Prikkelarm of gezellig? Hoe richt je een klaslokaal in?

Jarenlang hing ik het lokaal waar ik bijna al mijn lessen zat vol met posters, tierelantijntjes en posters van leerlingen. Er stonden overal planten en zelfs de ramen zaten vol stickers. Steeds een nieuw thema: Marvel, Disney, Frozen, Pokemon, Star Wars, kerst, Pasen etc. Het gaf het lokaal een beetje een huiselijke sfeer—niet per se om de leerresultaten te verbeteren, maar gewoon omdat ik het gezellig vond en het er leuk uitzag. In de tijd van de moestuintjes van Albert Heijn had ik zelfs een hele hoek ingericht voor de moestuintjes en ook de vensterbanken stonden vol.

De laatste tijd merk ik dat ik steeds meer neig naar een prikkelarme omgeving voor leerlingen. Niet omdat ik iets tegen versiering heb, maar omdat ik zie dat een rustige ruimte echt helpt bij de concentratie van leerlingen. En eerlijk? Voor mezelf voelt het ook fijner. Ik ben sowieso soms beetje chaotisch, snel afgeleid en raak altijd alles kwijt. Dus voor mij is het eigenlijk ook wel goed om een omgeving met wat meer rust te hebben.

Maar wat werkt nou eigenlijk het beste? Een lokaal vol visuele prikkels of juist een rustige, strakke inrichting?

De voordelen van een gezellig, versierd lokaal

  • Een huiselijke en fijne sfeer waar leerlingen zich welkom voelen.
  • Visuele ondersteuning van de lesstof, zoals tijdlijnen bij geschiedenis.
  • Werk van leerlingen ophangen kan hen trots maken en motiveren.

Waarom een prikkelarm lokaal kan helpen

  • Minder afleiding = meer focus, vooral voor neurodiverse leerlingen.
  • Een rustig lokaal ondersteunt een gestructureerde en overzichtelijke les.
  • Leerlingen kunnen zich beter concentreren op de instructie en opdrachten.

Ik begon me hier pas echt een beetje in te verdiepen toen leerlingen opmerkingen maakten zoals: “Het is hier wel druk.” “Er hangt zoveel dat ik niet weet waar ik moet kijken.” “Ik kan me moeilijk concentreren.” Ook had ik op X een keer een post gelezen van een docent die bewust koos voor een prikkelarm lokaal. (Ik ben alleen vergeten wie dat was en kan het niet meer terugvinden, is twee of drie jaar terug denk ik) Dat zette me aan het denken: hoe beïnvloedt de omgeving eigenlijk het leerproces van leerlingen?

Toen ik mijn lokaal toen geleidelijk wat rustiger maakte, vonden veel leerlingen het fijn. Ze gaven aan dat het soms lastig was om zich te concentreren als het lokaal helemaal vol hing of als er overal spullen in de vensterbank stonden. Maar er waren ook leerlingen die het ‘kaal’ vonden en minder gezellig. “Wat heeft u gedaan mevrouw? Het was hier altijd zo gezellig!” Toch geef ik de voorkeur aan leerresultaten boven gezelligheid: liever een rustige leeromgeving waarin leerlingen zich kunnen focussen dan een druk lokaal vol afleiding en waar leerlingen zich niet misschien durven uit te spreken dat ze er last van hebben.

Toen ik twee/drie jaar geleden het lokaal waar ik zat wat neutraler aan het maken was, heb ik ook leerlingen gesproken die wat minder op de voorgrond staan. Ze gaven aan dat het wel heel gezellig was al die dingetjes, posters en thema’s. Maar dat ze het wel lastig vonden om zich te concentreren.

Wat als je geen eigen lokaal hebt?

Niet iedereen heeft een vast lokaal, bijvoorbeeld als je parttime werkt of gewoon als je pech hebt en door de roostermaker steeds ergens anders wordt neergezet omdat er niet genoeg lokalen voor docenten zijn. Toch kan je wel proberen om een een bepaalde rust en herkenbaarheid in je lessen te houden. Dit kan bijvoorbeeld met:

  • Duidelijke en rustige PowerPoint-dia’s.
  • Een vaste structuur in de les, zodat leerlingen weten wat ze kunnen verwachten.
  • Kleine visuele hulpmiddelen, zoals een overzicht met kernbegrippen dat ik kan meenemen.
  • Of je echt richten op je vak. Bij geschiedenis is het helemaal niet zo raar om bijvoorbeeld een tijdlijn aan de muur te hebben.

De balans vinden

Het hoeft natuurlijk niet óf een prikkelarm lokaal te zijn óf een chaotische ruimte vol posters en overal spulletjes. Een middenweg werkt denk ik het beste: een rustige basis met enkele functionele en sfeervolle elementen. Zelf zou ik tegenwoordig wat meer terughoudend zijn. En minder drukke posters of persoonlijke spullen ophangen, maar een tijdbalk voor geschiedenis of een plantje kan prima. Zo blijft het lokaal overzichtelijk, zonder sfeerloos te worden.

Met bijvoorbeeld kerst vind ik het trouwens wel leuk om wat versiering te hebben. Zolang het niet afleidt en rekening houdt met verschillende leerlingen (knipperende lichtjes is misschien een beetje too much). Een beetje sfeerverlichting of een leuk kerstboompje kan de sfeer net dat beetje extra geven, zonder te overheersen. Of met Pasen een leuke tak met wat eitjes ofzo.
Het belangrijkste is dat je je vooral richt op rekening houden met alle leerlingen. Ze moeten zich veilig voelen en zich kunnen concentreren op de lesstof.

Meer lezen over dit onderwerp?

Paul Kirschner schreef een interessante blog hierover ‘Visueel lawaai’.

Heb jij een vast lokaal? En hoe denk jij over het inrichten van een klaslokaal? Hou je rekening met verschillende leerlingen? Laat het weten in de reacties!

Blog lesobservaties: samen leren en verbeteren

Lesgeven is een dynamisch vak waar je nooit uitgeleerd bent. Elke dag brengt nieuwe situaties, uitdagingen en leermomenten. Eén van de manieren om je lessen te verbeteren is door lesobservaties: kijken bij collega’s en leren van hoe zij hun lessen aanpakken. Het is niet bedoeld als een beoordelingsmoment, maar juist als een kans om inspiratie op te doen en je eigen lessen te verfijnen.

Zelf heb ik door de jaren heen meerdere lesobservaties gedaan en bijgewoond. In deze blog deel ik waarom lesobservaties zo waardevol zijn en hoe je er het meeste uit kunt halen.

Waarom zijn lesobservaties zo nuttig?

Een lesobservatie geeft je een mooie kans om buiten je eigen klaslokaal te kijken en te zien hoe collega’s hun lessen vormgeven. Het kan je helpen om:

  • Nieuwe werkvormen en didactische strategieën te ontdekken – Misschien gebruikt een collega een werkvorm die goed aansluit bij jouw vak of leerlingen. Of je ziet een werkvorm waar je weleens over hebt gelezen, maar nog niet zelf uitgeprobeerd hebt.
  • Beter te begrijpen hoe leerlingen reageren op verschillende aanpakken – Wat werkt goed bij hen en waarom? Of
  • Reflecteren op je eigen lesgeven – Soms besef je pas door een observatie dat je bepaalde gewoontes hebt, omdat je je herkent in wat een collega doet.

Door regelmatig lessen van anderen bij te wonen en daarover in gesprek te gaan, blijf je jezelf ontwikkelen als docent. Bovendien hoef je niet altijd een hele les bij te wonen – je kunt er ook voor kiezen om specifieke onderdelen van een les te observeren, zoals de instructiefase, een samenwerkingsopdracht of de afronding. Of je loopt gewoon even naar binnen, kijkt even en gaat daarna weer verder. Ik denk zelfs dat die korte bezoekjes nog veel waardevoller zijn.

Leren van elkaar: een open en positieve houding

De sleutel tot een succesvolle lesobservatie is een open en nieuwsgierige houding. Het gaat niet om vergelijken of beoordelen of daarna die collega in de wandelgangen of personeelskamer belachelijk maken. Het gaat om samen leren en groeien. Een positieve benadering helpt om het meeste uit een observatie te halen. Dit kan op verschillende manieren:

  • Kies een specifiek aandachtspunt – Denk aan klassenmanagement, differentiatie of het gebruik van activerende werkvormen. Dit maakt de observatie gerichter en effectiever.
  • Ga zonder oordeel de observatie in – Elke docent heeft een eigen stijl. Wat voor de één werkt, past misschien niet bij jou, maar je kunt er altijd iets van leren.
  • Bespreek na afloop wat je hebt gezien – Stel vragen, wissel ideeën uit en denk na over wat jij in jouw lessen kunt toepassen.

Mijn ervaringen met lesobservaties

Door de jaren heen heb ik verschillende collega’s geobserveerd en zelf ook lesbezoeken gehad. Soms leverde dat direct toepasbare ideeën op, soms leerde ik juist door het contrast met mijn eigen manier van lesgeven. Eén van de dingen die me is bijgebleven, is bijvoorbeeld hoe de opstelling van het lokaal invloed kan hebben op de lesdynamiek. Een collega had bijvoorbeeld een U-vormige opstelling, waarbij leerlingen tijdens uitleg in een kring zaten en daarna draaiden leerlingen zich om en gingen ze aan het werk. In het midden stond dan een begeleidingstafel. Dit zorgde voor meer betrokkenheid en interactie. Ook schoof de collega met de leerlingen de tafels in de opstelling en daarna weer terug. Terwijl ik eerst dacht: ja, leuk zo’n opstelling dat zou ik ook wel willen als ik een vast lokaal had. Maar om het iedere keer weer terug te moeten zetten en dan weer haasten naar het volgende lokaal, daar word ik al moe van als ik er alleen al aan moet denken. Maar eigenlijk deed hij op zo’n manier dat er makkelijk uitzag, ook al heeft het wel wat voorbereiding nodig en routines die je vaker moet oefenen.

Ook zag ik eens een handige manier om met LessonUp om te gaan. Ik gebruikte LessonUp al jaren en die andere collega ook. Maar hij deed iets anders wat superhandig was: leerlingen draaiden hun laptops om als ze klaar waren met een opdracht, zodat ze niet verder afgeleid raakten en de docent ging dan weer verder met de opdracht. Als er dan een toetsingsvraag kwam draaiden leerlingen de laptop weer om en maakten de vraag. Zo stom, daar had ik eigenlijk niet over nagedacht. Dit soort kleine, praktische tips kunnen best een groot effect hebben in je lespraktijk.

Ook was ik wel bij beginnende docenten in de les en wat ik daar heel mooi vind om te zien is het enthousiasme voor het vak.

Ook in mijn eigen lessen heb ik natuurlijk lesbezoeken gehad. Toen ik nog maar net begonnen was met lesgeven kwam de rector op lesbezoek. De leerlingen waren opeens muisstil, terwijl het normaal altijd een drukke en dynamische klas was. Niemand durfde iets te zeggen of te reageren tijdens het onderwijsleergesprek. Ook gingen ze direct aan het werk na de uitleg en had iedereen meteen z’n spullen op tafel. Het voelde heel raar om op zo’n manier les te geven in een normaal gesproken dynamische klas. Het was net of ik lesgaf in een lokaal zonder leerlingen. De leerlingen dachten waarschijnlijk: ojee, de rector is er vandaag. Laat ik me maar even gedragen. Daarna had ik een heel leuk gesprek met die collega en hebben we er ook om kunnen lachen. Later met de klas ook.

In het begin vond ik lesobservaties wel heel spannend, maar dat kwam ook omdat je dan vaak beoordeeld werd. Er kwam bijna nooit iemand kijken in de les, behalve bij een beoordeling of als de inspectie er was. Het was toen nog niet zo gebruikelijk om bij elkaar in de lessen te kijken.

Lesobservaties in de praktijk: hoe pak je het aan?

Wil jij zelf een lesobservatie doen of laten doen? Hier zijn een paar praktische tips:

  • Spreek van tevoren een focus af – Wil je letten op interactie, instructie, activerende werkvormen? Door een helder doel te stellen, haal je er meer uit.
  • Maak aantekeningen, maar kijk vooral goed rond – Hoe is de sfeer in de klas? Wat doet de docent om structuur te houden?
  • Plan een kort nagesprek – Bespreek wat je hebt gezien en wat je meeneemt. Dit kan een eye-opener zijn voor zowel de observator als de geobserveerde.
  • Blijf in gesprek met collega’s – Het echte leren zit vaak in de gesprekken die na de observatie plaatsvinden. Heel belangrijk om niet te oordelen of in te vullen hoe de collega iets zou moeten doen volgens jou. Ga positief het gesprek aan en focus op samen leren.
  • Focus op een specifiek lesonderdeel – Je hoeft niet per se een hele les bij te wonen; kijk bijvoorbeeld alleen naar de opening, instructie of evaluatie.

Conclusie: blijf leren van elkaar

Lesobservaties zijn geen beoordeling, maar een waardevolle kans om van elkaar te leren. Door regelmatig bij collega’s te kijken en open te staan voor nieuwe inzichten, kun je je eigen lespraktijk blijven verbeteren. Het is een eenvoudige, maar effectieve manier om geïnspireerd te raken en je lessen steeds sterker te maken.

Dus: nodig een collega uit om eens bij jou te kijken of plan zelf een observatie in.

Heb jij wel eens een lesobservatie gedaan? Wat heb je ervan geleerd? Laat het me weten in de reacties!