Reflecteren: Stop – Start – Doorgaan

Dit formulier kun je op veel momenten gebruiken, bijvoorbeeld aan het einde van een periode of vlak voor een schoolvakantie.

Zo werkt het

  • Stop: wat werkte minder goed en wil je anders doen?
  • Start: wat wil je komende periode proberen of oefenen?
  • Doorgaan: wat ging goed en wil je blijven doen?

Mentorklas

Laat leerlingen het formulier invullen aan het einde van een periode, of een bepaald project of vlak voor een vakantie. Je kunt het als leidraad gebruiken bij een mentorgesprek of gesprek met ouder(s) of verzorger(s).

Collega’s

Gebruik het formulier in een team- of sectiebijeenkomst. Of bijvoorbeeld bij een bijeenkomst met nieuwe docenten. Iedereen vult het dan eerst voor zichzelf in, daarna delen in tweetallen en vervolgens per tweetallen een leerpunt of inzicht delen.

Download hieronder het formulier.

Mentorles: hoe ga je het gesprek aan over social media?

Sociale media zijn niet meer weg te denken uit het leven van jongeren. Maar hoe ga je als mentor met je leerlingen het gesprek aan over social media zonder dat ze meteen afhaken of dat het belerend overkomt? In deze blog krijg je tips en werkvormen om het gesprek bijvoorbeeld tijdens een mentorles op gang te brengen.

Waarom is dit gesprek belangrijk?

Jongeren leven voor een gedeelte online (niet iedereen natuurlijk, maar een groot deel wel). Ze delen, liken, swipen en scrollen wat af. Maar dat heeft ook impact op hun zelfbeeld, concentratie en sociale vaardigheden. Als mentor heb je de kans om dit bespreekbaar te maken en leerlingen bewust te laten nadenken over hun eigen gebruik van sociale media. Dit sluit aan bij de pijlers van digitale geletterdheid zoals gedefinieerd door het SLO:

  • Informatievaardigheden – Hoe herkennen leerlingen nepnieuws en betrouwbare bronnen?
  • Mediawijsheid – Hoe gaan ze bewust om met hun online identiteit en privacy?
  • ICT-basisvaardigheden – Hoe gebruiken ze digitale middelen op een verantwoorde manier?
  • Computational thinking – Hoe doorzien ze bijvoorbeeld de algoritmes achter hun tijdlijn?

Hoe creëer je een veilige sfeer?

Het bespreken van sociale media kan gevoelig liggen. Vooral als het gaat over onderwerpen als online pesten, druk om altijd bereikbaar te zijn of negatieve reacties. Hier zijn een paar tips om een veilige sfeer te waarborgen:

  • Maak duidelijke afspraken – Bespreek met je klas dat iedereen respectvol met elkaars ervaringen omgaat.
  • Gebruik anonieme werkvormen – Bijvoorbeeld een vragenbox waarin leerlingen hun ervaringen kunnen delen zonder dat hun naam genoemd wordt.
  • Wees open en oordeel niet – Laat leerlingen vrij praten zonder een mening of oordeel te geven. Geef ook niet meteen een oplossing.
  • Laat ruimte voor emoties – Sommige onderwerpen kunnen iemand persoonlijk raken, dus zorg dat er tijd is om hierover te praten.
  • Geef leerlingen de optie om na de les met je te praten als ze ergens mee zitten. Of geef aan wanneer ze met je kunnen praten, of dat ze je een e-mail bijvoorbeeld sturen.

Hoe begin je?

Zorg ervoor dat je niet te belerend bent naar de leerlingen toe. Wees nieuwsgierig en laat hen aan het woord. Een paar startvragen:

  • Welke apps gebruik jij het meest en waarom?
  • Wat is het leukste en het vervelendste aan social media?
  • Heb je weleens iets meegemaakt online dat je vervelend vond?
  • Hoe weet je of iets dat je online ziet betrouwbaar is?

Een paar korte activerende werkvormen

Wil je het gesprek wat interactiever maken? Probeer dan een van deze werkvormen:

  • Stellingenrondje – Laat leerlingen reageren op stellingen zoals ‘Zonder social media zou mijn leven leuker zijn’ of ‘Ik voel me soms verplicht om direct te reageren op berichten’. Kan bijvoorbeeld met digitale tool zoals Mentimeter of LessonUp. Laat leerlingen anoniem reageren.
  • Schermtijd – Laat leerlingen hun gemiddelde schermtijd opschrijven en raden hoe dit zich verhoudt tot het gemiddelde in de klas. Het is handig om dit bijvoorbeeld met Mentimeter te doen.
  • Storytime – Laat leerlingen (anoniem) een positieve en een negatieve socialmedia-ervaring opschrijven. Kies er dan enkele uit om in de klas te bespreken.
  • Fake news check – Geef leerlingen een paar voorbeelden van nieuwsberichten en laat ze onderzoeken welke betrouwbaar zijn en waarom. Dit sluit ook aan bij digitale geletterdheid.

Lesmateriaal

Afronden met een mini-opdracht

Sluit het gesprek af met een kleine opdracht. Laat leerlingen iets doen voor een week, zoals:

  • Een dag zonder sociale media.
  • Alleen positieve reacties plaatsen.
  • Schermtijd beperken met een timer.
  • Bewust kijken naar wat nep of echt is online.

Bespreek na een week wat ze hebben geleerd.

Waar kunnen docenten terecht voor meer informatie?

Wil je als docent meer weten over hoe je sociale media en digitale geletterdheid bespreekbaar maakt? Dan kun je terecht bij:

  • Netwerk Mediawijsheid– Het netwerk voor mediawijsheid in Nederland met veel tools en lesmaterialen.
  • Bureau Jeugd & Media – Specialistische trainingen en advies over sociale media en jongeren.
  • SLO (Nationaal expertisecentrum leerplanontwikkeling) – Richtlijnen en onderwijsmaterialen over digitale geletterdheid.

Tot slot

Als mentor hoef je geen socialmedia-expert te zijn. Het belangrijkste is dat je leerlingen de ruimte geeft om hun ervaringen te delen en ze laat nadenken over hun eigen gedrag online. zorg ervoor dat je geen oordelen geeft of meteen met oplossing komt. Door open en nieuwsgierig te zijn, kun je écht het gesprek aangaan.

Wil je aan de slag? Download dan het gratis werkblad ‘In gesprek over social media’ om een start te maken in je klas.

Digitale geletterdheid – Wat weet het internet van jou?

Laat je leerlingen ontdekken wat er online over hen te vinden is

Sociale media, zoekmachines, reviews: alles wat je online doet, laat een spoor achter. Maar hoe bewust zijn leerlingen zich hiervan? Met deze interactieve opdracht laat je ze ontdekken wat het internet over hen weet én hoe ze hun privacy beter kunnen beschermen.

Waarom is dit belangrijk?

eze opdracht helpt leerlingen om bewuster om te gaan met hun online aanwezigheid. Veel jongeren delen dagelijks foto’s, video’s en berichten zonder erbij stil te staan wat er blijft hangen. Dit kan later invloed hebben op hun studie, werk of sociale leven. Door te ontdekken wat er online over hen te vinden is, leren ze bewuste keuzes te maken over wat ze delen en hoe ze hun privacy beter kunnen beschermen.

Dit sluit aan bij de pijlers van digitale geletterdheid volgens het SLO, zoals kritisch omgaan met informatie en bewust zijn van je digitale identiteit.

De opdracht: Google jezelf!

In deze opdracht gaan leerlingen eerst zelf op onderzoek uit, daarna gaan ze in tweetallen aan de slag en bereiden ze een korte presentatie voor van maximaal twee minuten. Leerlingen vertellen dan kort voor de klas wat zij ontdekt hebben en welke tips ze zouden hebben voor klasgenoten.

  • Leerlingen analyseren welke informatie openbaar beschikbaar is.
  • Daarna bedenken ze wat ze kunnen doen om hun privacy te verbeteren.
  • Vervolgens bespreken ze hun bevindingen met een klasgenoot.
  • Tot slot presenteren ze kort wat ze ontdekt hebben en een delen ze een tip.

Wat levert het op?

  • Meer bewustwording over online privacy en digitale veiligheid.
  • Inzicht in hoe eenvoudig persoonlijke informatie te vinden is.

Zijn docenten zich hier zelf wel van bewust?

Het is goed om deze opdracht niet alleen aan leerlingen te geven, maar er als docent ook zelf mee aan de slag te gaan. Wat komt er naar boven als jij je eigen naam googelt? Hoe zichtbaar ben je online voor collega’s, leerlingen of ouders? Wat kunnen zij over jou vinden als ze op je naam googelen? Door zelf eerst te onderzoeken wat er over jou (openbaar) online staat, kun je beter begrijpen hoe belangrijk dit onderwerp is en het gesprek hierover nog beter begeleiden met je leerlingen.

Download het werkblad!

Wil je deze opdracht direct gebruiken in je les? Download hier gratis het werkblad Wat weet het internet over jou? en ga aan de slag!

Leren voor de toetsweek: prioriteitenmatrix

De toetsweek komt eraan en veel leerlingen hebben moeite met het plannen van hun studietaken. Waar begin je? Wat is écht belangrijk? Als mentor of ouder kun je je leerling of kind helpen om meer overzicht en rust te creëren met de prioriteitenmatrix. Dit is een handige methode om taken te verdelen op basis van urgentie en belangrijkheid. In deze blog leg ik uit hoe je deze methode eenvoudig inzet en kun je gratis het werkblad prioriteitenmatrix en het werkblad planning toetsweek downloaden om direct aan de slag te gaan.

Wat is de prioriteitenmatrix?

De methode is gebaseerd op het model van Eisenhower en verder ontwikkeld door Covey. De prioriteitenmatrix helpt leerlingen om hun taken in vier categorieën te plaatsen:

  1. Belangrijk & dringend – Moet nu gebeuren (bijvoorbeeld: leren voor een toets morgen).
  2. Belangrijk & niet dringend – Kan later ingepland worden (bijvoorbeeld: een samenvatting maken voor een toets over een week).
  3. Niet belangrijk & dringend – Moet snel, maar is minder belangrijk (bijvoorbeeld: een korte huiswerkopdracht).
  4. Niet belangrijk & niet dringend – Mag wachten of hoeft niet (bijvoorbeeld: social media checken).

Door taken op deze manier in te delen, krijgen leerlingen inzicht in wat prioriteit heeft en wat uitgesteld of weggelaten kan worden.

Hoe begeleid je je leerling of kind met de prioriteitenmatrix?

1. Uitleg van de prioriteitenmatrix

  • Bespreek wat de matrix is en waarom het helpt.
  • Geef herkenbare voorbeelden van taken in de vier categorieën.

2. Opstellen van een takenlijst

  • Laat de leerling alle aankomende toetsen en taken opschrijven, zoals:
    • Samenvattingen maken;
    • Flashcards maken;
    • Oefentoetsen maken;
    • Instructievideo’s bekijken;
    • Leerladder gebruiken.

3. Invullen van de prioriteitenmatrix

  • Geef een werkblad (zie download onderaan blog) of laat de leerling zelf een matrix tekenen.
  • Begeleid bij het indelen van de taken in de vier kwadranten.
  • Help bij twijfel en bespreek waarom bepaalde keuzes handig zijn.

4. Plannen van de toetsweek

  • Laat de leerling een planning maken op basis van de ingevulde matrix.
  • Gebruik hiervoor een apart werkblad voor de planning.
  • Als ze een agenda gebruiken, laat ze het daarin overnemen.

Tip: Geen tijd om alles in één keer te doen? Splits het op in twee momenten: eerst de matrix, dan de planning.

5. Afronding en reflectie (5 minuten)

  • Bespreek hoe de leerling het invullen vond.
  • Vraag wat ze lastig vonden en waar ze verbetering zien.
  • Geef aan dat ze dit elke toetsweek kunnen gebruiken.

Waarom werkt deze methode?

  • Meer overzicht: leerlingen zien in één oogopslag wat belangrijk is.
  • Minder stress: de methode voorkomt dat alles op het laatste moment moet. (Mist je op tijd begint met de prioriteitenmatrix natuurlijk)
  • Efficiënter leren: focussen op wat echt belangrijk is.
  • Meer zelfstandigheid: leerlingen leren zelf plannen en prioriteren.

Gratis werkbladen downloaden

Wil je deze methode direct inzetten? Download hier het werkblad prioriteitenmatrix en het werkblad planning toetsweek om je leerling of kind te helpen met voorbereiden van de toetsweek.


Heb jij deze methode al eens geprobeerd? Laat in de reacties weten hoe jouw leerlingen of uw kind dit ervaren heeft!

De leerladder: stap voor stap leren

Wil jij als leraar je leerlingen beter laten leren of als ouder je kind helpen met huiswerk? Dan is De Leerladder een handige methode! Dit is een gestructureerde en effectieve manier om informatie te verwerken, zodat leerlingen niet alleen begrippen of woordjes uit hun hoofd leren, maar de stof ook echt begrijpen.

Hoe werkt de leerladder?

Je kunt met deze leerladder leerlingen helpen om kennis op te bouwen in een aantal stappen. Ze beginnen met het (voor)lezen van begrippen en gaan uiteindelijk naar het toepassen en uitleggen ervan. Op deze manier zijn ze actief bezig met de begrippen en leerstof.

Dit werkt goed voor vakken zoals geschiedenis en aardrijkskunde, maar kan natuurlijk ook bij andere vakken worden gebruikt.

Waarom werkt deze manier van leren?

  • Leerlingen gaan actief met de stof aan de slag in plaats van alleen maar lezen of begrippen stampen.
  • Herhaling en toepassen zorgen ervoor dat leerlingen het beter begrijpen en onthouden.

Gratis werkblad voor in de klas of thuis

Wil je deze manier van leren direct inzetten? Download hieronder het gratis werkblad en gebruik het in je les of om je kind thuis te begeleiden!

Heb jij De Leerladder al geprobeerd in de klas of thuis? Laat in de reacties weten hoe het is gegaan.

Lesmateriaal LOB – Help leerlingen hun kwaliteiten ontdekken

Veel leerlingen vinden het lastig om te benoemen waar ze goed in zijn. Als je ze naar hun hobby’s vraagt kunnen leerlingen vaak zo een lijstje opnoemen, maar vraag ze naar hun kwaliteiten en het blijft vaak stil. Terwijl het juist zo belangrijk is om te weten wat je sterke punten zijn – of je nou een vervolgopleiding kiest, een stage zoekt of een sollicitatiegesprek hebt.

Daarom heb ik twee werkbladen gemaakt waarmee leerlingen stap voor stap ontdekken waar ze goed in zijn. Eerst individueel, daarna samen met een klasgenoot.


Werkblad 1: Individueel – Wat zijn jouw kwaliteiten?

In dit werkblad gaan leerlingen zelfstandig aan de slag. Ze krijgen een lijst met verschillende kwaliteiten en kiezen welke eigenschappen bij hen passen. Denk aan:

  • Samenwerken;
  • Doorzetten;
  • Creatief denken;
  • Plannen en organiseren;
  • Probleemoplossend werken.

Daarna beantwoorden ze een paar vragen.


Werkblad 2: In tweetallen – Wat zijn jouw kwaliteiten (tweetallen)

In dit werkblad gaan leerlingen met een klasgenoot in gesprek. Ze geven elkaar feedback en benoemen kwaliteiten die ze bij de ander herkennen.

Door samen te werken, leren leerlingen niet alleen hun eigen kwaliteiten beter kennen, maar ook om positieve feedback te geven en ontvangen.


Je kunt deze opdracht los inzetten of als voorbereiding op een loopbaangesprek. Ook handig in mentorlessen of bij LOB-gesprekken.

Tip: probeer deze opdrachten eerst eens zelf te maken. Probeer de het eerste werkblad voor jezelf in te vullen. Wat zijn jouw eigen kwaliteiten als docent? Ook de tweede opdracht zou je kunnen doen bijvoorbeeld met een collega. Zo is het ook makkelijker om in te zetten in de klas, omdat je het zelf ook al een keer hebt gemaakt en zelf misschien bewuster bent geworden van wat je eigen kwaliteiten zijn.

Ik ben benieuwd hoe deze opdracht in de klas is gegaan. Stuur je ervaringen of reacties hieronder in via de reacties of stuur me een berichtje.

Mentorles: maak een tijdcapsule

Tijdcapsule maken in de mentorles – Gratis werkblad

Wil je een interessante en betekenisvolle opdracht voor je mentorles? Laat je leerlingen dan eens een tijdcapsule maken. Dit helpt hen om na te denken over wie ze nu zijn, wat ze belangrijk vinden en hoe ze hun toekomst zien. Dit maakt het een waardevolle activiteit om aan het begin of einde van het schooljaar te doen.

In deze blog lees je hoe je dit eenvoudig kunt doen. Je kunt het werkblad met deze opdracht gratis downloaden.

Wat heb je nodig?

Een doos of kist voor de tijdcapsule. Een plastic opbergbak bijvoorbeeld van de Action kan
bijvoorbeeld ook.

  • Enveloppen (voor elke leerling één).
  • Papier, pen, gekleurde pennen, stiften. (Is handig om in het lokaal een
    soort knutselbak te hebben met stiften etc.)
  • Optioneel: kleine persoonlijke items die in de capsule passen (foto,
    muntje, etc.)
  • Eventueel een mobiele telefoon om foto’s te maken van de items.

Planning voor de mentorles voor het maken van een tijdcapsule

Voorbereiding – Het is handig om een week van te voren aan te kondigen dat je deze opdracht met de klas gaat doen. Zo kunnen leerlingen spulletjes verzamelen en ze meenemen als je aan de slag gaat met de tijdcapsule.

Stap 1: Introductie (10 minuten)
Leg de leerlingen uit wat een tijdcapsule is. Vertel dat ze iets gaan maken wat pas aan het eind van het schooljaar geopend wordt.
Je kunt vertellen dat dit wordt gedaan om herinneringen vast te leggen of om
later in te zien hoe je veranderd bent

Stap 2: Brief schrijven en spullen inpakken (30 minuten)
Geef elke leerling een envelop waarin ze persoonlijke dingen stoppen die voor hen belangrijk zijn op dit moment. Geef de leerlingen voldoende tijd om hier goed over na te denken. De instructie voor de leerling heb ik uitgeschreven in het werkblad. Het werkblad kan je onderaan downloaden.

Stap 3: Verzamel de bijdragen (5 minuten)
Verzamel alle enveloppen en eventuele persoonlijke voorwerpen. Deze worden in de tijdcapsule (doos/kist) gestopt. Maak er een speciaal moment van.
Je kunt er ook voor kiezen om foto’s te maken van de items. Stel dat er wat misgaat,
dan heb je in ieder geval de foto’s nog.

Stap 4: Afsluiting en reflectie (5 minuten)
Aan het eind van het jaar ga je de tijdcapsule openen met de leerlingen. Je kunt kort bespreken wat leerlingen hiervan verwachten.

Eventuele voorbeeldvragen voor de reflectie:

  • Wat denk je dat er veranderd zal zijn als we de tijdcapsule openen?
  • Hoe verwacht je dat je naar jezelf en je keuzes van nu zult kijken?

Stap 5: Terugkijken
Aan het eind van het schooljaar open je de tijdcapsule met de leerlingen. Laat
de leerlingen hun enveloppen bekijken en de brief lezen die ze geschreven
hebben. Wat is er veranderd? Wat is hetzelfde gebleven?

Je kunt dit bijvoorbeeld de laatste schooldag doen als je de rapporten meegeeft
aan de leerlingen. (als je dit doet op school) Of tijdens de laatste mentorles.
Je kunt het moment ook uitstellen en het bijvoorbeeld pas openen als de
leerlingen in het examenjaar zitten. Of als ze hun diploma ophalen.

Tijdcapsule maken digitale variant

  • Digitale brief schrijven aan toekomstige zelf: FutureMe: Write a Letter
    to your Future Self
  • PowerPoint laten maken en laten inleveren. (Dia’s met herinneringen
    en brief. Eventueel aanvullen met foto’s en plaatjes)

Gratis werkblad downloaden

Om het makkelijk te maken, heb ik een kant-en-klaar werkblad gemaakt dat je direct in je les kunt gebruiken.

Download het hieronder en ga aan de slag.

Veel succes met deze opdracht.

Heb je de tijdcapsule gebruikt in je les? Laat het weten in de reacties of stuur mij een e-mail!

Lesmateriaal LOB – interview

LOB voelt voor veel leerlingen als iets waar ze pas over na hoeven te denken als het écht moet. Dus bijvoorbeeld bij hun profielkeuze of als ze op stage gaan. Maar hoe eerder leerlingen een beeld krijgen van verschillende beroepen en wat wel of niet bij ze past, des te beter.

Opdracht LOB – interview

Daarom een opdracht die je vrij makkelijk in je LOB of mentorles kan toepassen: leerlingen interviewen iemand over zijn of haar beroep.

Het idee is simpel: leerlingen kiezen iemand uit hun omgeving – een ouder, buurvrouw, vriend of kennis – en stellen vragen over hun werk. Wat doet diegene precies? Hoe is hij of zij daar terechtgekomen? Wat vindt die persoon leuk (of juist niet) aan het werk?

Dit helpt leerlingen niet alleen om na te denken over hun eigen toekomst, maar ook om vaardigheden als vragen stellen en doorvragen te oefenen. Je zou deze opdracht zelfs samen met het vak Nederlands kunnen geven als vakoverstijgende opdracht. LOB. Voor veel leerlingen voelt het als iets waar ze pas over na hoeven te denken als het écht moet – bij hun profielkeuze of stage. Maar hoe eerder ze een beeld krijgen van verschillende beroepen, hoe beter.

LOB-opdracht: interview iemand over zijn of haar beroep

Waarom zou je deze opdracht in de klas met je leerlingen doen?

  • Praktisch: leerlingen kunnen iemand kiezen die ze al kennen, waardoor de drempel lager is.
  • Laagdrempelig: geen ellenlange verslagen, maar gewoon een paar concrete vragen en antwoorden.
  • Direct toepasbaar: ze krijgen realistische info over een beroep, uit eerste hand.

Download het werkblad

Om het makkelijk te maken, heb ik een werkblad gemaakt dat je zo kunt inzetten tijdens je mentorles en/of tijdens LOB. Hierop staan voorbeeldvragen en een opdracht volgens stappenplan.

Je kunt dit werkblad als huiswerk meegeven of in de les laten voorbereiden. Laat leerlingen hun antwoorden kort presenteren of bespreken in kleine groepjes. Zo leren ze ook van elkaar!

Waarom deze opdracht?

LOB wordt vaak gezien als iets vaags of iets voor later. Maar als leerlingen zelf een gesprek voeren met iemand die dagelijks met beide benen in een bepaald beroep staat, wordt het ineens concreet.

Heb je deze opdracht toegepast in je les? Laat het weten in de reacties of stuur me een bericht.

Lesmateriaal LOB – Presentatie maken over een beroep

Het invullen van de lessen LOB kan soms wel lastig zijn. Veel leerlingen hebben geen idee wat ze later willen worden en vinden het vooral ver weg en vaag. Hoe zorg je ervoor dat ze toch actief aan de slag gaan met oriënteren toekomst?

Met een praktische opdracht die ze zelf kunnen invullen! Daarom heb ik een werkblad gemaakt waarmee leerlingen een PowerPoint maken over een beroep naar keuze.

Zo ontdekken ze niet alleen meer over verschillende beroepen, maar oefenen ze meteen hun presentatievaardigheden.

Vakoverstijgend met Nederlands

Je zou deze opdracht ook als vakoverstijgende opdracht kunnen geven met het vak Nederlands. Leerlingen oefenen dan niet alleen met LOB, maar ook met spreekvaardigheid. Dus presenteren op een heldere en overtuigende manier.

Door deze opdracht in de mentorles voor te bereiden en bij Nederlands de presentatievaardigheden te oefenen, kan je het mooi combineren.

De opdracht: maak een PowerPoint over een beroep

Leerlingen kiezen een beroep dat hen interessant lijkt en maken daar een korte PowerPoint over. Ze zoeken uit:

  • Wat houdt dit beroep precies in?
  • Welke opleiding heb je ervoor nodig?
  • Wat zijn de leuke en minder leuke kanten?
  • Hoeveel verdien je ongeveer?
  • Wat moet je kunnen en weten voor dit werk?

Door dit stap voor stap uit te werken, krijgen ze een beter beeld van wat er allemaal bij komt kijken.

Download het werkblad

Om het makkelijk te maken, heb ik een werkblad gemaakt waarin alle stappen duidelijk staan uitgelegd. Hierop staan de richtlijnen en het stappenplan die leerlingen kunnen gebruiken.

Je kunt deze opdracht als huiswerk geven of in de les laten maken. Laat leerlingen hun PowerPoint presenteren in kleine groepjes of aan de hele klas. Zo leren ze niet alleen over hun eigen beroep, maar ook over andere beroepen.

Ik ben heel benieuwd of je de opdracht gebruikt hebt in je les. Laat het je weten in de reacties? Of stuur me een bericht

Mentorles: schrijf een brief aan je toekomstige zelf

Hoe zorg je ervoor dat leerlingen echt nadenken over hun toekomst zonder dat het voelt als een zware opdracht?

Een simpele maar mooie manier is leerlingen een brief aan hun toekomstige zelf te laten schrijven. Hierbij schrijven ze op wat ze belangrijk vinden, waar ze over nadenken en wat ze hopen te bereiken. Een opdracht die niet alleen inzicht geeft, maar ook mooie gesprekken kan opleveren. Onderaan deze blog kan je de lesbrief downloaden.

Stel je voor: een leerling leest deze brief terug na een tijdje (of zelfs na een paar jaar) en ziet welke ontwikkeling hij heeft doorgemaakt. Dat is pas een waardevol moment!

De opdracht: schrijf een brief aan jezelf in de toekomst

Leerlingen schrijven een brief aan hun toekomstige ik. Daarin beschrijven ze hoe hun leven er nu uitziet en wat ze hopen te bereiken in de toekomst.

Stap 1: Aanhef
Leerlingen beginnen de brief met een persoonlijke aanhef, bijvoorbeeld:
“Beste toekomstige ik,”

Stap 2: Inhoud van de brief
Leerlingen schrijven over:

  • Hun leven nu: school, vrienden, hobby’s, leuke dingen én uitdagingen.
  • Wat ze nu belangrijk vinden en waar ze zich een beetje zorgen over maken.
  • Wat ze hopen te bereiken in de toekomst: dromen, doelen en verwachtingen.
  • Welk werk ze denken te doen als ze ouder zijn.
  • Een boodschap of advies aan hun toekomstige zelf.

Stap 3: Afsluiting
Ze sluiten de brief af met een wens of boodschap aan hun toekomstige ik. Afsluiting (10 minuten)

Klassikale afsluiting

Vraag klassikaal wat de leerlingen verwachten van de brief als ze dit over twintig jaar zouden lezen. Laat ze kort in stilte hier zelf over nadenken, daarna kort uitwisselen met andere leerling en daarna enkele leerlingen vragen naar wat zij besproken
hebben.

Minimale lengte van de brief: 150 woorden


Lesplanning

  • Introductie (5 min) – Leg uit wat de bedoeling is.
  • Schrijven (35 min) – In stilte schrijven. Loop rond en help waar nodig.
  • Afsluiting (10 min) – Laat leerlingen nadenken over hoe het zou zijn om deze brief later terug te lezen.

Geef de brief later terug, bijvoorbeeld aan het einde van het schooljaar of als ze hun diploma halen.

Download de gratis lesbrief

Tip

  • Bewaar de brieven en geef ze bijvoorbeeld mee als de leerling van school gaat na het examenjaar.
  • Of geef de brief mee aan het eind van het schooljaar of aan een ouder/verzorger
    tijdens een eindgesprek.