Blog lesobservaties: samen leren en verbeteren

Lesgeven is een dynamisch vak waar je nooit uitgeleerd bent. Elke dag brengt nieuwe situaties, uitdagingen en leermomenten. Eén van de manieren om je lessen te verbeteren is door lesobservaties: kijken bij collega’s en leren van hoe zij hun lessen aanpakken. Het is niet bedoeld als een beoordelingsmoment, maar juist als een kans om inspiratie op te doen en je eigen lessen te verfijnen.

Zelf heb ik door de jaren heen meerdere lesobservaties gedaan en bijgewoond. In deze blog deel ik waarom lesobservaties zo waardevol zijn en hoe je er het meeste uit kunt halen.

Waarom zijn lesobservaties zo nuttig?

Een lesobservatie geeft je een mooie kans om buiten je eigen klaslokaal te kijken en te zien hoe collega’s hun lessen vormgeven. Het kan je helpen om:

  • Nieuwe werkvormen en didactische strategieën te ontdekken – Misschien gebruikt een collega een werkvorm die goed aansluit bij jouw vak of leerlingen. Of je ziet een werkvorm waar je weleens over hebt gelezen, maar nog niet zelf uitgeprobeerd hebt.
  • Beter te begrijpen hoe leerlingen reageren op verschillende aanpakken – Wat werkt goed bij hen en waarom? Of
  • Reflecteren op je eigen lesgeven – Soms besef je pas door een observatie dat je bepaalde gewoontes hebt, omdat je je herkent in wat een collega doet.

Door regelmatig lessen van anderen bij te wonen en daarover in gesprek te gaan, blijf je jezelf ontwikkelen als docent. Bovendien hoef je niet altijd een hele les bij te wonen – je kunt er ook voor kiezen om specifieke onderdelen van een les te observeren, zoals de instructiefase, een samenwerkingsopdracht of de afronding. Of je loopt gewoon even naar binnen, kijkt even en gaat daarna weer verder. Ik denk zelfs dat die korte bezoekjes nog veel waardevoller zijn.

Leren van elkaar: een open en positieve houding

De sleutel tot een succesvolle lesobservatie is een open en nieuwsgierige houding. Het gaat niet om vergelijken of beoordelen of daarna die collega in de wandelgangen of personeelskamer belachelijk maken. Het gaat om samen leren en groeien. Een positieve benadering helpt om het meeste uit een observatie te halen. Dit kan op verschillende manieren:

  • Kies een specifiek aandachtspunt – Denk aan klassenmanagement, differentiatie of het gebruik van activerende werkvormen. Dit maakt de observatie gerichter en effectiever.
  • Ga zonder oordeel de observatie in – Elke docent heeft een eigen stijl. Wat voor de één werkt, past misschien niet bij jou, maar je kunt er altijd iets van leren.
  • Bespreek na afloop wat je hebt gezien – Stel vragen, wissel ideeën uit en denk na over wat jij in jouw lessen kunt toepassen.

Mijn ervaringen met lesobservaties

Door de jaren heen heb ik verschillende collega’s geobserveerd en zelf ook lesbezoeken gehad. Soms leverde dat direct toepasbare ideeën op, soms leerde ik juist door het contrast met mijn eigen manier van lesgeven. Eén van de dingen die me is bijgebleven, is bijvoorbeeld hoe de opstelling van het lokaal invloed kan hebben op de lesdynamiek. Een collega had bijvoorbeeld een U-vormige opstelling, waarbij leerlingen tijdens uitleg in een kring zaten en daarna draaiden leerlingen zich om en gingen ze aan het werk. In het midden stond dan een begeleidingstafel. Dit zorgde voor meer betrokkenheid en interactie. Ook schoof de collega met de leerlingen de tafels in de opstelling en daarna weer terug. Terwijl ik eerst dacht: ja, leuk zo’n opstelling dat zou ik ook wel willen als ik een vast lokaal had. Maar om het iedere keer weer terug te moeten zetten en dan weer haasten naar het volgende lokaal, daar word ik al moe van als ik er alleen al aan moet denken. Maar eigenlijk deed hij op zo’n manier dat er makkelijk uitzag, ook al heeft het wel wat voorbereiding nodig en routines die je vaker moet oefenen.

Ook zag ik eens een handige manier om met LessonUp om te gaan. Ik gebruikte LessonUp al jaren en die andere collega ook. Maar hij deed iets anders wat superhandig was: leerlingen draaiden hun laptops om als ze klaar waren met een opdracht, zodat ze niet verder afgeleid raakten en de docent ging dan weer verder met de opdracht. Als er dan een toetsingsvraag kwam draaiden leerlingen de laptop weer om en maakten de vraag. Zo stom, daar had ik eigenlijk niet over nagedacht. Dit soort kleine, praktische tips kunnen best een groot effect hebben in je lespraktijk.

Ook was ik wel bij beginnende docenten in de les en wat ik daar heel mooi vind om te zien is het enthousiasme voor het vak.

Ook in mijn eigen lessen heb ik natuurlijk lesbezoeken gehad. Toen ik nog maar net begonnen was met lesgeven kwam de rector op lesbezoek. De leerlingen waren opeens muisstil, terwijl het normaal altijd een drukke en dynamische klas was. Niemand durfde iets te zeggen of te reageren tijdens het onderwijsleergesprek. Ook gingen ze direct aan het werk na de uitleg en had iedereen meteen z’n spullen op tafel. Het voelde heel raar om op zo’n manier les te geven in een normaal gesproken dynamische klas. Het was net of ik lesgaf in een lokaal zonder leerlingen. De leerlingen dachten waarschijnlijk: ojee, de rector is er vandaag. Laat ik me maar even gedragen. Daarna had ik een heel leuk gesprek met die collega en hebben we er ook om kunnen lachen. Later met de klas ook.

In het begin vond ik lesobservaties wel heel spannend, maar dat kwam ook omdat je dan vaak beoordeeld werd. Er kwam bijna nooit iemand kijken in de les, behalve bij een beoordeling of als de inspectie er was. Het was toen nog niet zo gebruikelijk om bij elkaar in de lessen te kijken.

Lesobservaties in de praktijk: hoe pak je het aan?

Wil jij zelf een lesobservatie doen of laten doen? Hier zijn een paar praktische tips:

  • Spreek van tevoren een focus af – Wil je letten op interactie, instructie, activerende werkvormen? Door een helder doel te stellen, haal je er meer uit.
  • Maak aantekeningen, maar kijk vooral goed rond – Hoe is de sfeer in de klas? Wat doet de docent om structuur te houden?
  • Plan een kort nagesprek – Bespreek wat je hebt gezien en wat je meeneemt. Dit kan een eye-opener zijn voor zowel de observator als de geobserveerde.
  • Blijf in gesprek met collega’s – Het echte leren zit vaak in de gesprekken die na de observatie plaatsvinden. Heel belangrijk om niet te oordelen of in te vullen hoe de collega iets zou moeten doen volgens jou. Ga positief het gesprek aan en focus op samen leren.
  • Focus op een specifiek lesonderdeel – Je hoeft niet per se een hele les bij te wonen; kijk bijvoorbeeld alleen naar de opening, instructie of evaluatie.

Conclusie: blijf leren van elkaar

Lesobservaties zijn geen beoordeling, maar een waardevolle kans om van elkaar te leren. Door regelmatig bij collega’s te kijken en open te staan voor nieuwe inzichten, kun je je eigen lespraktijk blijven verbeteren. Het is een eenvoudige, maar effectieve manier om geïnspireerd te raken en je lessen steeds sterker te maken.

Dus: nodig een collega uit om eens bij jou te kijken of plan zelf een observatie in.

Heb jij wel eens een lesobservatie gedaan? Wat heb je ervan geleerd? Laat het me weten in de reacties!

Leren voor de toetsweek: prioriteitenmatrix

De toetsweek komt eraan en veel leerlingen hebben moeite met het plannen van hun studietaken. Waar begin je? Wat is écht belangrijk? Als mentor of ouder kun je je leerling of kind helpen om meer overzicht en rust te creëren met de prioriteitenmatrix. Dit is een handige methode om taken te verdelen op basis van urgentie en belangrijkheid. In deze blog leg ik uit hoe je deze methode eenvoudig inzet en kun je gratis het werkblad prioriteitenmatrix en het werkblad planning toetsweek downloaden om direct aan de slag te gaan.

Wat is de prioriteitenmatrix?

De methode is gebaseerd op het model van Eisenhower en verder ontwikkeld door Covey. De prioriteitenmatrix helpt leerlingen om hun taken in vier categorieën te plaatsen:

  1. Belangrijk & dringend – Moet nu gebeuren (bijvoorbeeld: leren voor een toets morgen).
  2. Belangrijk & niet dringend – Kan later ingepland worden (bijvoorbeeld: een samenvatting maken voor een toets over een week).
  3. Niet belangrijk & dringend – Moet snel, maar is minder belangrijk (bijvoorbeeld: een korte huiswerkopdracht).
  4. Niet belangrijk & niet dringend – Mag wachten of hoeft niet (bijvoorbeeld: social media checken).

Door taken op deze manier in te delen, krijgen leerlingen inzicht in wat prioriteit heeft en wat uitgesteld of weggelaten kan worden.

Hoe begeleid je je leerling of kind met de prioriteitenmatrix?

1. Uitleg van de prioriteitenmatrix

  • Bespreek wat de matrix is en waarom het helpt.
  • Geef herkenbare voorbeelden van taken in de vier categorieën.

2. Opstellen van een takenlijst

  • Laat de leerling alle aankomende toetsen en taken opschrijven, zoals:
    • Samenvattingen maken;
    • Flashcards maken;
    • Oefentoetsen maken;
    • Instructievideo’s bekijken;
    • Leerladder gebruiken.

3. Invullen van de prioriteitenmatrix

  • Geef een werkblad (zie download onderaan blog) of laat de leerling zelf een matrix tekenen.
  • Begeleid bij het indelen van de taken in de vier kwadranten.
  • Help bij twijfel en bespreek waarom bepaalde keuzes handig zijn.

4. Plannen van de toetsweek

  • Laat de leerling een planning maken op basis van de ingevulde matrix.
  • Gebruik hiervoor een apart werkblad voor de planning.
  • Als ze een agenda gebruiken, laat ze het daarin overnemen.

Tip: Geen tijd om alles in één keer te doen? Splits het op in twee momenten: eerst de matrix, dan de planning.

5. Afronding en reflectie (5 minuten)

  • Bespreek hoe de leerling het invullen vond.
  • Vraag wat ze lastig vonden en waar ze verbetering zien.
  • Geef aan dat ze dit elke toetsweek kunnen gebruiken.

Waarom werkt deze methode?

  • Meer overzicht: leerlingen zien in één oogopslag wat belangrijk is.
  • Minder stress: de methode voorkomt dat alles op het laatste moment moet. (Mist je op tijd begint met de prioriteitenmatrix natuurlijk)
  • Efficiënter leren: focussen op wat echt belangrijk is.
  • Meer zelfstandigheid: leerlingen leren zelf plannen en prioriteren.

Gratis werkbladen downloaden

Wil je deze methode direct inzetten? Download hier het werkblad prioriteitenmatrix en het werkblad planning toetsweek om je leerling of kind te helpen met voorbereiden van de toetsweek.


Heb jij deze methode al eens geprobeerd? Laat in de reacties weten hoe jouw leerlingen of uw kind dit ervaren heeft!

Lesidee: maak een werkvormenwiel met activerende werkvormen

Actieve werkvormen maken een les dynamisch en zorgen ervoor dat leerlingen écht met de stof aan de slag gaan. Maar soms is het lastig om op het juiste moment een passende werkvorm te bedenken. Dan is het een handig om met het Werkvormenwiel aan de slag te gaan: een handige (digitale) tool waarmee je snel een werkvorm kiest en kunt inzetten. In deze blog laat ik je zien hoe je zelf eenvoudig een Werkvormenwiel maakt en hoe je dat kunt toepassen in je klas.

Wat is het WerkvormenWiel?

Het WerkvormenWiel is een soort rad van fortuin dat je vooraf zelf vult met verschillende werkvormen. Dit kan een fysiek rad zijn dat je in de klas gebruikt, maar je kunt ook een online versie maken met een tool zoals Wheel of Names. Tijdens de les draai je aan het wiel en laat je het lot bepalen welke werkvorm je gaat gebruiken. Zo houd je variatie in je lessen en betrek je leerlingen op een speelse manier.

Je kunt een fysiek rad kopen, maar zelf vind ik een digitaal rad net zo handig. Vooral als je geen vaste of eigen plek op school hebt. Als je wel een eigen lokaal hebt, is het ook een leuk idee om een fysiek rad te maken. Voorheen hadden ze ze wel bij de Ikea, maar op dit moment zitten ze niet in het assortiment. Misschien komen ze weer terug?

Waarom zou je het werkvormenwiel in je klas gebruiken?

  • Actieve betrokkenheid en afwisseling: leerlingen weten niet precies wat er komt en blijven alert.
  • Weinig voorbereiding en geen keuzestress: Eenmaal gevuld, kun je het wiel steeds opnieuw gebruiken. Je hoeft niet ter plekke een werkvorm te bedenken.

Hoe maak je een werkvormenwiel?

  1. Kies een vorm: Gebruik een fysiek rad of een online tool zoals Wheel of Names of Spin the Wheel.
  2. Vul het wiel met werkvormen: Kies 6 tot 12 werkvormen die passen bij jouw vak en lesdoelen.
  3. Test het uit: Probeer het een paar keer om te zien welke werkvormen goed werken.
  4. Pas het wiel aan wanneer nodig: Voeg nieuwe werkvormen toe of verwijder minder effectieve opdrachten.

Voorbeelden van werkvormen op het WerkvormenWiel

Om je op weg te helpen, zijn hier een aantal werkvormen die je kunt gebruiken:

  • Quizvraag bedenken: Leerlingen maken een quizvraag over de lesstof voor een klasgenoot.
  • Quizlet: doe een online quiz met Quizlet, bijvoorbeeld alle begrippen overhoren in Quizlet (voor Plein M en Geschiedeniswerkplaats heb ik alle begrippen in Quizlet gezet)
  • Teken het begrip: Laat leerlingen een concept visueel weergeven zonder woorden.
  • Mindmap maken: Leerlingen structureren hun kennis in een mindmap.

Manieren om je werkvormenwiel in te zetten tijdens je les

  • Maak bijvoorbeeld meerdere wielen: één voor startactiviteiten, één voor verwerking en één voor afsluiting.
  • Betrek leerlingen: Laat leerlingen zelf werkvormen aandragen en toevoegen.
  • Gebruik het regelmatig: Zo wordt het een herkenbare en vertrouwde tool in je lessen.
  • Combineer met andere tools: Gebruik het wiel bijvoorbeeld samen met een digitale quiz of een groepsopdracht.

Voorbeelden van werkvormen voor je werkvormenwiel

Er zijn natuurlijk heel veel werkvormen te bedenken. Maar als je het lastig vind of wat inspiratie nodig hebt, zijn hier een aantal werkvormen die je zou kunnen inzetten:

Start van de les (voorkennis activeren)
  • Woordweb maken – leerlingen noteren wat ze al weten over een onderwerp in een woordweb (kan ook digitaal met LessonUp)
  • Quizlet – een korte quiz over de vorige les of juist van het onderwerp van nu, om te kijken wat leerlingen al weten. (Heeft wel een beetje voorbereiding nodig, maar misschien heb je al Quizlets gemaakt)
  • Vragen bedenken – leerlingen formuleren drie vragen over wat ze willen leren tijdens deze les.
  • Foto of bron analyseren – toon een foto of bron en laat leerlingen beschrijven wat ze zien.
  • Wat weet je nog? – laat leerlingen in twee minuten op een post-it of wisbordje schrijven wat ze nog weten van vorige les.
Eind van de les
  • 3-2-1-methode – noem drie dingen die je geleerd hebt, twee dingen die je interessant vond en één ding waar je nog een vraag over hebt.
  • Leerdoel beantwoorden – laat leerlingen op een post-it of wisbordje het leerdoel van de les beantwoorden.
  • Kaartje voor de toekomst – laat leerlingen opschrijven wat ze willen onthouden voor de volgende les en deel dit dan ook de volgende les weer uit.
  • Vraagkaartje in tweetallen – leerlingen schrijven een vraag op over de lesstof van vandaag en medeleerling moet dit beantwoorden en andersom.

Download een gratis werkblad

Heb je deze opdracht gebruikt in je les? Ik ben benieuwd naar jouw ervaringen! Laat een reactie achter of deel je feedback.

Zoek je meer activerende werkvormen? Neem dan regelmatig een kijkje op mijn website voor nieuw lesmateriaal of praktische opdrachten voor in de klas.

Heb je nog leuke aanvullingen? Of heb je zelf een werkvormenwiel gemaakt? Laat het me weten in de reacties!

De leerladder: stap voor stap leren

Wil jij als leraar je leerlingen beter laten leren of als ouder je kind helpen met huiswerk? Dan is De Leerladder een handige methode! Dit is een gestructureerde en effectieve manier om informatie te verwerken, zodat leerlingen niet alleen begrippen of woordjes uit hun hoofd leren, maar de stof ook echt begrijpen.

Hoe werkt de leerladder?

Je kunt met deze leerladder leerlingen helpen om kennis op te bouwen in een aantal stappen. Ze beginnen met het (voor)lezen van begrippen en gaan uiteindelijk naar het toepassen en uitleggen ervan. Op deze manier zijn ze actief bezig met de begrippen en leerstof.

Dit werkt goed voor vakken zoals geschiedenis en aardrijkskunde, maar kan natuurlijk ook bij andere vakken worden gebruikt.

Waarom werkt deze manier van leren?

  • Leerlingen gaan actief met de stof aan de slag in plaats van alleen maar lezen of begrippen stampen.
  • Herhaling en toepassen zorgen ervoor dat leerlingen het beter begrijpen en onthouden.

Gratis werkblad voor in de klas of thuis

Wil je deze manier van leren direct inzetten? Download hieronder het gratis werkblad en gebruik het in je les of om je kind thuis te begeleiden!

Heb jij De Leerladder al geprobeerd in de klas of thuis? Laat in de reacties weten hoe het is gegaan.

Digitale geletterdheid opnemen in het schoolbeleid: hoe pak je dat aan?

Digitale geletterdheid wordt een vast onderdeel van het curriculum. Maar hoe zorg je ervoor dat het niet alleen op papier staat, maar ook écht in de praktijk werkt? Dat begint bij een heldere visie en een aanpak die haalbaar is voor docenten en leerlingen.

In deze blog lees je hoe je digitale geletterdheid concreet opneemt in het schoolbeleid.


1. Begin met een gezamenlijke visie

SLO onderscheidt vier domeinen binnen digitale geletterdheid: ICT-basisvaardigheden, mediawijsheid, digitale informatievaardigheden en computational thinking. Maar wat betekent dat voor jullie school?

Gebruik de visiekaart van SLO

Stappen om een visie te formuleren:

  • Bespreek met elkaar: Wat vinden wij belangrijk als het gaat om digitale vaardigheden van leerlingen?
  • Leg de visie vast in concrete doelen: Wat moeten leerlingen kennen en kunnen op het gebied van digitale geletterdheid?
  • Maak de visie praktisch en haalbaar, zodat docenten het kunnen vertalen naar hun eigen lessen.
  • Zorg voor draagvlak: laat docenten en leerlingen input geven. Wat hebben zij nodig? Wat gaat nu al goed en waar liggen de uitdagingen?

Meer informatie over visievorming vind je bij SLO.


2. Waar komt digitale geletterdheid in het curriculum?

Scholen kunnen bepalen hoe ze digitale geletterdheid aanbieden: bijvoorbeeld als een los vak of geïntegreerd binnen bestaande vakken. Beide aanpakken hebben voor- en nadelen.

Digitale geletterdheid – los vak

  • Duidelijke structuur en vaste lestijd.
  • Kan methode aan gekoppeld worden, scheelt veel tijd in plaats van zelf ontwikkelen.
  • Docenten met expertise in digitale geletterdheid kunnen het geven.
  • Nadeel: Het kost lestijd en moet passen binnen het rooster.

Geïntegreerd in bestaande vakken

  • Digitale geletterdheid wordt direct gekoppeld aan vakinhoud.
  • Makkelijker in te passen zonder extra lestijd.
  • Docenten kunnen het toepassen binnen hun eigen vakgebied.
  • Nadeel: Vereist goede samenwerking tussen vaksecties en duidelijke afspraken. Kost tijd om te ontwikkelen.

Waar digitale geletterdheid ook wordt ondergebracht, het moet structureel terugkomen in het onderwijs. Dit zijn een paar voorbeelden van integratie binnen vakken:

  • Geschiedenis en maatschappijleer: Nepnieuws, bronnen beoordelen propaganda en online media.
  • Vakoverstijgend Nederlands, geschiedenis, maatschappijleer: bijvoorbeeld project bronnen beoordelen, nepnieuws en dan presentatie voorbereiden in Canva bijvoorbeeld.
  • Wiskunde: Computational thinking en logisch redeneren.
  • Informatica of technologie: Programmeren en digitale toepassingen.

Wil je hier meer over lezen?


3. Ondersteuning en professionalisering van docenten

Om digitale geletterdheid goed in te bedden, moeten docenten zich zeker voelen over hun eigen digitale vaardigheden. Dit vraagt om structurele ondersteuning, zoals:

  • Intervisiebijeenkomsten – Bespreek uitdagingen en successen rondom digitale geletterdheid.
  • ‘Digitaal maatje’-systeem – Koppel minder ervaren docenten aan collega’s met meer digitale ervaring.
  • Handige tool in een kwartier – Korte, praktische uitleg van een digitale tool tijdens een vergadering.
  • Workshops en trainingen – Over mediawijsheid, zoekstrategieën, nepnieuws en online veiligheid. Onderzoek eerst de expertise binnen de school voordat je externen inhuurt.

Start bijvoorbeeld met een vragenlijst om te peilen hoe vaardig docenten zich voelen op de vier domeinen van digitale geletterdheid.

Wil je meer over dit onderwerp lezen? Lees dan ook mijn blog: docenten ondersteunen bij digitale geletterdheid – hoe pak je dat aan?

Maak een soort overzicht (matrix) per vak waar digitale geletterdheid logisch kan aansluiten en werk samen met vaksecties. Een handig hulpmiddel is een document (matrix) waarin de verschillende vaardigheden staan opgesomd, zodat vaksecties kunnen aangeven wat bij hun vak past. Vanuit dat overzicht kun je ook vakoverstijgende opdrachten of projecten ontwikkelen.

Meer weten over hoe je vakoverstijgend kunt werken met digitale geletterdheid? Lees dan mijn blog over vakoverstijgende projecten en opdrachten met digitale geletterdheid. Hierin lees je hoe je digitale vaardigheden kunt integreren in meerdere vakken en hoe je een project kunt opzetten.


4. Welke middelen zijn nodig?

Wees ook realistisch. Dat betekent dat je niet alleen kijkt naar wat je wilt, maar ook naar wat er praktisch nodig is. Denk aan:

  • Toegang tot hardware en software – Zijn er voldoende apparaten en geschikte programma’s beschikbaar?
  • Een veilige digitale leeromgeving – Hoe zorg je voor veilige wachtwoorden en bewust online gedrag?
  • Lesmateriaal en tools – Hebben de docenten toegang tot (kant-en-klare) lessen en opdrachten over digitale geletterdheid? Of krijgen zij tijd om dit te ontwikkelen? Zo ja, hoeveel?

Het gaat niet om meer technologie, maar om het juiste gebruik ervan. Bij digitale geletterdheid heb je niet per se de nieuwste of meer devices nodig.


Maak digitale geletterdheid structureel en haalbaar

Digitale geletterdheid opnemen in het schoolbeleid hoeft geen enorme opgave te zijn. Probeer stapsgewijs en praktisch werken:

  1. Formuleer een duidelijke visie die past bij jullie school. (visiekaart SLO)
  2. Bepaal of digitale geletterdheid een los vak wordt of geïntegreerd wordt in bestaande vakken. Of bepaal waar je naar toe wil werken.
  3. Zorg voor training en ondersteuning voor docenten (eerst binnen de school, evt. expert extern)
  4. Kijk naar wat er nodig is qua middelen en tools.

Meer weten? Bekijk de richtlijnen van SLO of de materialen van Kennisnet.

Effectieve leerstrategieën: wat werkt?

Leren is meer dan alleen een boek openslaan en hopen dat de stof blijft hangen. Veel leerlingen proberen op het laatste moment alles in hun hoofd te stampen, maar dat is niet de meest effectieve manier. Wil je écht goed leren? Dan heb je strategieën nodig die werken. In deze blog deel ik een aantal leerstrategieën die jou (of je leerlingen) helpen om informatie beter te onthouden en toe te passen.

1. Verspreid leren (spaced practice)

Veel leerlingen maken de fout om in één keer een hele berg stof door te nemen. Vaak doen ze dit ook op het laatste moment, met het idee dat ze het dan misschien beter onthouden. Dit lijkt misschien efficiënt, maar het werkt niet. Wat werkt wel? Regelmatig herhalen! Door de stof te spreiden over meerdere dagen of weken, blijft het beter hangen. Plan daarom leerblokken in en herhaal de stof met tussenpozen.

2. Actief ophalen (retrieval practice)

In plaats van alleen maar te lezen of markeren van stukjes leerstof, is het veel effectiever om jezelf te testen. Dit dwingt je om actief na te denken over de stof. Maak bijvoorbeeld oefenvragen, laat iemand je overhoren of schrijf op wat je nog weet zonder je boek erbij te pakken. Hoe vaker je oefent met ophalen, hoe beter de stof blijft hangen.

3. Uitleggen aan anderen (elaboratie)

Als je iets aan een ander kunt uitleggen, begrijp je het zelf ook beter. Door iets in je eigen woorden uit te leggen, moet je actief nadenken over de stof en maak je verbanden. Probeer het eens: leg een ingewikkeld begrip uit aan een klasgenoot, iemand thuis of zelfs gewoon aan jezelf.

4. Afwisseling in oefening (interleaving)

Veel leerlingen oefenen per onderwerp, maar het is juist effectiever om onderwerpen af te wisselen. Dit helpt je om beter te schakelen tussen verschillende soorten informatie. Hierdoor wordt je brein flexibeler en kun je de stof beter toepassen in nieuwe situaties.

5. Concrete voorbeelden gebruiken

Abstracte theorieën blijven lastig te onthouden. Een oplossing? Koppel de informatie aan concrete voorbeelden. Dit maakt de stof niet alleen begrijpelijker, maar ook beter om te onthouden.

6. Dual coding

Beeld en tekst combineren werkt beter dan alleen maar tekst. Denk aan schema’s, mindmaps of simpele tekeningen bij de stof. Ons brein verwerkt visuele informatie sneller en efficiënter, waardoor je de leerstof beter onthoudt. Een goede tip is om aantekeningen te maken met kleine schetsen of diagrammen erbij.

7. Begrijpend leren – verbanden leggen

Stampen van lesstof lijkt op de korte termijn te helpen, maar zorgt er niet voor dat je de lesstof beter begrijpt. Probeer daarom verbanden te leggen tussen verschillende onderwerpen, te bedenken hoe de stof in de praktijk werkt en waarom het relevant is. Hoe beter je de betekenis van iets begrijpt, hoe langer het blijft hangen.

Hoe pas je deze strategieën toe?

Wil je deze leerstrategieën effectief inzetten? Hier zijn een paar praktische tips:

  • Maak een studieschema waarin je de stof verspreid over meerdere dagen.
  • Gebruik flashcards of maak oefenvragen om actief op te halen wat je geleerd hebt.
  • Vertel aan iemand anders wat je geleerd hebt, alsof je de docent bent.
  • Wissel af tussen verschillende soorten oefeningen en vakken.
  • Zoek of maak visuele hulpmiddelen, zoals schema’s of tekeningen.

Met deze aanpak wordt leren niet alleen effectiever, maar ook leuker en minder stressvol. Probeer ze uit en ontdek wat voor jou (of je leerlingen) het beste werkt!

Voorbeeld in de klas

Toen we in de klas het onderwerp standenmaatschappij bijvoorbeeld behandelden, merkte ik dat sommige leerlingen het lastig vonden om de verschillen tussen de drie standen te onthouden.

Daarom combineerden we tekst en beeld: we maakten samen een piramide met symbolen en kleuren om de standen (geestelijkheid, adel en derde stand) weer te geven. Vervolgens liet ik de leerlingen een eigen strip maken waarin ze de privileges en plichten van elke stand in beeld en korte zinnen uitlegden. Door de visuele koppeling werd het makkelijker voor leerlingen om de stof te onthouden.

Download het gratis werkblad over een tekening maken van de standenmaatschappij hier.

Wil je meer tips over effectief leren? Houd mijn website in de gaten voor meer praktische onderwijsartikelen!

Lesmateriaal M&M: aardbevingen

Bij het onderdeel aardbevingen bij mens & maatschappij heb ik drie gratis werkbladen gemaakt die je direct kunt inzetten in je les.
Opdracht 2 en 3 zouden als vakoverstijgende opdracht samen met Nederlands gegeven kunnen worden.

1. Maak een poster over aardbevingen

Veel leerlingen onthouden informatie beter als ze die actief verwerken. Met deze opdracht maken ze een poster over aardbevingen. Hierin kunnen ze bijvoorbeeld uitleggen:

  • Hoe aardbevingen ontstaan.
  • Wat de gevolgen zijn.
  • Hoe je je eventueel kan voorbereiden op een aardbeving.

Het werkblad helpt leerlingen stap voor stap om hun poster goed op te bouwen.

2. Schrijf een kort verslag over een bekende aardbeving

Leerlingen doen eerst een klein onderzoek en daarna gaan ze stapsgewijs vragen beantwoorden. Ze onderzoeken een aardbeving naar keuze. Ze kunnen bijvoorbeeld kiezen uit:

  • De aardbeving van San Francisco (1906)
  • De aardbeving en tsunami in Japan (2011)
  • De aardbeving in Turkije en Syrië (2023)

3. Schrijf een nieuwsbericht over een aardbeving (+ schrijfplan)

In deze opdracht schrijven leerlingen een nieuwsbericht over een aardbeving aan de hand van een schrijfplan. Het schrijfplan helpt de leerlingen met:

  • De opbouw van hun nieuwsbericht.
  • Het beantwoorden van de 5W + H-vragen (wie, wat, waar, wanneer, waarom, hoe?).

Vakoverstijgend met Nederlands

Deze schrijfopdracht is ideaal om te combineren met het vak Nederlands. Leerlingen werken niet alleen aan hun kennis over aardbevingen, maar ook aan hun schrijfvaardigheid.

Heb je deze opdrachten gebruikt in je les? Laat het me weten! Ik ben benieuwd!

Project afvalscheiding op school

Afvalscheiding is een belangrijk thema, ook binnen de schoolomgeving. Maar hoe zorg je ervoor dat leerlingen zich bewust worden van afval, recyclen en duurzaamheid? Met dit kant-en-klare project kun je leerlingen op een praktische manier aan de slag laten gaan met afvalscheiding binnen hun eigen schoolomgeving.

Waarom afvalscheiding op school?

Leerlingen en docenten op school produceren met elkaar dagelijks veel afval: papiertjes, drinkpakjes, plastic flesjes en nog veel meer. Door bewust om te gaan met afval kunnen leerlingen niet alleen bijdragen aan een beter milieu, maar ook leren waarom scheiden belangrijk is.

Wat houdt het project in?

Dit project over afvalscheiding is speciaal ontworpen voor het voortgezet onderwijs en sluit aan bij mens & maatschappij en burgerschap. Leerlingen onderzoeken hoe afvalscheiding op hun school is geregeld, analyseren mogelijke verbeteringen en bedenken een plan om afvalscheiding effectiever te maken.

In het gratis werkblad vind je:

  • Een duidelijke opdrachtomschrijving
  • Onderzoeksvragen om leerlingen actief te laten nadenken
  • Een stappenplan om een verbeterplan op te stellen
  • Een reflectieopdracht om bewustwording te vergroten

Gratis werkblad downloaden

Wil je dit project meteen gebruiken in de klas? Download dan hier het gratis werkblad: Project Afvalscheiding op School.

Dit werkblad is direct inzetbaar en vereist minimale voorbereiding. Ideaal voor een les waarin leerlingen op een actieve manier met duurzaamheid aan de slag gaan!

Hoe zet je dit project in?

Je kunt dit project op verschillende manieren inzetten:

  • Samenwerken: laat leerlingen in kleine groepjes onderzoeken hoe afvalscheiding nu gebeurt op school en brainstormen over verbeteringen.
  • Maak er een projectweek van: geef leerlingen een week de tijd om hun bevindingen te verzamelen en een presentatie te maken.
  • Vakoverstijgend: koppel het project aan verschillende vakken. Bijvoorbeeld mens & maatschappij, aardrijkskunde, Nederlands en burgerschap.

Meer inspiratie?

Ben je op zoek naar meer lesmateriaal of gratis werkbladen? Kijk dan eens op mijn website voor extra inspiratie! Ik deel regelmatig lesideeën en kant-en-klare opdrachten die direct in de klas gebruikt kunnen worden.

Veel plezier en succes met het project! Laat je me weten hoe het project gegaan is als je het uitgevoerd hebt in de klas?

Creatief schrijven en kunst: opdracht Rijksmuseum

In deze vakoverstijgende opdracht kiezen leerlingen een schilderij van de website van het Rijksmuseum en onderzoeken ze de achtergrond van het schilderij en de maker. Vervolgens schrijven ze een fictief verhaal dat zich in de wereld van het schilderij afspeelt.

Onderaan deze blog kan je het gratis werkblad van deze opdracht downloaden.

Voor wie is deze opdracht geschikt?

  • Vmbo-tl klas 3 en 4
  • Nederlands: schrijfvaardigheid, creatief schrijven of fictiedossier.
  • Vakoverstijgend: Nederlands, CKV en eventueel geschiedenis.
  • Geschikt voor zelfstandig werken.

Tip! Je kunt deze opdracht ook koppelen met een bezoek aan het Rijksmuseum.

Wat moeten de leerlingen doen in deze opdracht?

De opdracht bestaat uit twee delen:

  • Onderzoek: leerlingen beantwoorden vragen over het schilderij en de kunstenaar.
  • Schrijfopdracht: leerlingen schrijven een fictief verhaal waarin het schilderij centraal staat.

De opdracht is geschikt voor vmbo-tl/mavo en kan worden ingezet bij het vak Nederlands in samenwerking met CKV of eventueel geschiedenis. Leerlingen werken individueel aan deze opdracht. Je kunt ervoor kiezen om de opdracht digitaal te laten maken of met de hand te laten schrijven.

Ik zou zelf aanraden om de schrijfopdracht op school met de hand te laten schrijven en leerlingen geen gebruik te laten maken van laptop of andere device.

Bij geschiedenis zou je nog meer de nadruk kunnen leggen op de historische context en sociaal-economische aspecten. Of het juist weglaten als je geen samenwerking met geschiedenis doet.

Hoe werkt de opdracht?

1. Kies een schilderij uit de collectie van het Rijksmuseum

  • Leerlingen gaan naar de website van het Rijksmuseum (www.rijksmuseum.nl) en kiezen een schilderij dat hen aanspreekt.
  • Ze noteren de titel en de naam van de schilder en geven dit door aan de docent.

2. Onderzoek het schilderij

  • Leerlingen beantwoorden vragen over het schilderij, de kunstenaar en de tijd waarin het gemaakt is.
  • Ze letten op symboliek, kleurgebruik en compositie en bedenken wat het schilderij zou kunnen vertellen.

3. Schrijf een fictief verhaal

  • Leerlingen bedenken een hoofdpersoon en een conflict of probleem.
  • Ze schrijven een verhaal waarin het schilderij een rol speelt.
  • Het verhaal bevat emoties, gedachten en een duidelijke opbouw (begin, midden, einde).

4. Nakijken en inleveren

  • Leerlingen controleren hun verhaal op spelling en grammatica.
  • Ze leveren hun opdracht in of voegen het toe aan hun fictiedossier.

Lengte van het verhaal: 750 tot 1000 woorden


Voor wie is deze opdracht geschikt?

  • Vmbo-tl
  • Nederlands – schrijfvaardigheid en creatief schrijven.
  • Vakoverstijgend: Nederlands, CKV en eventueel geschiedenis.
  • Geschikt voor zelfstandig werken.

Download gratis werkblad schrijfopdracht Rijksmuseum

Wil je direct aan de slag met deze opdracht? en gebruik het in je les!

📥 Download hier het gratis werkblad (PDF)

Heb je deze opdracht in de klas gebruikt? Ik ben benieuwd hoe het ging, laat het me vooral weten.

Digitale geletterdheid in het VO: waarom en hoe?

Digitale geletterdheid in het voortgezet onderwijs: waarom en hoe?

Digitale geletterdheid is tegenwoordig net zo belangrijk als kunnen lezen en schrijven. We leven in een wereld waarin technologie overal is en toch denken veel mensen dat jongeren vanzelf digitaal vaardig worden omdat ze opgroeien met smartphones en andere devices. Maar is het wel echt zo?

Kunnen ze nepnieuws herkennen, online privacy goed beschermen en technologie slim gebruiken? Niet altijd. Daarom is het hoog tijd om digitale geletterdheid een vaste plek te geven in het onderwijs.

Wat is digitale geletterdheid?

Digitale geletterdheid is veel meer dan gewoon een beetje kunnen swipen en typen. Het draait volgens SLO om vier dingen:

  1. ICT-basisvaardigheden – Hoe werken digitale apparaten en software?
  2. Mediawijsheid – Hoe herken je bijvoorbeeld nepnieuws, hoe blijf je kritisch en hoe ga je bewust en goed om met sociale media?
  3. Digitale informatievaardigheden – Hoe zoek, beoordeel en verwerk je online informatie?
  4. Computational thinking – Hoe kun je logisch denken en problemen oplossen met technologie?

Als leerlingen deze vaardigheden beheersen, kunnen ze zich beter redden in onze digitale wereld.

Waarom is digitale geletterdheid zo belangrijk?

Jongeren groeien op met technologie, maar dat betekent dus niet dat ze er automatisch goed mee omgaan. Hoe vaak nemen leerlingen niet gewoon het eerste zoekresultaat op Google over? Of klikken ze zonder nadenken op ‘Accepteren’ bij cookies en voorwaarden? En dan hebben we het nog niet eens over cyberpesten, online oplichting en de invloed van sociale media op hun zelfbeeld.

Daarnaast wordt digitale technologie steeds belangrijker op de arbeidsmarkt. Steeds meer banen vragen om ICT-kennis, probleemoplossend denken en online samenwerken. Door digitale geletterdheid op school aan te bieden, zorgen we ervoor dat leerlingen goed voorbereid zijn op hun toekomst.

Hoe pak je dit aan in het onderwijs?

Veel scholen vragen zich af hoe ze digitale geletterdheid een plek kunnen geven in het curriculum. Hier zijn wat praktische stappen:

  1. Begin met een gezamenlijke visie – Wat willen jullie leerlingen meegeven? Wat past bij de school?
  2. Maak het onderdeel van bestaande vakken – Laat leerlingen bij Nederlands of geschiedenis online bronnen checken of leer ze wiskunde de basis van programmeren.
  3. Ondersteun docenten – Niet iedereen voelt zich even zeker over digitale vaardigheden. Geef trainingen en deel handige lesmaterialen.
  4. Werk met praktische opdrachten – Laat leerlingen zelf aan de slag gaan met fake news fact-checks, privacy-instellingen op sociale media en programmeeropdrachten.
  5. Blijf flexibel en pas aan waar nodig – Technologie verandert snel, dus houd de lessen up-to-date.

De website van het SLO heeft handige factsheets en een stappenplan waarbij heel duidelijk wordt aangegeven hoe je digitale geletterdheid kunt implementeren in je school. Ook organiseren ze regelmatig een masterclass digitale geletterdheid visievorming.

Ideeën voor in de klas

Nepnieuws fact-check (Geschiedenis & maatschappijleer)

Doel: Kritisch omgaan met online informatie en propaganda herkennen
Opdracht: Leerlingen krijgen nieuwsberichten over historische of actuele gebeurtenissen. Ze moeten onderzoeken of de informatie klopt en welke bronnen betrouwbaar zijn. Bespreek dan bijvoorbeeld hoe nepnieuws in het verleden en heden wordt gebruikt als propaganda.

Online privacy (Mentorles & maatschappijleer)

Doel: Bewustwording van online privacy en identiteit
Opdracht: Leerlingen Googlen zichzelf en bekijken hun digitale sporen. Wat vinden anderen over hen online? Bespreek in de klas hoe je je online imago kunt beheren en welke privacy-instellingen belangrijk zijn. (Dan moeten docenten dat natuurlijk ook weten. Daarom is scholing voor docenten op het gebied van digitale geletterdheid ook nodig. Het is ook een idee om deze opdracht met docenten te doen)

Integreren van vaardigheden of kant-en-klaar methode?

Er zijn bedrijven die kant-en-klare methodes voor digitale geletterdheid aanbieden. Handig, want je bent in één keer klaar en de leerdoelen zijn ook meteen afgevinkt. Maar is dat iets wat je echt moet willen of als einddoel moet hebben als school? Niet echt als je het mij vraagt.

Digitale geletterdheid is geen apart vakje dat je even afvinkt. Het is een vaardigheid die je overal nodig hebt, net zoals taal en kritisch denken. Daarom werkt het beter als leerlingen er op verschillende momenten in verschillende vakken mee aan de slag gaan.

Denk bijvoorbeeld aan:

  • Geschiedenis: hoe beoordeel je of een bron betrouwbaar is?
  • Mentor: hoe ga je veilig om met sociale media?

Door digitale geletterdheid breed in het onderwijs te verwerken, leren leerlingen het niet alleen, maar passen ze het ook echt toe in hun dagelijks leven. Zo wordt het geen losse hapsnap opdracht, maar een nuttige vaardigheid.

Conclusie

Digitale geletterdheid is geen extraatje, het is een must. Door er op school serieus mee aan de slag te gaan, maken we leerlingen mediawijzer, kritischer en zelfverzekerder in een wereld die steeds digitaler wordt. Laten we ervoor zorgen dat ze niet alleen technologie gebruiken, maar dat ze ook snappen hoe het werkt en er kritisch en verantwoord mee om kunnen gaan.

Wat doet jouw school al met digitale geletterdheid? Ik ben benieuwd hoe andere scholen hiermee omgaan. Stuur me een e-mail of reageer op deze blog hieronder in de comments.