Wisbordjes gebruiken in de klas: hoe en waarom?

Je hebt wisbordjes vast weleens voorbij zien komen. Het zijn bordjes waarop een leerling een antwoord kan opschrijven en dan omhoog houdt. Je ziet ze veel op de basisschool, maar ook wel in het voortgezet onderwijs. Maar waarom zou je ze gebruiken? Wat maakt ze zo handig? In deze blog lees je hoe wisbordjes je lessen actiever maken, waar je ze kunt vinden (of hoe je ze zelf kunt maken) en hoe je ze handig inzet in het voortgezet onderwijs.

Waarom werken wisbordjes zo goed?

Wisbordjes lijken misschien iets voor de basisschool, maar ook in het voortgezet onderwijs zijn ze handig om in te zetten. Ze zorgen ervoor dat leerlingen actief meedoen – niet alleen de snelle denkers of de mondige leerlingen. Daarnaast geven ze je als docent direct inzicht in het begrip van de klas.

Even een voorbeeld: stel, je geeft een geschiedenisles over de Romeinen. In plaats van één leerling te vragen om uit te leggen wat een consul deed, laat je iedereen op een wisbordje een antwoord schrijven. Vervolgens laat je de bordjes tegelijk omhoog houden. Zo zie je in één oogopslag of de klas het begrijpt en wie nog extra uitleg nodig heeft.

Ook is het fijn omdat je geen device in de klas nodig hebt. De laptops kunnen gewoon in de tas blijven.

De voordelen op een rijtje:

  • Iedereen doet mee – Geen escape, want iedereen moet een antwoord geven.
  • Snelle feedback – Je ziet meteen wie de stof snapt en waar nog onduidelijkheden zitten.
  • Laagdrempelig – Leerlingen durven eerder iets op te schrijven dan hardop te zeggen.
  • Veelzijdig – Geschikt voor vrijwel elk vak en elk leerjaar.
  • Geen device nodig – zorgt ervoor dat leerlingen meer focus op de les hebben en geen andere dingen gaan doen.

Waar haal je wisbordjes (of hoe maak je ze zelf)?

Je hoeft echt geen dure sets aan te schaffen. Kan natuurlijk wel als je dat wilt, maar er zijn genoeg budgetopties en DIY-oplossingen.

Budgetopties:

  • Action – Kleine whiteboards met een stift en wisser, perfect voor individueel gebruik.
  • HEMA of Xenos – Regelmatig kleine whiteboards in het assortiment.
  • Bol.com – Klassensets of wisbordjes met lijntjes/ruitjes.
  • Shein/Temu – zijn soms dezelfde dingen als die je in de winkels of online vindt, maar dan goedkoper.

Zelf maken:

  • Showtassen als wisbordjes – Stop een leeg A4’tje (of een vel met lijntjes/ruitjes) in een doorzichtige insteekhoes. Werkt perfect met bijvoorbeeld whiteboardstiften!
  • Lamineer een vel papier – Print een leeg blad of een werkblad en lamineer het. Werkt net zo goed als een wisbordje.
  • Plastic placemats – Een gladde placemat (bijvoorbeeld van Action) werkt ook prima als wisbordje.

Beste stiften en wisser-tips:

  • Gebruik dunne whiteboardstiften, zodat leerlingen leesbaar kunnen schrijven.
  • Laat leerlingen een microvezeldoekje gebruiken als gum. (Of een watje bijvoorbeeld, maar dat kan je niet echt vaker gebruiken)

Hoe gebruik je wisbordjes effectief in de les?

Laten we eens kijken hoe je wisbordjes praktisch inzet in een les. Neem een vmbo-les aardrijkskunde (of mens en maatschappij) over vulkanen.

Lesstart – voorkennis activeren
Begin de les met de vraag: Wat weet je al over vulkanen? Laat leerlingen in 30 seconden opschrijven wat in hen opkomt en houd de bordjes omhoog. Zo krijg je direct een indruk van hun voorkennis.

Kern – check begrip tijdens uitleg
Leg uit hoe een vulkaan ontstaat en stel daarna een snelle vraag. Leerlingen schrijven het op en laten hun antwoord zien. Zie je veel twijfel? Dan neem je de uitleg nog een keer door.

Toepassing – korte quiz
Aan het einde van de les doe je een snelle quiz met meerkeuzevragen. Laat ze ‘A’, ‘B’ of ‘C’ opschrijven en omhoog houden. Zo zie je direct of de stof is blijven hangen.

Andere manieren om wisbordjes in te zetten:

  • Woordweb maken – Laat leerlingen in 1 minuut alle begrippen opschrijven die ze onthouden van de vorige les.
  • Ja/nee-vragen – Bijvoorbeeld bij maatschappijleer: Hebben we in Nederland een directe democratie?
  • Tekenopdracht – Laat leerlingen een grafiek, tijdlijn of simpel schema tekenen. Werkt goed bij geschiedenis, biologie en economie.
  • Zelfreflectie – Laat ze in 1 minuut opschrijven: Wat vond ik het moeilijkst aan deze les?

Veelgemaakte fouten bij het gebruik van wisbordjes

Hoewel wisbordjes superhandig zijn, kunnen ze ook verkeerd ingezet worden. Dit zijn een paar valkuilen waar je op moet letten:

Te open vragen stellen – Als de vraag te breed is, krijg je ongestructureerde antwoorden. Houd vragen kort en gericht, zoals: Noem twee oorzaken van de Eerste Wereldoorlog.

Geen tijdslimiet geven – Zonder tijdsdruk blijven sommige leerlingen eindeloos nadenken. Geef een strakke tijdslimiet, bijvoorbeeld 30 seconden en tel af.

Te veel nadruk op juiste antwoorden – Wisbordjes zijn bedoeld om te checken of leerlingen de stof begrijpen. Maak duidelijk dat fouten maken mag en dat het een oefening is, geen test.

Geen duidelijke instructies – Wat doe je als leerlingen klaar zijn? Hoe houden ze hun bordjes omhoog? Maak afspraken zodat het soepel verloopt.

Niet goed nakijken wat leerlingen opschrijven – Het heeft geen zin als je alleen even over de klas kijkt en geen actie onderneemt. Gebruik de antwoorden om in te spelen op misconcepties en extra uitleg te geven.

Tips

  • Geef duidelijke instructies – Hoe lang hebben ze? Hoe laten ze het bordje zien? Oefen het eerst een paar keer, doe het zelf voor en laat zien hoe je wil dat leerlingen de wisbordjes gebruiken.
  • Maak het een routine – Als je wisbordjes vaak gebruikt in je les, wordt het een routine en gaan leerlingen er sneller en beter mee werken.
  • Gebruik kleuren en symbolen – Laat leerlingen kleuren gebruiken om bijvoorbeeld verbanden aan te geven.
  • Maak het speels en zet game-elementen in – Zet een timer of maak er een kleine wedstrijd van (bijv. wie het snelst een correct antwoord heeft). (Maar niet altijd, anders kunnen andere leerlingen ook juist afhaken)
  • Geen wisbordjes? Gebruik digitale alternatieven zoals LessonUp, Padlet, Mentimeter etc.

Conclusie

Wisbordjes zijn een simpele, maar krachtige tool om je lessen interactiever te maken. Ze zorgen voor actieve betrokkenheid, snelle feedback en geven jou als docent inzicht in wat je leerlingen wel en niet begrijpen. Of je ze nu koopt bij de Action, zelf maakt of een digitale variant gebruikt, ze zijn onmisbaar in een activerende les.

Gebruik jij al wisbordjes in je lessen? Laat hieronder weten hoe jij ze inzet!

De 3-2-1-methode: zo gebruik je deze werkvorm in elke fase van je les

De 3-2-1-methode is een manier om leerlingen actief met de lesstof aan de slag te laten gaan. Of je deze werkvorm nu gebruikt om voorkennis te activeren, leerstof te verwerken of de les af te sluiten: je krijgt meteen inzicht in wat leerlingen hebben geleerd en je kunt het snel en in principe zonder voorbereiding inzetten.

Hoe werkt de 3-2-1-methode in het kort?

Leerlingen beantwoorden drie vragen en schrijven dit bijvoorbeeld op een wisbordje of post-it. Bijvoorbeeld:

  • 3 dingen die ze hebben geleerd
  • 2 vragen die ze nog hebben
  • 1 ding waar je meer over zou willen leren

Klinkt simpel? Dat is het ook! De werkvorm 3-2-1 ken je misschien als exit-ticket. Maar je kunt de 3-2-1-werkvorm inzetten in verschillende fasen van je les en aanpassen aan jouw vak en doelgroep. Ook hoef je niet per se altijd dezelfde drie vragen te stellen.

Hieronder vind je 13 verschillende manieren om deze werkvorm te gebruiken in de les.


3-2-1 als lesstarter: voorkennis activeren

Wil je weten wat je leerlingen al weten over een onderwerp? Gebruik 3-2-1 om voorkennis op te halen.

1. Wat weet je al?

Laat leerlingen 3 dingen opschrijven die ze al weten, 2 vragen bedenken over het onderwerp en 1 voorspelling doen over wat ze gaan leren. Laat leerlingen hun antwoorden opschrijven op post-its of wisbordjes. Bespreek klassikaal.

2. 3-2-1 in tweetallen

Leerlingen bespreken samen 3 feitjes over het onderwerp, 2 dingen die ze interessant vinden en 1 vraag waar ze benieuwd naar zijn. Vervolgens vraag je een paar leerlingen klassikaal naar de antwoorden, bijvoorbeeld met het namenrad of beurtstokjes.

3. 3-2-1 op het bord

Schrijf op het bord: noem 3 dingen die je nog weet van het onderwerp uit de vorige les, noem 2 dingen die je nog lastig vindt van vorige les en noem 1 vraag over de lesstof. Laat leerlingen hun antwoorden opschrijven op post-its of wisbordjes. Bespreek klassikaal.

4. 3-2-1 mindmap

In plaats van tekst schrijven, maken leerlingen een kleine mindmap op een wisbordje of kladpapiertje met 3 begrippen, 2 details van begrippen en 1 vraag over de lesstof.


3-2-1 tijdens de les: verwerken en herhalen

Wil je controleren of leerlingen de uitleg begrijpen? Gebruik 3-2-1 tijdens de les als check.

5. De snelle samenvatting

Laat leerlingen in maximaal 3 zinnen de kern van de uitleg samenvatten, gevolgd door 2 dingen die ze nog lastig vinden en 1 inzicht dat ze hebben opgedaan. Laat leerlingen hun antwoorden opschrijven op post-its of wisbordjes. Bespreek klassikaal.

6. Teken je kennis

In plaats van tekst schrijven, laten leerlingen 3 dingen tekenen die ze hebben geleerd, 2 vragen opschrijven en 1 woord of symbool tekenen dat hun inzicht samenvat. Laat leerlingen hun tekening maken op een kladpapier of wisbordjes. Bespreek er een paar klassikaal.

7. 3-2-1 quiz

Leerlingen bedenken 3 toetsvragen, 2 moeilijke begrippen die uitleg nodig hebben, en 1 extra moeilijke vraag. Dan in tweetallen elkaar de vragen stellen en klassikaal terugkoppelen door een paar leerlingen te vragen dit voor de klas te doen.

8. 3-2-1 met rondlopen in de klas en antwoorden op schrijven

Schrijf 3-2-1 op grote vellen papier en hang ze op in de klas of doe het op het bord als je daar ruimte voor hebt. Leerlingen lopen rond en vullen de vellen aan met hun eigen antwoorden.


3-2-1 als afsluiting: reflecteren en controleren

Gebruik deze werkvorm aan het einde van de les om te controleren wat is blijven hangen.

9. Klassiek exit ticket

Laat leerlingen 3 dingen opschrijven die ze hebben geleerd, 2 vragen die ze nog hebben en 1 ding dat ze interessant vonden.

10. De fout opsporen

Schrijf een foute bewering over de lesstof op het bord. Laat leerlingen 3 dingen noteren die wél kloppen, 2 vragen stellen over het onderwerp, en 1 fout corrigeren.

11. 3-2-1 discussie

Laat leerlingen 3 dingen opschrijven die ze hebben geleerd, 2 vragen die ze nog hebben en 1 ding dat ze interessant vonden. Laat leerlingen dan eerst hun antwoorden opschrijven en daarna in tweetallen bespreken wat ze hebben geleerd en welke vragen ze nog hebben.

12. 3-2-1 voor de volgende les

Laat leerlingen 3 dingen opschrijven die ze moeten onthouden, 2 dingen die ze nog willen herhalen, en 1 vraag voor de volgende les. Dit kun je gebruiken om de volgende les te starten.

13. Reflectiekaartje

Geef leerlingen een klein kaartje waarop ze hun 3-2-1 opschrijven. Verzamel ze en gebruik ze als feedback voor je volgende les.


Waarom is de 3-2-1-methode goed om in te zetten?

  • Snelle en makkelijke werkvorm – Geen voorbereiding nodig.
  • Flexibel in te zetten – Geschikt voor elk vak en elke klas.
  • Helpt leerlingen actief nadenken – Ze verwerken de lesstof meteen.
  • Geeft directe feedback – Jij ziet direct wat leerlingen wel en niet snappen.

Tip: Maak een vaste routine van 3-2-1

Hoe vaker je deze werkvorm gebruikt, hoe voorspelbaarder en gemakkelijker het voor leerlingen wordt om snel na te denken over hun leerproces. Je lessen worden interactiever en je hebt direct zicht op het begrip van je leerlingen.

Activerende werkvorm: Speel Pictionary in de klas

Pictionary is een activerende werkvorm die leerlingen uitdaagt om begrippen of bijvoorbeeld historische personen te tekenen en te raden. Zo verwerken ze de lesstof op een actieve manier.

In deze blog leg ik uit hoe je Pictionary kunt inzetten in je les en hoe je het voorbereidt. Scroll naar beneden om het werkblad met de lesbrief gratis te downloaden.

Deze werkvorm is geschikt voor verschillende vakken en niveaus.

Stap 1: Voorbereiding

  1. Kies de begrippen
    Selecteer 10 tot 15 begrippen. Het hoeven niet per se begrippen te zijn, maar ook bijvoorbeeld namen van historische figuren, geografische locaties of andere relevante begrippen.
  2. Maak kaartjes
    Schrijf elk begrip op een apart kaartje. Gebruik verschillende kleuren om het niveau van de begrippen aan te geven. (Bijvoorbeeld gekleurd karton van de Action)De kaartjes kunnen gelamineerd worden of op stevig papier geprint, zodat je ze vaker kunt gebruiken.
  3. Verdeel de klas in teams
    Laat leerlingen in groepjes van 3 of 4 samenwerken, zodat iedereen een beurt krijgt als tekenaar en als raadteam. Je kunt willekeurige groepjes maken met een tool zoals Groepjesmaker.

Stap 2: Zo speel je Pictionary in de klas

Pictionary kun je op verschillende manieren spelen, dit is een manier hoe je het in de klas zou kunnen spelen:

  1. Verdeel de klas in teams
    Elk team speelt om de beurt als tekenaar.
  2. Introductie (5 minuten)
    Leg de spelregels uit:
    • Eén leerling trekt een begrip en tekent dit op het bord.
    • De rest van de klas probeert het begrip te raden.
    • Woorden, letters en cijfers zijn niet toegestaan.
    • De eerste leerling die het juiste antwoord geeft, verdient een punt.
  3. Spelronde (15-20 minuten)
    • Een team kiest een tekenaar.
    • De tekenaar trekt een begrip en begint te tekenen.
    • De klas heeft één minuut om het begrip te raden.
    • Wissel na elk begrip van tekenaar en team.
  4. Afsluiting en reflectie (5 minuten)
    • Bespreek welke begrippen lastig waren om te tekenen en waarom.
    • Vraag bijvoorbeeld leerlingen hoe zij een moeilijk begrip zouden tekenen als ze een tweede kans zouden krijgen.

Tips om Pictionary goed te laten verlopen

  • Houd de tijd bij met een stopwatch (timer op je mobiel) om het speltempo hoog te houden.
  • Moedig leerlingen aan om te blijven raden, ook als het niet meteen lukt.
  • Differentiatie is mogelijk door makkelijke en moeilijke begrippen te combineren.
  • Overweeg een klein prijsje voor het team met de meeste punten. (Of een privilege bijvoorbeeld)

Download de lesbrief

Heb je deze opdracht gebruikt in je les? Ik ben benieuwd naar jouw ervaringen! Laat een reactie achter of deel je feedback.

Zoek je meer activerende werkvormen? Neem dan regelmatig een kijkje op mijn website voor nieuw lesmateriaal of praktische opdrachten voor in de klas.

Activerende werkvorm: begrippen oefenen met dobbelsteen

Wil je dat je leerlingen op een actieve manier met begrippen oefenen? Dan is deze werkvorm met een dobbelsteen een leuke manier om het leren interactief te maken. Het is eenvoudig voor te bereiden en je hebt er geen digitale middelen voor nodig.

Waarom zou je deze werkvorm inzetten?

Begrippen of woordjes leren kan soms saai zijn. Of misschien gebruik je altijd een digitale tool zoals Quizlet om begrippen of woordjes te overhoren. En zou je ter afwisseling ook eens een andere werkvorm willen inzetten zonder digitale hulpmiddelen. Deze activerende werkvorm helpt leerlingen om begrippen beter te begrijpen en toe te passen.

Hoe werkt de activerende werkvorm met een dobbelsteen?

Met deze werkvorm oefenen leerlingen begrippen door middel van een dobbelsteen. Afhankelijk van het gegooide getal voeren ze een verschillende opdracht uit. Dit helpt hen de begrippen beter te onthouden en in context te plaatsen.

Voorbereiding voor de docent.

  1. Maak een lijst met begrippen die de leerlingen moeten leren. Dit kan uit de lesmethode komen of een zelfgemaakte lijst zijn.
  2. Maak zes opdrachten en koppel deze aan de cijfers op de dobbelsteen. Bijvoorbeeld:
    • 1: Leg het begrip uit in je eigen woorden.
    • 2: Geef een voorbeeld waarin het begrip voorkomt.
    • 3: Teken het begrip (net zoals bij Pictionary).
    • 4: Gebruik het begrip in een zin.
    • 5: Vraag een medeleerling om het begrip uit te leggen.
    • 6: Kies een ander begrip en leg het verschil uit. (Je kunt natuurlijk andere opdrachten koppelen aan de nummers, kijk wat bij jou en je les past)
  3. Maak vervolgens begrippenkaartjes door deze te printen of op losse papiertjes te schrijven. Als je de kaartjes vaker wil gebruiken is het ook een idee om ze te lamineren.
  4. Print per groepje een opdrachtenkaart met de zes opdrachten. Ook hierbij is het handig om te lamineren als je het vaker gaat gebruiken.
  5. Deel de klas in groepjes (gebruik bijvoorbeeld de online groepenmaker. Het is handig om de groepen al eerder samen te stellen en hier een slide van te maken zodat je het snel op je bord kunt zetten.
  6. Zorg voor voldoende dobbelstenen. Grote dobbelstenen zijn handig, omdat ze minder snel kwijt raken. Je kunt bij de Action of Hema vaak van die grote en zachte dobbelstenen kopen. Of online bestellen kan natuurlijk ook.
  7. Maak een instructieslide in PowerPoint, LessonUp of Google Slides. Zet daar de instructie in van het spel, zodat leerlingen dat kunnen gebruiken.

Uitvoering in de klas

Benodigdheden per groep:

  • Een dobbelsteen
  • Een stapel begrippenkaartjes
  • Een opdrachtkaart met de zes opdrachten
  • Een pen en een blad voor aantekeningen

Instructie voor op het bord

  • Stap 1 – bepaal wie er begint.
  • Stap 2 – Pak een begrippenkaart en gooi de dobbelsteen.
  • Stap 3 – Voor de opdracht uit die hoort bij het gegooide cijfer. Een andere leerling schrijft op welk begrip het was, welk nummer er gegooid is en of het antwoord goed of fout was.
  • Stap 4 – Daarna is de volgende leerling aan de beurt. Speel twee rondes. Vergeet het aantekeningenblad niet in te vullen

Instructie begrippen oefenen met dobbelsteen

Geef elk groepje een dobbelsteen, een stapel begrippenkaartjes en een blad voor
aantekeningen.

  1. Laat een leerling een begrippenkaartje pakken en de dobbelsteen gooien.
  2. De leerling voert de opdracht uit die hoort bij het gegooide cijfer.
  3. De rest van het groepje controleert of het antwoord goed is (eventueel met een boek
    of woordenlijst erbij). Een andere leerling uit de groep maakt een korte aantekening:
    welk begrip werd er genoemd, welk cijfer was er gegooid en was het antwoord goed?
  4. Speel het niet te lang, laat iedere leerling één of twee keer gooien.

Afronding & Reflectie

Laat aan het eind van de opdracht de aantekeningen inleveren en bespreek kort:

  • Hoe ging het?
  • Wat viel op?
  • Welke opdracht vonden leerlingen het makkelijkst of juist het moeilijkst?

Door deze korte reflectie stimuleer je leerlingen om na te denken over hun eigen leerproces.

Variaties werkvorm

  • Maak verschillende niveaus begrippenkaartjes. Je kunt hier ook verschillende kleuren voor gebruiken.
  • Voeg een tijdslimiet toe voor extra uitdaging.
  • Laat leerlingen hun eigen opdrachten bedenken en kies er daarna een paar uit en pas het opdrachtenblad aan.

Download gratis het werkblad – Activerende werkvorm – Begrippen oefenen met dobbelsteen

Wil je deze werkvorm proberen in jouw klas? Download hier gratis de opdrachtenkaart en begrippenkaartjes!

Heb je deze opdracht gebruikt in je les? Ik ben benieuwd naar jouw ervaringen! Laat een reactie achter of deel je feedback.

Zoek je meer activerende werkvormen? Neem dan regelmatig een kijkje op mijn website voor nieuw lesmateriaal of praktische opdrachten voor in de klas.

Activerende werkvorm: Begrippen oefenen met dominokaartjes

Nieuwe begrippen leren kan voor leerlingen best lastig zijn. Vaak lezen ze een lijst met termen en definities, maar echt begrijpen en onthouden is iets anders. Hoe zorg je ervoor dat leerlingen actief met de lesstof aan de slag gaan?

Een manier waarbij leerlingen actief aan de slag gaan is begrippen oefenen met dominokaartjes. Dit spel laat leerlingen verbanden leggen tussen begrippen en omschrijvingen, terwijl ze actief met de stof bezig zijn.

In deze blog leg ik in het kort uit hoe je deze werkvorm inzet en deel ik daarna een uitgebreid gratis werkblad en sjablonen waarmee je direct aan de slag kunt.


Hoe werkt het?

Met dominokaartjes koppelen leerlingen begrippen aan de juiste omschrijvingen. Elk kaartje heeft twee helften: aan de ene kant staat een begrip, aan de andere kant een bijpassende definitie. De kaartjes vormen samen een doorlopende reeks, net als bij het klassieke dominospel.

Deze werkvorm is geschikt voor allerlei vakken, zoals geschiedenis, aardrijkskunde en economie.

  • Leerlingen oefenen actief met begrippen en hun betekenis.
  • Ze moeten verbanden leggen en uitleggen waarom iets klopt.
  • Het is een gestructureerde en speelse manier om de stof te herhalen.

Voorbereiding als docent

Een korte samenvatting van de werkvorm lees je hier. De volledige lesbrief download je onderaan de pagina.

  1. Maak een lijst met begrippen en omschrijvingen.
    Gebruik de begrippen uit je methode of stel zelf een lijst samen.
  2. Ontwerp de domino-kaartjes.
    • Elk kaartje bestaat uit twee helften:
      • Een begrip, woord, afbeelding of vraag.
      • De bijpassende omschrijving, antwoord of synoniem.
    • De rechterhelft van één kaartje moet aansluiten op de linkerhelft van een ander kaartje.
  3. Verschillende manieren om kaartjes te maken.
    • Maak de kaartjes zelf in Canva, Word of PowerPoint.
    • Print en lamineer ze voor hergebruik.
    • Wil je differentiëren? Maak setjes met verschillende niveaus.
  4. Test je set voordat je deze gebruikt in de les.
    • Zorg ervoor dat er een startkaartje is. Dit is een kaartje dat nergens op hoeft aan te sluiten.
    • Check of alle kaartjes logisch op elkaar aansluiten.

Zo speel je het in de klas

Een korte samenvatting van de werkvorm lees je hier. De volledige lesbrief download je onderaan de pagina.

Stap 1: Verdeel de klas in kleine groepjes.
Zorg ervoor dat je vooraf al groepjes hebt gemaakt. Elk groepje krijgt een set kaartjes.

Stap 2: Start het spel.

  • De kaarten liggen door elkaar.
  • Elk groepje krijgt een beginkaartje.
  • Om de beurt leggen leerlingen een kaartje aan als het past.
  • Ze moeten hardop uitleggen waarom het begrip en de omschrijving bij elkaar horen.

Stap 3: Loop rond en observeer.

  • Help als leerlingen vastlopen.
  • Stimuleer uitleg en discussie over de begrippen.

Stap 4: Afsluiting en klassikale bespreking.

  • Elk groepje presenteert kort hun domino-rij.
  • Bespreek samen:
    • Waarom horen deze begrippen bij elkaar?
    • Welke begrippen vonden jullie lastig?
    • Welke kaartjes zorgden bijvoorbeeld voor discussie?

Fouten maken mag – het gaat erom dat leerlingen ervan leren.


Waarom zou je deze werkvorm kiezen?

  • Actief leren: leerlingen leren actief door begrippen te koppelen aan de juiste betekenis.
  • Samenwerken en uitleggen: door samen te werken en elkaar dingen uit te leggen, onthouden leerlingen de stof beter.

Veel succes met deze activerende werkvorm!

Heb je deze opdracht gebruikt in je les? Ik ben benieuwd naar jouw ervaringen! Laat een reactie achter of deel je feedback.

Zoek je meer activerende werkvormen? Neem dan regelmatig een kijkje op mijn website voor nieuw lesmateriaal of praktische opdrachten voor in de klas.

Activerende werkvorm: begrippenbingo

Hoe speel je begrippenbingo met je leerlingen in de les?

Je geeft leerlingen voor de les begint een bingokaart en tijdens de uitleg kunnen zij dan een begrip aanvinken waarvan zij denken dat het beschreven wordt.

Begrippenbingo bij geschiedenis

  • Bij geschiedenis kan je er ook voor kiezen om jaartallen of historische personen op de bingokaart te zetten in plaats van alleen begrippen.

Voorbereiding

  • Maak een lijst van ongeveer 20 tot 30 begrippen.
  • Maak een bingokaart (3×3 of 4×4) met willekeurige combinaties van de begrippen (of jaartallen of historische personene) Als je zelf niet zo handig bent (zoals ik), is het ook een idee om online bingokaarten te maken. Gebruik bijvoorbeeld deze site: Free custom bingo card generator of Free Bingo Card Generator | Play Online or Print Cards
  • Maak voor jezelf een nakijkmodel, zodat je weet welke begrippen je noemt in welke volgorde.
  • Prijsjes: zorg ervoor dat je een paar leuke kleine prijsjes hebt. Bijvoorbeeld een sticker, een pen of iets anders dat je zelf leuk vindt om te geven. (Zorg er wel voor dat het voor iedereen leuk moet zijn, of laat leerlingen een prijsje kiezen zodat ze de keuze hebben uit meerdere dingen)
  • In plaats van prijsjes zou je ook een privilege kunnen geven. Bijvoorbeeld dat je vijf minuten eerder weg mag, of dat een leerling een keer zelf mag kiezen waar hij of zij gaat zitten of iets anders. Maar bespreek dat wel eerst op je school of dit wenselijk is.

Begrippenbingo spelen in de les

  • Elke leerling krijgt een bingokaart met begrippen. Je kunt ervoor kiezen om het meteen bij binnenkomst aan leerlingen te geven of juist na je intro vlak voor je wil beginnen.
  • Vertel kort wat de bedoeling is.
  • Daarna geef je één voor één uitleg over de begrippen. Dit kun je bijvoorbeeld doen door:
    • Een definitie te geven (die van jezelf of die uit je lesboek)
    • Een voorbeeld te noemen.
    • Het begrip te beschrijven zonder het direct te noemen.
  • Leerlingen vinken dan het begrip aan hun kaart als ze denken dat het bij de uitleg hoort.
  • Bingo: Zodra een leerling een rij, kolom of diagonaal vol heeft, roept diegene: “Bingo!” en controleer je de antwoorden. Als het klopt mag de leerling een prijsje uitzoeken.
  • Speel door tot een volle kaart of bepaal dat meerdere rijen een prijs opleveren.
  • Eindig daarna met een korte reflectie: wat waren de antwoorden? Welk begrip was moeilijk? Welke juist niet?
  • Laat de leerlingen één of twee begrippen opschrijven die ze extra gaan oefenen voor de toets.

Download gratis lesbrief

Heb je deze opdracht gebruikt in je les? Ik ben benieuwd naar jouw ervaringen! Laat een reactie achter of deel je feedback.

Zoek je meer activerende werkvormen? Neem dan regelmatig een kijkje op mijn website voor nieuw lesmateriaal of praktische opdrachten voor in de klas.