Lesmateriaal LOB – Help leerlingen hun kwaliteiten ontdekken

Veel leerlingen vinden het lastig om te benoemen waar ze goed in zijn. Als je ze naar hun hobby’s vraagt kunnen leerlingen vaak zo een lijstje opnoemen, maar vraag ze naar hun kwaliteiten en het blijft vaak stil. Terwijl het juist zo belangrijk is om te weten wat je sterke punten zijn – of je nou een vervolgopleiding kiest, een stage zoekt of een sollicitatiegesprek hebt.

Daarom heb ik twee werkbladen gemaakt waarmee leerlingen stap voor stap ontdekken waar ze goed in zijn. Eerst individueel, daarna samen met een klasgenoot.


Werkblad 1: Individueel – Wat zijn jouw kwaliteiten?

In dit werkblad gaan leerlingen zelfstandig aan de slag. Ze krijgen een lijst met verschillende kwaliteiten en kiezen welke eigenschappen bij hen passen. Denk aan:

  • Samenwerken;
  • Doorzetten;
  • Creatief denken;
  • Plannen en organiseren;
  • Probleemoplossend werken.

Daarna beantwoorden ze een paar vragen.


Werkblad 2: In tweetallen – Wat zijn jouw kwaliteiten (tweetallen)

In dit werkblad gaan leerlingen met een klasgenoot in gesprek. Ze geven elkaar feedback en benoemen kwaliteiten die ze bij de ander herkennen.

Door samen te werken, leren leerlingen niet alleen hun eigen kwaliteiten beter kennen, maar ook om positieve feedback te geven en ontvangen.


Je kunt deze opdracht los inzetten of als voorbereiding op een loopbaangesprek. Ook handig in mentorlessen of bij LOB-gesprekken.

Tip: probeer deze opdrachten eerst eens zelf te maken. Probeer de het eerste werkblad voor jezelf in te vullen. Wat zijn jouw eigen kwaliteiten als docent? Ook de tweede opdracht zou je kunnen doen bijvoorbeeld met een collega. Zo is het ook makkelijker om in te zetten in de klas, omdat je het zelf ook al een keer hebt gemaakt en zelf misschien bewuster bent geworden van wat je eigen kwaliteiten zijn.

Ik ben benieuwd hoe deze opdracht in de klas is gegaan. Stuur je ervaringen of reacties hieronder in via de reacties of stuur me een berichtje.

Mentorles: maak een tijdcapsule

Tijdcapsule maken in de mentorles – Gratis werkblad

Wil je een interessante en betekenisvolle opdracht voor je mentorles? Laat je leerlingen dan eens een tijdcapsule maken. Dit helpt hen om na te denken over wie ze nu zijn, wat ze belangrijk vinden en hoe ze hun toekomst zien. Dit maakt het een waardevolle activiteit om aan het begin of einde van het schooljaar te doen.

In deze blog lees je hoe je dit eenvoudig kunt doen. Je kunt het werkblad met deze opdracht gratis downloaden.

Wat heb je nodig?

Een doos of kist voor de tijdcapsule. Een plastic opbergbak bijvoorbeeld van de Action kan
bijvoorbeeld ook.

  • Enveloppen (voor elke leerling één).
  • Papier, pen, gekleurde pennen, stiften. (Is handig om in het lokaal een
    soort knutselbak te hebben met stiften etc.)
  • Optioneel: kleine persoonlijke items die in de capsule passen (foto,
    muntje, etc.)
  • Eventueel een mobiele telefoon om foto’s te maken van de items.

Planning voor de mentorles voor het maken van een tijdcapsule

Voorbereiding – Het is handig om een week van te voren aan te kondigen dat je deze opdracht met de klas gaat doen. Zo kunnen leerlingen spulletjes verzamelen en ze meenemen als je aan de slag gaat met de tijdcapsule.

Stap 1: Introductie (10 minuten)
Leg de leerlingen uit wat een tijdcapsule is. Vertel dat ze iets gaan maken wat pas aan het eind van het schooljaar geopend wordt.
Je kunt vertellen dat dit wordt gedaan om herinneringen vast te leggen of om
later in te zien hoe je veranderd bent

Stap 2: Brief schrijven en spullen inpakken (30 minuten)
Geef elke leerling een envelop waarin ze persoonlijke dingen stoppen die voor hen belangrijk zijn op dit moment. Geef de leerlingen voldoende tijd om hier goed over na te denken. De instructie voor de leerling heb ik uitgeschreven in het werkblad. Het werkblad kan je onderaan downloaden.

Stap 3: Verzamel de bijdragen (5 minuten)
Verzamel alle enveloppen en eventuele persoonlijke voorwerpen. Deze worden in de tijdcapsule (doos/kist) gestopt. Maak er een speciaal moment van.
Je kunt er ook voor kiezen om foto’s te maken van de items. Stel dat er wat misgaat,
dan heb je in ieder geval de foto’s nog.

Stap 4: Afsluiting en reflectie (5 minuten)
Aan het eind van het jaar ga je de tijdcapsule openen met de leerlingen. Je kunt kort bespreken wat leerlingen hiervan verwachten.

Eventuele voorbeeldvragen voor de reflectie:

  • Wat denk je dat er veranderd zal zijn als we de tijdcapsule openen?
  • Hoe verwacht je dat je naar jezelf en je keuzes van nu zult kijken?

Stap 5: Terugkijken
Aan het eind van het schooljaar open je de tijdcapsule met de leerlingen. Laat
de leerlingen hun enveloppen bekijken en de brief lezen die ze geschreven
hebben. Wat is er veranderd? Wat is hetzelfde gebleven?

Je kunt dit bijvoorbeeld de laatste schooldag doen als je de rapporten meegeeft
aan de leerlingen. (als je dit doet op school) Of tijdens de laatste mentorles.
Je kunt het moment ook uitstellen en het bijvoorbeeld pas openen als de
leerlingen in het examenjaar zitten. Of als ze hun diploma ophalen.

Tijdcapsule maken digitale variant

  • Digitale brief schrijven aan toekomstige zelf: FutureMe: Write a Letter
    to your Future Self
  • PowerPoint laten maken en laten inleveren. (Dia’s met herinneringen
    en brief. Eventueel aanvullen met foto’s en plaatjes)

Gratis werkblad downloaden

Om het makkelijk te maken, heb ik een kant-en-klaar werkblad gemaakt dat je direct in je les kunt gebruiken.

Download het hieronder en ga aan de slag.

Veel succes met deze opdracht.

Heb je de tijdcapsule gebruikt in je les? Laat het weten in de reacties of stuur mij een e-mail!

Lesmateriaal LOB – interview

LOB voelt voor veel leerlingen als iets waar ze pas over na hoeven te denken als het écht moet. Dus bijvoorbeeld bij hun profielkeuze of als ze op stage gaan. Maar hoe eerder leerlingen een beeld krijgen van verschillende beroepen en wat wel of niet bij ze past, des te beter.

Opdracht LOB – interview

Daarom een opdracht die je vrij makkelijk in je LOB of mentorles kan toepassen: leerlingen interviewen iemand over zijn of haar beroep.

Het idee is simpel: leerlingen kiezen iemand uit hun omgeving – een ouder, buurvrouw, vriend of kennis – en stellen vragen over hun werk. Wat doet diegene precies? Hoe is hij of zij daar terechtgekomen? Wat vindt die persoon leuk (of juist niet) aan het werk?

Dit helpt leerlingen niet alleen om na te denken over hun eigen toekomst, maar ook om vaardigheden als vragen stellen en doorvragen te oefenen. Je zou deze opdracht zelfs samen met het vak Nederlands kunnen geven als vakoverstijgende opdracht. LOB. Voor veel leerlingen voelt het als iets waar ze pas over na hoeven te denken als het écht moet – bij hun profielkeuze of stage. Maar hoe eerder ze een beeld krijgen van verschillende beroepen, hoe beter.

LOB-opdracht: interview iemand over zijn of haar beroep

Waarom zou je deze opdracht in de klas met je leerlingen doen?

  • Praktisch: leerlingen kunnen iemand kiezen die ze al kennen, waardoor de drempel lager is.
  • Laagdrempelig: geen ellenlange verslagen, maar gewoon een paar concrete vragen en antwoorden.
  • Direct toepasbaar: ze krijgen realistische info over een beroep, uit eerste hand.

Download het werkblad

Om het makkelijk te maken, heb ik een werkblad gemaakt dat je zo kunt inzetten tijdens je mentorles en/of tijdens LOB. Hierop staan voorbeeldvragen en een opdracht volgens stappenplan.

Je kunt dit werkblad als huiswerk meegeven of in de les laten voorbereiden. Laat leerlingen hun antwoorden kort presenteren of bespreken in kleine groepjes. Zo leren ze ook van elkaar!

Waarom deze opdracht?

LOB wordt vaak gezien als iets vaags of iets voor later. Maar als leerlingen zelf een gesprek voeren met iemand die dagelijks met beide benen in een bepaald beroep staat, wordt het ineens concreet.

Heb je deze opdracht toegepast in je les? Laat het weten in de reacties of stuur me een bericht.

Lesmateriaal LOB – Presentatie maken over een beroep

Het invullen van de lessen LOB kan soms wel lastig zijn. Veel leerlingen hebben geen idee wat ze later willen worden en vinden het vooral ver weg en vaag. Hoe zorg je ervoor dat ze toch actief aan de slag gaan met oriënteren toekomst?

Met een praktische opdracht die ze zelf kunnen invullen! Daarom heb ik een werkblad gemaakt waarmee leerlingen een PowerPoint maken over een beroep naar keuze.

Zo ontdekken ze niet alleen meer over verschillende beroepen, maar oefenen ze meteen hun presentatievaardigheden.

Vakoverstijgend met Nederlands

Je zou deze opdracht ook als vakoverstijgende opdracht kunnen geven met het vak Nederlands. Leerlingen oefenen dan niet alleen met LOB, maar ook met spreekvaardigheid. Dus presenteren op een heldere en overtuigende manier.

Door deze opdracht in de mentorles voor te bereiden en bij Nederlands de presentatievaardigheden te oefenen, kan je het mooi combineren.

De opdracht: maak een PowerPoint over een beroep

Leerlingen kiezen een beroep dat hen interessant lijkt en maken daar een korte PowerPoint over. Ze zoeken uit:

  • Wat houdt dit beroep precies in?
  • Welke opleiding heb je ervoor nodig?
  • Wat zijn de leuke en minder leuke kanten?
  • Hoeveel verdien je ongeveer?
  • Wat moet je kunnen en weten voor dit werk?

Door dit stap voor stap uit te werken, krijgen ze een beter beeld van wat er allemaal bij komt kijken.

Download het werkblad

Om het makkelijk te maken, heb ik een werkblad gemaakt waarin alle stappen duidelijk staan uitgelegd. Hierop staan de richtlijnen en het stappenplan die leerlingen kunnen gebruiken.

Je kunt deze opdracht als huiswerk geven of in de les laten maken. Laat leerlingen hun PowerPoint presenteren in kleine groepjes of aan de hele klas. Zo leren ze niet alleen over hun eigen beroep, maar ook over andere beroepen.

Ik ben heel benieuwd of je de opdracht gebruikt hebt in je les. Laat het je weten in de reacties? Of stuur me een bericht

Mentorles: schrijf een brief aan je toekomstige zelf

Hoe zorg je ervoor dat leerlingen echt nadenken over hun toekomst zonder dat het voelt als een zware opdracht?

Een simpele maar mooie manier is leerlingen een brief aan hun toekomstige zelf te laten schrijven. Hierbij schrijven ze op wat ze belangrijk vinden, waar ze over nadenken en wat ze hopen te bereiken. Een opdracht die niet alleen inzicht geeft, maar ook mooie gesprekken kan opleveren. Onderaan deze blog kan je de lesbrief downloaden.

Stel je voor: een leerling leest deze brief terug na een tijdje (of zelfs na een paar jaar) en ziet welke ontwikkeling hij heeft doorgemaakt. Dat is pas een waardevol moment!

De opdracht: schrijf een brief aan jezelf in de toekomst

Leerlingen schrijven een brief aan hun toekomstige ik. Daarin beschrijven ze hoe hun leven er nu uitziet en wat ze hopen te bereiken in de toekomst.

Stap 1: Aanhef
Leerlingen beginnen de brief met een persoonlijke aanhef, bijvoorbeeld:
“Beste toekomstige ik,”

Stap 2: Inhoud van de brief
Leerlingen schrijven over:

  • Hun leven nu: school, vrienden, hobby’s, leuke dingen én uitdagingen.
  • Wat ze nu belangrijk vinden en waar ze zich een beetje zorgen over maken.
  • Wat ze hopen te bereiken in de toekomst: dromen, doelen en verwachtingen.
  • Welk werk ze denken te doen als ze ouder zijn.
  • Een boodschap of advies aan hun toekomstige zelf.

Stap 3: Afsluiting
Ze sluiten de brief af met een wens of boodschap aan hun toekomstige ik. Afsluiting (10 minuten)

Klassikale afsluiting

Vraag klassikaal wat de leerlingen verwachten van de brief als ze dit over twintig jaar zouden lezen. Laat ze kort in stilte hier zelf over nadenken, daarna kort uitwisselen met andere leerling en daarna enkele leerlingen vragen naar wat zij besproken
hebben.

Minimale lengte van de brief: 150 woorden


Lesplanning

  • Introductie (5 min) – Leg uit wat de bedoeling is.
  • Schrijven (35 min) – In stilte schrijven. Loop rond en help waar nodig.
  • Afsluiting (10 min) – Laat leerlingen nadenken over hoe het zou zijn om deze brief later terug te lezen.

Geef de brief later terug, bijvoorbeeld aan het einde van het schooljaar of als ze hun diploma halen.

Download de gratis lesbrief

Tip

  • Bewaar de brieven en geef ze bijvoorbeeld mee als de leerling van school gaat na het examenjaar.
  • Of geef de brief mee aan het eind van het schooljaar of aan een ouder/verzorger
    tijdens een eindgesprek.

Hoe laat je leerlingen actief reflecteren op een toets?

Reflecteren op een toets is minstens zo belangrijk als het leren ervoor. Door leerlingen bewust te laten nadenken over hun fouten en successen, help je hen om beter te leren. Maar hoe pak je dat praktisch aan zonder dat het een saaie nabeschouwing wordt? Hier zijn een paar manieren om leerlingen actief te laten reflecteren op een toets.

De reflectiekaarten heb ik onderaan deze blog toegevoegd als gratis download.

1. Reflectie op toets

In plaats van alleen te kijken naar hun cijfer, laat leerlingen kritisch nadenken over hun antwoorden. Een paar vragen om ze op weg te helpen:

  • Welke vraag had je goed verwacht, maar bleek toch fout?
  • Wat ging er mis bij deze vraag? Begrip, slordigheid of iets anders?
  • Hoe had je je anders kunnen voorbereiden om deze fout te voorkomen?

Laat de antwoorden opschrijven op een wisbordje of post-it.

2. Toetsbespreking met actieve betrokkenheid

In plaats van dat jij alle antwoorden geeft, laat je leerlingen eerst zelf analyseren waar het misging. Dit kan bijvoorbeeld met:

  • Een soort ‘toets-doorloop’: leerlingen vergelijken hun antwoorden met een correctiemodel.
  • Verbeteren van fouten: Laat leerlingen een paar van hun fouten verbeteren en erbij schrijven waarom hun oorspronkelijke antwoord fout was. Dit dwingt ze om écht na te denken over hun fouten en voorkomt dat ze simpelweg overschrijven.
  • Duo-bespreking: leerlingen bespreken in tweetallen hun antwoorden en zoeken samen naar verbeteringen.
  • Een klassikale quiz: in plaats van een standaard bespreking, maak je van veelgemaakte fouten een interactieve quiz.

Tip: het is een idee om kopietjes van de toets te maken als je het op deze manier doen. Het zou niet nodig hoeven zijn, maar je zou ook niet willen dat er discussie komt over een antwoord dat ingevuld is en dat bijvoorbeeld later aangepast is.

3. Top drie lessen uit de toets

Laat leerlingen drie dingen opschrijven die ze uit deze toets hebben geleerd. Op een wisbordje of bijvoorbeeld een post-it.

4. Plan maken voor toets

Laat leerlingen een concreet plan maken voor de volgende toets. Dit kan in de vorm van een checklist:

  • Maak een planning en begin op tijd.
  • Oefen met oude toetsen.
  • Bespreek moeilijke stof met een klasgenoot
  • Etc.

5. Download gratis werkblad 1 – leren van je toetsresultaat

6. Download gratis werkblad 2 – resultaat toets

Mentorles: Kennismaken moodboard ‘Dit ben ik’

De start van het schooljaar draait in het begin om kennismaken. Nieuwe klas, nieuwe gezichten etc.

Een moodboard ‘Dit ben ik’ is een laagdrempelige en creatieve manier om elkaar beter te leren kennen. Leerlingen laten met afbeeldingen, woorden en kleuren zien wie ze zijn, wat hen bezighoudt en wat ze belangrijk vinden.

Het is een leuk idee om als mentor ook zelf een moodboard te maken waarin je laat zien wie je zelf bent. Dit is een mooie manier om de opdracht in te leiden.

Een leuke manier om deze opdracht in te leiden, is door als mentor zelf ook een moodboard te maken en dit aan de klas te laten zien.

Onderaan deze blog staat een uitbreide lesbrief van deze opdracht die je kunt downloaden.


De opdracht: maak een moodboard over jezelf

Leerlingen maken een collage waarin ze laten zien wie ze zijn. Dit kan op papier of digitaal. Ze gebruiken:

  • Afbeeldingen uit tijdschriften of kranten.
  • Woorden, quotes of korte zinnen.
  • Zelfgetekende elementen.
  • Of eventueel digitale tools zoals Canva.

Om het makkelijker te maken, laat je leerlingen eerst een paar vragen beantwoorden. Op die manier bereid je het maken van het moodboard voor.

Stel bijvoorbeeld vragen zoals:

  • Wat zijn je hobby’s? 
  • Wat is je favoriete plek of reisbestemming? Of waar zou je ooit nog eens naar toe willen? 
  • Ben je fan van een bepaalde serie, game of celebrity? 
  • Wat voor muziek luister je? 
  • Wat is je favoriete kleur? 
  • Wat voor soort eten vind je lekker?  

Door deze vragen eerst te beantwoorden, krijgen leerlingen ideeën voor hun moodboard.

Hoe pak je deze les aan?

Stap 1: Introductie (5 min)

  • Leg uit wat een moodboard is en laat voorbeelden zien.
  • Optioneel: laat je eigen moodboard zien en vertel over jezelf.

Stap 2: Voorbereiden (5 min)

  • Laat leerlingen nadenken over de bovenstaande vragen.

Stap 3: Moodboard maken (35 min)

  • Papier: Laat leerlingen plaatjes zoeken, knippen, plakken en versieren.
  • Digitaal: Laat leerlingen werken in Canva, Google Slides of PowerPoint.
  • Combinatie: Online plaatjes verzamelen, printen en verwerken in hun collage.

Stap 4: Moodboards uitwisselen (10 min)

  • Laat leerlingen in tweetallen hun moodboard presenteren.
  • Optioneel: wissel meerdere keren van partner als er tijd is.

Stap 5: Gezamenlijke afsluiting (5 min)

  • Vraag of leerlingen overeenkomsten hebben ontdekt.
  • Laat enkele leerlingen hun moodboard delen in de klas (vrijwillig). “Wil iemand zijn of haar moodboard laten zien voor de klas?” (Het is iets persoonlijks, leg er geen dwang op als een leerling het niet wil) 

Onderaan deze blog vind je een uitgebreide lesbrief over deze opdracht.


Variaties op de opdracht

  • Moodboard in groepjes: In plaats van individueel werken, kunnen kleine groepjes een gezamenlijke collage maken. ‘Dit zijn wij’
  • Moodboard rond een thema: Denk aan dromen voor de toekomst, ideale baan of wat hen gelukkig maakt. Koppel het bijvoorbeeld met LOB.
  • Moodboard als kennismakingsgesprek: Laat leerlingen hun moodboard inleveren en gebruik het later als startpunt voor een individueel mentorengesprek.

Download de gratis lesbrief moodboard maken ‘dit ben ik’

Mentorles: stel een klascontract op

Een goede sfeer in de klas ontstaat niet zomaar vanzelf. Het begint bij het maken van duidelijke afspraken. Door samen een klascontract op te stellen, krijgen leerlingen niet alleen meer eigenaarschap over de regels, maar voelen ze zich ook verantwoordelijker voor de sfeer in de klas.

In deze blog vind je een opzet op een klascontract met je klas op te stellen. Onderaan vind je een gratis download naar het werkblad en een blad met tips als je deze opdracht wil gaan

Waarom een klascontract?

Veel klassen starten met een lijstje basisregels van de school, maar die voelen vaak opgelegd. Wanneer leerlingen zelf meedenken over de regels, ontstaat er meer betrokkenheid.

Leerlingen leren:

  • Wat ze nodig hebben om zich prettig te voelen in de klas
  • Hoe ze rekening kunnen houden met elkaar
  • Op welke manier afspraken kunnen bijdragen aan een fijne sfeer

Aan het eind van deze blog vind je een werkblad en een blad met tips om te downloaden.

De opdracht: Stap voor stap een klascontract maken

Stap 1: Wat vind jij belangrijk? (individueel, 5-10 min)
Laat leerlingen nadenken over wat ze nodig hebben om zich prettig te voelen in de klas. Dit kan gaan over samenwerken, luisteren, respect tonen of een rustige werksfeer.

Schrijf drie regels op die voor jou belangrijk zijn.

Stap 2: Overleggen in groepjes (15 min)
Vorm kleine groepjes en laat leerlingen hun ideeën bespreken.

  • Waar zijn ze het over eens?
  • Zijn er verschillen? Hoe lossen ze dat op?
  • Wat zijn de drie belangrijkste regels voor hun groep?

Stap 3: Presenteren aan de klas (10 min)
Elk groepje presenteert zijn afspraken aan de klas. Andere groepjes luisteren en noteren regels die ze goed vinden.

Stap 4: Het klascontract opstellen (15 min)
Met alle input stellen jullie samen vijf klasregels op. Dit wordt jullie officiële klascontract. Zorg ervoor dat de regels positief en haalbaar zijn.

Stap 5: Ondertekening en reflectie (10 min)
Print het klascontract uit en hang het zichtbaar in het lokaal. Laat alle leerlingen hun handtekening zetten om te laten zien dat ze ermee akkoord gaan.

Sluit af met een korte reflectie:

  • Hoe vond je het om samen regels te maken?
  • Wat is de belangrijkste afspraak volgens jou?
  • Hoe kunnen we ervoor zorgen dat iedereen zich eraan houdt?

Waarom deze opdracht werkt

Een klascontract is niet zomaar een lijstje regels. Het is een manier om leerlingen zelf verantwoordelijkheid te geven over de sfeer in de klas.

  • Meer betrokkenheid: leerlingen hebben zelf invloed op de afspraken.
  • Duidelijkheid: iedereen weet wat er verwacht wordt.
  • Veilige leeromgeving: afspraken zorgen voor structuur en respect.

Download gratis werkblad klascontract

Download gratis tips voor docenten bij maken van een klascontract

Activerende werkvorm: Begrippen oefenen met dominokaartjes

Nieuwe begrippen leren kan voor leerlingen best lastig zijn. Vaak lezen ze een lijst met termen en definities, maar echt begrijpen en onthouden is iets anders. Hoe zorg je ervoor dat leerlingen actief met de lesstof aan de slag gaan?

Een manier waarbij leerlingen actief aan de slag gaan is begrippen oefenen met dominokaartjes. Dit spel laat leerlingen verbanden leggen tussen begrippen en omschrijvingen, terwijl ze actief met de stof bezig zijn.

In deze blog leg ik in het kort uit hoe je deze werkvorm inzet en deel ik daarna een uitgebreid gratis werkblad en sjablonen waarmee je direct aan de slag kunt.


Hoe werkt het?

Met dominokaartjes koppelen leerlingen begrippen aan de juiste omschrijvingen. Elk kaartje heeft twee helften: aan de ene kant staat een begrip, aan de andere kant een bijpassende definitie. De kaartjes vormen samen een doorlopende reeks, net als bij het klassieke dominospel.

Deze werkvorm is geschikt voor allerlei vakken, zoals geschiedenis, aardrijkskunde en economie.

  • Leerlingen oefenen actief met begrippen en hun betekenis.
  • Ze moeten verbanden leggen en uitleggen waarom iets klopt.
  • Het is een gestructureerde en speelse manier om de stof te herhalen.

Voorbereiding als docent

Een korte samenvatting van de werkvorm lees je hier. De volledige lesbrief download je onderaan de pagina.

  1. Maak een lijst met begrippen en omschrijvingen.
    Gebruik de begrippen uit je methode of stel zelf een lijst samen.
  2. Ontwerp de domino-kaartjes.
    • Elk kaartje bestaat uit twee helften:
      • Een begrip, woord, afbeelding of vraag.
      • De bijpassende omschrijving, antwoord of synoniem.
    • De rechterhelft van één kaartje moet aansluiten op de linkerhelft van een ander kaartje.
  3. Verschillende manieren om kaartjes te maken.
    • Maak de kaartjes zelf in Canva, Word of PowerPoint.
    • Print en lamineer ze voor hergebruik.
    • Wil je differentiëren? Maak setjes met verschillende niveaus.
  4. Test je set voordat je deze gebruikt in de les.
    • Zorg ervoor dat er een startkaartje is. Dit is een kaartje dat nergens op hoeft aan te sluiten.
    • Check of alle kaartjes logisch op elkaar aansluiten.

Zo speel je het in de klas

Een korte samenvatting van de werkvorm lees je hier. De volledige lesbrief download je onderaan de pagina.

Stap 1: Verdeel de klas in kleine groepjes.
Zorg ervoor dat je vooraf al groepjes hebt gemaakt. Elk groepje krijgt een set kaartjes.

Stap 2: Start het spel.

  • De kaarten liggen door elkaar.
  • Elk groepje krijgt een beginkaartje.
  • Om de beurt leggen leerlingen een kaartje aan als het past.
  • Ze moeten hardop uitleggen waarom het begrip en de omschrijving bij elkaar horen.

Stap 3: Loop rond en observeer.

  • Help als leerlingen vastlopen.
  • Stimuleer uitleg en discussie over de begrippen.

Stap 4: Afsluiting en klassikale bespreking.

  • Elk groepje presenteert kort hun domino-rij.
  • Bespreek samen:
    • Waarom horen deze begrippen bij elkaar?
    • Welke begrippen vonden jullie lastig?
    • Welke kaartjes zorgden bijvoorbeeld voor discussie?

Fouten maken mag – het gaat erom dat leerlingen ervan leren.


Waarom zou je deze werkvorm kiezen?

  • Actief leren: leerlingen leren actief door begrippen te koppelen aan de juiste betekenis.
  • Samenwerken en uitleggen: door samen te werken en elkaar dingen uit te leggen, onthouden leerlingen de stof beter.

Veel succes met deze activerende werkvorm!

Heb je deze opdracht gebruikt in je les? Ik ben benieuwd naar jouw ervaringen! Laat een reactie achter of deel je feedback.

Zoek je meer activerende werkvormen? Neem dan regelmatig een kijkje op mijn website voor nieuw lesmateriaal of praktische opdrachten voor in de klas.

Lesmateriaal M&M: twee opdrachten over vulkanen

In deze blog deel ik twee praktische opdrachten over vulkanen die je direct kunt gebruiken in je les mens & maatschappij of aardrijkskunde:

  1. Een opdrachtenblad met verschillende vragen en korte opdrachten.
  2. Een mini-werkstuk waarin leerlingen onderzoek doen naar een vulkaan naar keuze.

Onderaan deze blog kun je beide opdrachten gratis downloaden als kant-en-klaar werkblad.

Doelgroep: vmbo onderbouw mens & maatschappij of aardrijkskunde. Je kunt bij mens & maatschappij dit onderwerp mooi koppelen aan geschiedenis en Pompeï (klik hier voor de opdracht over Pompeï)


Opdracht 1: Opdrachtenblad – Vulkanen

Dit opdrachtenblad helpt leerlingen om de basis over vulkanen te begrijpen. Ze gaan aan de slag met vragen zoals:

  • Wat is een vulkaan en hoe ontstaat hij?
  • Maken vervolgens een tekening van een vulkaan met daarin de volgende onderdelen vaneen vulkaan: aardmantel, magma, kraterpijp, krater, lava
  • Waar komen vulkanen voor op de wereld? -> aangeven op kaart.

Deze opdracht is super om in te zetten als zelfstandige opdracht na een uitleg over vulkanen. Leerlingen kunnen het opdrachtenblad alleen of in tweetallen maken.

Wil je deze opdracht direct gebruiken? Download het hieronder


Opdracht 2: Mini-werkstuk – Onderzoek een vulkaan

Je kunt er ook voor kiezen om leerlingen een mini-werkstuk te laten maken over dit onderwerp. Leerlingen kiezen dan zelf een vulkaan en onderzoeken:

  • Inleiding vulkaan – welke vulkaan heb je gekozen? Waar is deze vulkaan te vinden?
  • Meer informatie over het onderwerp vulkanen – Wat is een vulkaan?
    Hoe ontstaat een vulkaan? Wat zijn de onderdelen in een vulkaan?
  • Vertel meer over de vulkaan die je gekozen hebt – Vertel iets over de
    geschiedenis van deze vulkaan en over de toekomst als je dit kunt vinden

Wil je deze opdracht direct gebruiken? Download de opdracht hieronder:


Veel succes in de klas en met de opdrachten! Stuur je een reactie als je de opdrachten gaat gebruiken of gebruikt hebt?