalisering van docenten

Om digitale geletterdheid goed in te bedden, moeten docenten zich zeker voelen over hun eigen digitale vaardigheden. Dit vraagt om structurele ondersteuning, zoals:

  • Intervisiebijeenkomsten – Bespreek uitdagingen en successen rondom digitale geletterdheid.
  • ‘Digitaal maatje’-systeem – Koppel minder ervaren docenten aan collega’s met meer digitale ervaring.
  • Handige tool in een kwartier – Korte, praktische uitleg van een digitale tool tijdens een vergadering.
  • Workshops en trainingen – Over mediawijsheid, zoekstrategieën, nepnieuws en online veiligheid. Onderzoek eerst de expertise binnen de school voordat je externen inhuurt.

Start bijvoorbeeld met een vragenlijst om te peilen hoe vaardig docenten zich voelen op de vier domeinen van digitale geletterdheid.

Wil je meer over dit onderwerp lezen? Lees dan ook mijn blog: docenten ondersteunen bij digitale geletterdheid – hoe pak je dat aan?

Maak een soort overzicht (matrix) per vak waar digitale geletterdheid logisch kan aansluiten en werk samen met vaksecties. Een handig hulpmiddel is een document (matrix) waarin de verschillende vaardigheden staan opgesomd, zodat vaksecties kunnen aangeven wat bij hun vak past. Vanuit dat overzicht kun je ook vakoverstijgende opdrachten of projecten ontwikkelen.

Meer weten over hoe je vakoverstijgend kunt werken met digitale geletterdheid? Lees dan mijn blog over vakoverstijgende projecten en opdrachten met digitale geletterdheid. Hierin lees je hoe je digitale vaardigheden kunt integreren in meerdere vakken en hoe je een project kunt opzetten.


4. Welke middelen zijn nodig?

Wees ook realistisch. Dat betekent dat je niet alleen kijkt naar wat je wilt, maar ook naar wat er praktisch nodig is. Denk aan:

  • Toegang tot hardware en software – Zijn er voldoende apparaten en geschikte programma’s beschikbaar?
  • Een veilige digitale leeromgeving – Hoe zorg je voor veilige wachtwoorden en bewust online gedrag?
  • Lesmateriaal en tools – Hebben de docenten toegang tot (kant-en-klare) lessen en opdrachten over digitale geletterdheid? Of krijgen zij tijd om dit te ontwikkelen? Zo ja, hoeveel?

Het gaat niet om meer technologie, maar om het juiste gebruik ervan. Bij digitale geletterdheid heb je niet per se de nieuwste of meer devices nodig.


Maak digitale geletterdheid structureel en haalbaar

Digitale geletterdheid opnemen in het schoolbeleid hoeft geen enorme opgave te zijn. Probeer stapsgewijs en praktisch werken:

  1. Formuleer een duidelijke visie die past bij jullie school. (visiekaart SLO)
  2. Bepaal of digitale geletterdheid een los vak wordt of geïntegreerd wordt in bestaande vakken. Of bepaal waar je naar toe wil werken.
  3. Zorg voor training en ondersteuning voor docenten (eerst binnen de school, evt. expert extern)
  4. Kijk naar wat er nodig is qua middelen en tools.

Meer weten? Bekijk de richtlijnen van SLO of de materialen van Kennisnet.

Effectieve leerstrategieën: wat werkt?

Leren is meer dan alleen een boek openslaan en hopen dat de stof blijft hangen. Veel leerlingen proberen op het laatste moment alles in hun hoofd te stampen, maar dat is niet de meest effectieve manier. Wil je écht goed leren? Dan heb je strategieën nodig die werken. In deze blog deel ik een aantal leerstrategieën die jou (of je leerlingen) helpen om informatie beter te onthouden en toe te passen.

1. Verspreid leren (spaced practice)

Veel leerlingen maken de fout om in één keer een hele berg stof door te nemen. Vaak doen ze dit ook op het laatste moment, met het idee dat ze het dan misschien beter onthouden. Dit lijkt misschien efficiënt, maar het werkt niet. Wat werkt wel? Regelmatig herhalen! Door de stof te spreiden over meerdere dagen of weken, blijft het beter hangen. Plan daarom leerblokken in en herhaal de stof met tussenpozen.

2. Actief ophalen (retrieval practice)

In plaats van alleen maar te lezen of markeren van stukjes leerstof, is het veel effectiever om jezelf te testen. Dit dwingt je om actief na te denken over de stof. Maak bijvoorbeeld oefenvragen, laat iemand je overhoren of schrijf op wat je nog weet zonder je boek erbij te pakken. Hoe vaker je oefent met ophalen, hoe beter de stof blijft hangen.

3. Uitleggen aan anderen (elaboratie)

Als je iets aan een ander kunt uitleggen, begrijp je het zelf ook beter. Door iets in je eigen woorden uit te leggen, moet je actief nadenken over de stof en maak je verbanden. Probeer het eens: leg een ingewikkeld begrip uit aan een klasgenoot, iemand thuis of zelfs gewoon aan jezelf.

4. Afwisseling in oefening (interleaving)

Veel leerlingen oefenen per onderwerp, maar het is juist effectiever om onderwerpen af te wisselen. Dit helpt je om beter te schakelen tussen verschillende soorten informatie. Hierdoor wordt je brein flexibeler en kun je de stof beter toepassen in nieuwe situaties.

5. Concrete voorbeelden gebruiken

Abstracte theorieën blijven lastig te onthouden. Een oplossing? Koppel de informatie aan concrete voorbeelden. Dit maakt de stof niet alleen begrijpelijker, maar ook beter om te onthouden.

6. Dual coding

Beeld en tekst combineren werkt beter dan alleen maar tekst. Denk aan schema’s, mindmaps of simpele tekeningen bij de stof. Ons brein verwerkt visuele informatie sneller en efficiënter, waardoor je de leerstof beter onthoudt. Een goede tip is om aantekeningen te maken met kleine schetsen of diagrammen erbij.

7. Begrijpend leren – verbanden leggen

Stampen van lesstof lijkt op de korte termijn te helpen, maar zorgt er niet voor dat je de lesstof beter begrijpt. Probeer daarom verbanden te leggen tussen verschillende onderwerpen, te bedenken hoe de stof in de praktijk werkt en waarom het relevant is. Hoe beter je de betekenis van iets begrijpt, hoe langer het blijft hangen.

Hoe pas je deze strategieën toe?

Wil je deze leerstrategieën effectief inzetten? Hier zijn een paar praktische tips:

  • Maak een studieschema waarin je de stof verspreid over meerdere dagen.
  • Gebruik flashcards of maak oefenvragen om actief op te halen wat je geleerd hebt.
  • Vertel aan iemand anders wat je geleerd hebt, alsof je de docent bent.
  • Wissel af tussen verschillende soorten oefeningen en vakken.
  • Zoek of maak visuele hulpmiddelen, zoals schema’s of tekeningen.

Met deze aanpak wordt leren niet alleen effectiever, maar ook leuker en minder stressvol. Probeer ze uit en ontdek wat voor jou (of je leerlingen) het beste werkt!

Voorbeeld in de klas

Toen we in de klas het onderwerp standenmaatschappij bijvoorbeeld behandelden, merkte ik dat sommige leerlingen het lastig vonden om de verschillen tussen de drie standen te onthouden.

Daarom combineerden we tekst en beeld: we maakten samen een piramide met symbolen en kleuren om de standen (geestelijkheid, adel en derde stand) weer te geven. Vervolgens liet ik de leerlingen een eigen strip maken waarin ze de privileges en plichten van elke stand in beeld en korte zinnen uitlegden. Door de visuele koppeling werd het makkelijker voor leerlingen om de stof te onthouden.

Download het gratis werkblad over een tekening maken van de standenmaatschappij hier.

Wil je meer tips over effectief leren? Houd mijn website in de gaten voor meer praktische onderwijsartikelen!

Digitale geletterdheid in het VO: waarom en hoe?

Digitale geletterdheid in het voortgezet onderwijs: waarom en hoe?

Digitale geletterdheid is tegenwoordig net zo belangrijk als kunnen lezen en schrijven. We leven in een wereld waarin technologie overal is en toch denken veel mensen dat jongeren vanzelf digitaal vaardig worden omdat ze opgroeien met smartphones en andere devices. Maar is het wel echt zo?

Kunnen ze nepnieuws herkennen, online privacy goed beschermen en technologie slim gebruiken? Niet altijd. Daarom is het hoog tijd om digitale geletterdheid een vaste plek te geven in het onderwijs.

Wat is digitale geletterdheid?

Digitale geletterdheid is veel meer dan gewoon een beetje kunnen swipen en typen. Het draait volgens SLO om vier dingen:

  1. ICT-basisvaardigheden – Hoe werken digitale apparaten en software?
  2. Mediawijsheid – Hoe herken je bijvoorbeeld nepnieuws, hoe blijf je kritisch en hoe ga je bewust en goed om met sociale media?
  3. Digitale informatievaardigheden – Hoe zoek, beoordeel en verwerk je online informatie?
  4. Computational thinking – Hoe kun je logisch denken en problemen oplossen met technologie?

Als leerlingen deze vaardigheden beheersen, kunnen ze zich beter redden in onze digitale wereld.

Waarom is digitale geletterdheid zo belangrijk?

Jongeren groeien op met technologie, maar dat betekent dus niet dat ze er automatisch goed mee omgaan. Hoe vaak nemen leerlingen niet gewoon het eerste zoekresultaat op Google over? Of klikken ze zonder nadenken op ‘Accepteren’ bij cookies en voorwaarden? En dan hebben we het nog niet eens over cyberpesten, online oplichting en de invloed van sociale media op hun zelfbeeld.

Daarnaast wordt digitale technologie steeds belangrijker op de arbeidsmarkt. Steeds meer banen vragen om ICT-kennis, probleemoplossend denken en online samenwerken. Door digitale geletterdheid op school aan te bieden, zorgen we ervoor dat leerlingen goed voorbereid zijn op hun toekomst.

Hoe pak je dit aan in het onderwijs?

Veel scholen vragen zich af hoe ze digitale geletterdheid een plek kunnen geven in het curriculum. Hier zijn wat praktische stappen:

  1. Begin met een gezamenlijke visie – Wat willen jullie leerlingen meegeven? Wat past bij de school?
  2. Maak het onderdeel van bestaande vakken – Laat leerlingen bij Nederlands of geschiedenis online bronnen checken of leer ze wiskunde de basis van programmeren.
  3. Ondersteun docenten – Niet iedereen voelt zich even zeker over digitale vaardigheden. Geef trainingen en deel handige lesmaterialen.
  4. Werk met praktische opdrachten – Laat leerlingen zelf aan de slag gaan met fake news fact-checks, privacy-instellingen op sociale media en programmeeropdrachten.
  5. Blijf flexibel en pas aan waar nodig – Technologie verandert snel, dus houd de lessen up-to-date.

De website van het SLO heeft handige factsheets en een stappenplan waarbij heel duidelijk wordt aangegeven hoe je digitale geletterdheid kunt implementeren in je school. Ook organiseren ze regelmatig een masterclass digitale geletterdheid visievorming.

Ideeën voor in de klas

Nepnieuws fact-check (Geschiedenis & maatschappijleer)

Doel: Kritisch omgaan met online informatie en propaganda herkennen
Opdracht: Leerlingen krijgen nieuwsberichten over historische of actuele gebeurtenissen. Ze moeten onderzoeken of de informatie klopt en welke bronnen betrouwbaar zijn. Bespreek dan bijvoorbeeld hoe nepnieuws in het verleden en heden wordt gebruikt als propaganda.

Online privacy (Mentorles & maatschappijleer)

Doel: Bewustwording van online privacy en identiteit
Opdracht: Leerlingen Googlen zichzelf en bekijken hun digitale sporen. Wat vinden anderen over hen online? Bespreek in de klas hoe je je online imago kunt beheren en welke privacy-instellingen belangrijk zijn. (Dan moeten docenten dat natuurlijk ook weten. Daarom is scholing voor docenten op het gebied van digitale geletterdheid ook nodig. Het is ook een idee om deze opdracht met docenten te doen)

Integreren van vaardigheden of kant-en-klaar methode?

Er zijn bedrijven die kant-en-klare methodes voor digitale geletterdheid aanbieden. Handig, want je bent in één keer klaar en de leerdoelen zijn ook meteen afgevinkt. Maar is dat iets wat je echt moet willen of als einddoel moet hebben als school? Niet echt als je het mij vraagt.

Digitale geletterdheid is geen apart vakje dat je even afvinkt. Het is een vaardigheid die je overal nodig hebt, net zoals taal en kritisch denken. Daarom werkt het beter als leerlingen er op verschillende momenten in verschillende vakken mee aan de slag gaan.

Denk bijvoorbeeld aan:

  • Geschiedenis: hoe beoordeel je of een bron betrouwbaar is?
  • Mentor: hoe ga je veilig om met sociale media?

Door digitale geletterdheid breed in het onderwijs te verwerken, leren leerlingen het niet alleen, maar passen ze het ook echt toe in hun dagelijks leven. Zo wordt het geen losse hapsnap opdracht, maar een nuttige vaardigheid.

Conclusie

Digitale geletterdheid is geen extraatje, het is een must. Door er op school serieus mee aan de slag te gaan, maken we leerlingen mediawijzer, kritischer en zelfverzekerder in een wereld die steeds digitaler wordt. Laten we ervoor zorgen dat ze niet alleen technologie gebruiken, maar dat ze ook snappen hoe het werkt en er kritisch en verantwoord mee om kunnen gaan.

Wat doet jouw school al met digitale geletterdheid? Ik ben benieuwd hoe andere scholen hiermee omgaan. Stuur me een e-mail of reageer op deze blog hieronder in de comments.

Gamification gebruiken in de les

Er zijn natuurlijk veel verschillende digitale tools die je kunt gebruiken in de klas. Sommige tools zoals Blooket (lees hier mijn blog over Blooket) gebruiken game-elementen. Met gamification kun je je lessen interactiever maken en zo leerlingen actiever bij de les te betrekken. Ook zou je het kunnen inzetten om leerlingen te laten samenwerken. Maar ook zonder digitale tools kan je vormen van gamification inzetten in je lessen.

Ik laat in deze blog zien welke digitale tools je kunt inzetten als je gamification wil gebruiken in je les, maar ook hoe je dit offline zou kunnen doen zonder hulp van digitale tools.

Wat is gamification eigenlijk?

Gamification houdt in dat je elementen uit games, zoals behaalde punten, levels, challenges of beloningen integreert in je eigen les. Het doel daarbij is om leerlingen actief bij de lesstof te betrekken door leren op die manier interessanter en uitdagender te maken. Denk bijvoorbeeld aan het verdienen van badges of het behalen van een high score of het voltooien van een quest of missie.

Digitale tools met game-elementen in de klas

Ik schreef al eerder over Blooket, maar er zijn meer digitale tools waarmee je game-elementen kunt gebruiken in je lessen.

Hier zijn enkele digitale tools die je kunt gebruiken om gamification in je lessen te brengen:

  • Quizlet Blast: in Quizlet Blast is een educatieve game waarbij een leerling een ruimteschip bedient. Leerlingen moeten dan vanuit het ruimteschip schieten op het juiste antwoord. Degene die het eerst het juiste antwoord geeft, krijgt een punt. Je kunt zelf een Quizlet aanmaken met begrippen/woordjes en jaartallen. Blast speel je in principe in groepen tot 4 personen. (Voor de methode Geschiedeniswerkplaats en Plein M heb ik voor bijna alle hoofdstukken en paragrafen Quizlets gemaakt die je kunt gebruiken hiervoor. Aan de bovenkant in het menu kun je kiezen voor Geschiedenis – Geschiedeniswerkplaats en dan kiezen voor het leerjaar en hoofdstuk wat je wil)
  • Quizlet Live: dit is al een wat oudere functie van Quizlet, hier kan je begrippen/woordjes en jaartallen laten overhoren in de klas. Leerlingen loggen in met een code.
  • Gimkit: met Gimkit kan je ook educatieve games maken van lesstof. Je kunt bijvoorbeeld begrippen, jaartallen of woordjes overhoren op een leuke manier. Als je je aanmeldt, krijg je 14 dagen toegang tot de pro-versie. Daarna is de gratis versie wat beperkter. Maar je kunt het natuurlijk ook zo inplannen dat je in die gratis proefperiode een game met de je klas doet.

Tips voor het Gebruik van Gamification in de Klas

  • Focus op leerproces in plaats van beloning. Beloningen zoals badges, punten of privileges kunnen helpen bij de motivatie van leerlingen, maar probeer het wel eerlijk en passend te houden. Zorg dat de focus blijft liggen op het leerproces in plaats van alleen de beloning. Geef ook aan waarom je iets op een bepaalde manier doet.
  • Wissel af tussen competitie en samenwerking. Door af te wisselen houd je het afwisselend en betrek je leerlingen die minder van competitie houden.
  • Eindig met een reflectie. Pobeer als je klaar bent met de activiteit (game of iets anders) even de les kort na te bespreken. Wat viel op? Wat ging er goed? Welk stukje van de lesstof is nog lastig voor leerlingen?

Gamification gebruiken zonder digitale tools

Je kunt ook zonder digitale tools gebruiken maken van game-elementen in je lessen. Hier een paar voorbeelden:

  • Levels: probeer je lesstof in te delen in levels. Zo is de basisstof bijvoorbeeld level 1, de verdiepingsstof level 2 etc. De toets is dan uiteindelijk de eindbaas die leerlingen moeten verslaan (bij wijze van). Of deel je lesstof in levels in. Probeer creatief met je lesstof om te gaan.
  • Rewards/beloningen: geef voor bepaalde dingen punten en probeer op positieve dingen te richten . Bijvoorbeeld als leerlingen huiswerk gemaakt hebben of als ze hun spullen bij zich hebben. Bij een bepaald aantal punten volgt er dan een beloning. Dat kan van alles zijn: een traktatie, een pen, een sticker of een leuk filmpje de laatste vijf minuten laten zien bijvoorbeeld. Zorg er wel voor dat leerlingen punten krijgen voor iets dat voor iedereen te behalen valt.
  • Badge/certificaat: denk aan de gymbadges van Ash uit Pokémon. Stel je voor dat je iets hebt behaald: dan krijg je een speciale badge of certificaat. Probeer geen verschil te maken tussen leerlingen: in principe moet het voor iedereen mogelijk zijn om een bepaalde badge te behalen.
  • Escape Room: de bekende escape room zou je ook offline kunnen gebruiken zonder devices in de klas.

Digitale tools gebruiken in de les

Je kunt digitale tools gebruiken als je je lessen interactiever wil maken of als je bijvoorbeeld wil controleren of leerlingen de lesstof begrepen hebben. Of misschien wil je je lessen interessanter of uitdagender maken voor leerlingen zodat ze meer betrokken of gemotiveerd worden. Er zijn veel redenen te bedenken waarom je gebruik zou willen maken van digitale tools in de klas.

Hier een overzicht van enkele digitale tools die je kunt gebruiken in je les.

Baamboozle

Baamboozle is een digitale tool waar je educatieve games mee kunt maken die leerlingen individueel of in teams kunnen spelen. Je kunt vrij makkelijk een quiz of oefentoets maken over de lesstof en daarna kiezen op welke manier je het wil inzetten. Voor Engels is er veel lesmateriaal beschikbaar voor bijvoorbeeld grammatica.

Tip om Baamboozle te gebruiken in je les:

  • Gebruik Baamboozle om de les af te sluiten met een kort spel of om moeilijke onderwerpen op een leuke manier te herhalen.

Padlet

Padlet is een digitaal prikbord waar leerlingen en docenten berichten, afbeeldingen, video’s en links kunnen plaatsen. Je kunt tegenwoordig ook met AI-recepten een sjabloon laten maken voor een les.

De tool werkt op alle apparaten en is eenvoudig te gebruiken voor zowel docenten als leerlingen.

Tip om Padlet te gebruiken in je les:

  • Je kunt leerlingen bijvoorbeeld de verwerking van een opdracht in Padlet laten zetten.
  • Of leerlingen in een groepje laten werken en de uitkomst van een opdracht in Padlet zetten (als tekst of video of afbeelding).
  • Laat leerlingen een digitale tijdlijn maken voor het vak geschiedenis met Padlet.
  • Of leerlingen een reflectie laten schrijven en dat laten plaatsen in Padlet. Maak ook gebruik van de AI-recepten functie.

Mentimeter

Met Mentimeter kun je heel makkelijk polls, quizzen, woordwolken en open vragen maken. Op die manier kun je snel en makkelijk feedback van je leerlingen verzamelen.

Tip om Mentimeter te gebruiken in je les:

  • Gebruik Mentimeter aan het begin van de les om voorkennis te activeren of aan het einde van de les om snel te checken wat leerlingen hebben opgestoken. (Als Exit-Ticket bijvoorbeeld)

Quizlet

Met Quizlet kunnen leerlingen actief oefenen met de lesstof door zichzelf te overhoren of door bijvoorbeeld te oefenen met flashcards. Ze kunnen hun eigen flashcards maken of gebruikmaken van een database vol met kant-en-klare sets.

Tip om Quizlet te gebruiken in je les:

  • Laat leerlingen hun eigen flashcards maken ter voorbereiding op een toets.
  • Maak zelf eerst een oefentoets voor leerlingen in Quizlet (of kijk in de database) en speel Quizlet Live met je klas. Je kunt het gebruiken om te controleren of leerlingen de lesstof hebben begrepen of een Exit-Ticket.
  • Met de functie Blast kan je van de ingevoerde begrippen of jaartallen een leuk spel maken wat je kunt spelen in de klas. (eind van de les om te controleren of leerlingen lesstof begrepen hebben bijvoorbeeld)

Flipgrid

Flipgrid is een tool waarmee leerlingen korte video’s kunnen maken als reactie op vragen of opdrachten.

Tip om Flipgrid te gebruiken in je les:

  • Laat leerlingen een korte uitlegvideo maken over een onderwerp uit de les.
  • Laat leerlingen een boekverslag maken in de vorm van een vlog met Flipgrid.

Plickers

Met Plickers kan je een quiz of oefentoets afnemen in de klas met behulp van kaartjes. Dat is wel handig, aangezien leerlingen geen telefoon gebruiken in de klas en een laptop niet altijd wenselijk is.

Je moet als docent zelf de app downloaden en een quiz/oefentoets aanmaken voor je leerlingen. Daarna kan je antwoordkaartjes printen. Je draait de quiz zelf op het bord en leerlingen geven met behulp van de kaartjes antwoord. Deze antwoordkaartjes gebruiken de leerlingen dan om antwoord te geven. Je moet als docent zelf de kaartjes scannen met behulp van de app op je telefoon.

Als je zelf niet graag je telefoon gebruikt in de klas, is dit misschien niet zo’n hele goede optie. Maar het is wel leuk om een keer te gebruiken bij het activeren van voorkennis of bij het controleren of leerlingen de lesstof begrepen hebben.

Edpuzzle

Edpuzzle maakt het mogelijk om video’s interactief te maken door er vragen of opmerkingen aan toe te voegen. Je kunt ook van je lesmateriaal een video maken. Op die manier kan je leerlingen actief naar een video laten kijken.

Tip om Edpuzzle te gebruiken in je les:

  • Voeg aan een video korte meerkeuzevragen of open vragen toe om te checken of leerlingen de belangrijkste punten begrijpen.

Sluit de les af met een Exit Ticket

Iedere docent weet wel dat het belangrijk is om een les goed af te sluiten. Maar soms schiet het er door de drukte misschien een beetje bij in. Als je veel verschillende lessen hebt op een dag, of het bijvoorbeeld net een hele drukke periode is.

Een goede afsluiting staat mooi als je een lesobservatie hebt, maar het is natuurlijk vooral belangrijk voor leerlingen om de stof te verwerken en voor de docent om te controleren of leerlingen de lesstof hebben begrepen.

Exit Ticket

Een Exit Ticket is één van de makkelijkste en snelste manieren om je les af te sluiten. Je kunt ervoor kiezen om het op papier te doen of om een device te gebruiken.

Exit Ticket zonder hulp van digitale tool

Zet een vraag voor de leerlingen op het bord wat te maken heeft met het lesdoel. Bijvoorbeeld:

  • ‘Noem één dat je vandaag hebt geleerd over … ‘
  • ‘Wat is het belangrijkste dat je geleerd hebt over … ‘
  • ‘Leg uit wat … betekent’
  • ‘Geef aan wat de gevolgen van … zijn’
  • Of laat leerlingen het lesdoel in vraagvorm beantwoorden.

Laat leerlingen het antwoord op een post-it schrijven en aan het eind van de les op het bord op de deur plakken. Dit is dan ook een mooi beginpunt voor je volgende les. Je kunt aan de post-its zien welke lesstof nog niet duidelijk is of juist wel.

Exit Ticket met behulp van digitale tool

Mentimeter

Mentimeter is heel handig om te gebruiken bij Exit Tickets. Je stelt een vraag via de app en leerlingen kunnen daar via hun device op reageren en je ziet als docent meteen de antwoorden op het scherm. Je kunt leerlingen ook anoniem laten antwoorden.

Het resultaat kan je dan gebruiken als beginpunt voor je volgende les. Of direct als je tijd over zou hebben.

Padlet

Padlet is eigenlijk een soort digitaal prikbord. Je kunt een digitaal prikbord aanmaken, de link delen met je leerlingen en vervolgens een berichtje aanmaken met een aantal vragen. (Kijk naar de vragen bij Exit Ticket). Leerlingen kunnen daar dan antwoord opgeven of een afbeelding/foto toevoegen.

Leerlingen zien ook de antwoorden van anderen. Dat kan een voordeel of een nadeel zijn, het is net hoe je het inzet.

LessonUp

In LessonUp is het heel makkelijk om een Exit Ticket toe te voegen aan je les. Je kunt een lesonderdeel toevoegen en dan kiezen voor ‘interactieve slide’.

Met een open vraag kan je leerlingen een langer antwoord laten typen. (Zie voor voorbeeldvragen hierboven bij Exit Ticket) en met quiz maak je meerkeuzevragen. Je ziet direct de antwoorden van leerlingen. Je kunt ervoor kiezen om er direct kort op te reageren of bijvoorbeeld de antwoorden mee te nemen naar de volgende les en dat als startpunt te zien.

Voorbeelden Juf Femke

Voorbeeld met kant-en-klare Exit Tickets van Juf Femke. In principe voor de basisschool, maar is ook goed te gebruiken in het voortgezet onderwijs.

Voorkennis activeren

Als je een nieuw onderwerp gaat behandelen in de les is het een goed idee om te controleren wat leerlingen al over het onderwerp weten. Op die manier kunnen leerlingen nieuwe informatie koppelen aan datgene wat ze al weten.

Verschillende manieren op voorkennis te activeren

Woordweb

Een hele bekende manier op voorkennis te activeren is met behulp van het woordweb. Je kunt het woordweb op de ouderwetse manier gewoon schrijven en tekenen op het bord, maar ook bijvoorbeeld een digitale tool zoals LessonUp gebruiken.

  • Schrijf in het midden van het bord het onderwerp op.
  • Vraag aan de leerlingen: ‘wat weet je nog over … ?’ of ‘wat weet je al over … ?’ Of vraag aan welke begrippen, jaartallen of andere dingen zij denken bij het onderwerp.
  • Vervolgens schrijf je de antwoorden op het bord.
  • Probeer bij het schrijven woorden die met elkaar te maken hebben bij elkaar te zetten. Of door middel van lijnen woorden aan elkaar te verbinden.
  • Bespreek de woorden die op het bord staan, leg verbanden en gebruik de woorden straks bij je uitleg van nieuwe lesstof.

Quiz (Bijvoorbeeld Kahoot)

Maak een korte quiz in bijvoorbeeld Kahoot met vragen over het onderwerp en begrippen die erbij horen. Wat weten de leerlingen al over het onderwerp? Je kunt je uitleg aanpassen na de quiz, omdat je er dan beter zicht op heb wat leerlingen al weten. (Of juist helemaal niet weten)

Je kunt natuurlijk ook een quiz zonder devices geven. Zet op een slide dan verschillende vragen en laat leerlingen de antwoorden op papier invullen.

Afbeelding intro

Zoek een afbeelding die met het onderwerp te maken heeft. En begin de les met deze afbeelding op het bord.

Stel bijvoorbeeld één van de volgende vragen:

  • Wat zie je op deze afbeelding?
  • Wat weet je al over het onderwerp wat op deze afbeelding staat afgebeeld?
  • Wat valt je op aan deze afbeelding?
  • Uit welke periode denk je dat deze afbeelding komt?
  • Waarom denk je dat deze afbeelding belangrijk is voor het onderwerp dat we gaan bespreken?
  • Wie herken je op deze foto? (Bijvoorbeeld bij geschiedenis met historische personen)

3-2-1 Methode

Schrijf een begrip of woord op waar de les over zal gaan. Daarna laat je leerlingen drie dingen opschrijven die ze al weten over dit onderwerp, twee vragen die ze hebben over dit onderwerp en één dat ze hier graag over willen leren.

Je kunt dit ook digitaal doen met bijvoorbeeld LessonUp.

Stellingen goed/fout

Begin de les met een aantal stellingen over het onderwerp. Leerlingen moeten dan aangeven of de stelling juist of onjuist is.

Je kunt ervoor kiezen om dit bijvoorbeeld met post-its te doen, of met staan/zitten (staan als het goed is en zitten als het fout is).

Pas daarna je uitleg aan op basis van de antwoorden van de leerlingen.

Tijdlijn (geschiedenis)

Zet een aantal historische gebeurtenissen op het bord die te maken hebben met het onderwerp dat je gaat behandelen. Laat leerlingen daarna de gebeurtenissen op een tijdbalk zetten. Weten ze nog op welke plekken bepaalde gebeurtenissen horen te staan op de tijdlijn?

Je kunt ook een tijdlijn maken waar je zelf al een paar gebeurtenissen op hebt gezet. Daarna geef je een aantal historische gebeurtenissen en laat je leerlingen de gebeurtenissen op de tijdlijn opvullen.