Tijdvak 4 – mini-werkstuk maken over de tijd van steden en staten

Met deze opdracht verdiepen leerlingen zich in een onderwerp uit de tijd van steden en staten (1000-1500) en leren ze stap voor stap hoe ze een werkstuk opbouwen.

Deze opdracht is ook goed te combineren met Nederlands als vakoverstijgende opdracht.

Onderaan deze blog kun je het werkblad gratis downloaden.


De opdracht: een mini-werkstuk over tijdvak 4

Leerlingen kiezen een onderwerp uit de middeleeuwen en werken dit uit in een kort, gestructureerd werkstuk.

Leerlingen werken stapsgewijs aan:

  • Informatie verzamelen over een zelfgekozen onderwerp.
  • Een voorblad en inhoudsopgave maken.
  • Drie hoofdstukken schrijven over hun onderwerp.
  • Een conclusie en bronvermelding toevoegen.

Hoe werkt de opdracht?

Let op: dit is een beknopte versie van de opdracht. Onderaan deze blog kun je het werkblad downloaden.

Stap 1: Kies een onderwerp
Leerlingen kiezen één van deze onderwerpen:

  • Ambachten en gilden in de middeleeuwen
  • Floris V
  • Hanzesteden
  • Kruistochten

Stap 2: Verzamel informatie
Leerlingen zoeken betrouwbare informatie in boeken en online. Ze noteren de belangrijkste feiten en verzamelen afbeeldingen die bij hun onderwerp passen.

Stap 3: Werk aan het voorblad
Hierop zetten leerlingen:

  • De titel van hun werkstuk.
  • Hun naam en klas.
  • De datum.
  • Een afbeelding die past bij het onderwerp.

Stap 4: Maak een inhoudsopgave
Hierin schrijven leerlingen alle onderdelen van het werkstuk met paginanummers.

Stap 5: Schrijf een kort voorwoord
In een paar zinnen vertellen leerlingen:

  • Waarom ze voor dit onderwerp hebben gekozen.
  • Wat ze ervan verwachten te leren.
  • Hoe ze te werk gaan.

Stap 6: Schrijf drie hoofdstukken
Verdeel je onderwerp in drie delen. Elk deel wordt een hoofdstuk. Bijvoorbeeld:

  • Hoofdstuk 1: Inleiding onderwerp.
  • Hoofdstuk 2: Meer informatie over het onderwerp, bijvoorbeeld belangrijke feiten of gebeurtenissen.
  • Hoofdstuk 3: Interessante details, bijvoorbeeld iets verrassends of iets dat minder
    mensen weten over het onderwerp.

Bij elk hoofdstuk voegen leerlingen minimaal één afbeelding toe.

Stap 7: Schrijf een conclusie
Hierin geven leerlingen kort aan:

  • Wat ze hebben geleerd.
  • Wat ze het interessantst vonden.
  • Hoe het maken van het werkstuk ging.

Stap 8: Maak een bronvermelding
Leerlingen maken een bronvermelding waarin ze vermelden welke boeken of websites ze hebben gebruikt.

Stap 9: Controle en inleveren
Met de checklist controleren leerlingen of alles compleet is en leveren het werkstuk in.

Download het werkblad voor het mini-werkstuk tijdvak 4

Leven in een landbouwsamenleving: een creatieve schrijfopdracht

Hoe zag het leven eruit in de tijd van de eerste boeren? Wat deden mensen de hele dag? Hoe kwamen ze aan eten en hoe woonden ze?

Met deze schrijfopdracht onderzoeken leerlingen het leven van iemand uit een landbouwsamenleving en beschrijven ze een dag uit hun leven.

Deze opdracht is ook goed te combineren met Nederlands als vakoverstijgende opdracht.

Onderaan deze blog kun je het werkblad gratis downloaden.


De opdracht: schrijf een dagboekfragment als boer tijdens de landbouwsamenleving

Leerlingen kruipen in de huid van een bewoner van een landbouwsamenleving en schrijven een kort dagboekfragment. Zo ontdekken ze hoe mensen vroeger leefden en hoe hun dagen eruitzagen.

Wat gaan ze doen?

  • Terug in de tijd – bedenken hoe hun leven eruit zou zien als boer.
  • Een dagboekfragment schrijven – een dag uit het leven van een boer beschrijven.
  • Uitwisselen en vergelijken – elkaars verhalen lezen en bespreken.
  • Klassikaal reflecteren – hoe verschilt het leven toen van nu?

Leerdoel: 
De leerling kan uitleggen wat een landbouwsamenleving is en hoe de mensen leefden in zo’n samenleving. 

Hoe werkt de opdracht?

Stap 1: Stel je voor
Leerlingen denken na over hoe hun leven eruit zou zien in een landbouwsamenleving.

  • Hoe zou je dag eruitzien? 
  • Wat zou je moeten doen om aan eten te komen? 
  • Waar zou je wonen? En hoe zou je huis eruitzien? 
  • Wat doen de andere mensen in je dorp?  

Stap 2: Schrijf een dagboekfragment
Ze schrijven een halve tot een hele A4-pagina over een dag in hun leven als boer.

Voorbeelden van vragen die ze kunnen beantwoorden:

  • Wat doe je als je wakker wordt?
  • Hoe ziet je werkdag eruit?
  • Wat eet je en hoe kom je eraan?
  • Wat doen de mensen om je heen?

🔹 Stap 3: Uitwisselen en vergelijken
Leerlingen wisselen dagboekfragmenten uit met elkaar en bespreken de overeenkomsten en verschillen.

🔹 Stap 4: Klassikale bespreking
De docent vraagt een paar leerlingen om hun dagboekfragment voor te lezen (bijvoorbeeld met beurtstokje of namenrad). Daarna volgt een kort gesprek over:

  • Hoe het leven in een landbouwsamenleving verschilde van nu.
  • Waarom mensen op het land werkten om te overleven.

Download het gratis werkblad met de opdracht

Tijdvak 8 – Van boer naar fabrieksarbeider

Hoe veranderde het leven van mensen tijdens de industriële revolutie? Waarom lieten boeren het platteland achter om in de stad te gaan werken?

In deze schrijfopdracht schrijven leerlingen een verhaal over een boer die zijn werk op het platteland opgeeft en als fabrieksarbeider aan de slag gaat.

Onderaan deze blog kun je het werkblad gratis downloaden.

Deze opdracht is ook goed te combineren met Nederlands als vakoverstijgende opdracht.


De opdracht: schrijf een verhaal over de industriële revolutie

Leerlingen schrijven een kort verhaal waarin een boer de overstap maakt van het platteland naar de stad.

Wat moeten de leerlingen doen?

  • Een verhaal schrijven – In drie delen: het leven op de boerderij, de verhuizing naar de stad en het werken in de fabriek.
  • Inleven in de geschiedenis – Hoe voelde het om alles achter te laten?
  • Reflecteren op verandering – Was het nieuwe leven echt beter?

Hoe werkt de opdracht?

Stap 1: Voorbereiding
Voordat ze beginnen, maken leerlingen een kladversie. Ze schrijven steekwoorden op en bedenken hoe ze hun verhaal gaan opbouwen.

Stap 2: Schrijf een verhaal in drie delen

  1. Het leven op de boerderij
    Leerlingen beschrijven hoe de boer leefde voordat hij naar de stad vertrok:
  • Wat voor werk doet hij?
  • Hoe ziet een werkdag eruit?
  • Wat vindt hij fijn aan het platteland?
  • Waarom is het werk zwaar of lastig?

2. De grote verandering
De boer besluit te verhuizen naar de stad.

  • Wat hoort hij over de fabrieken in de stad?
  • Waarom maakt hij deze keuze?
  • Hoe voelt hij zich hierover?

3. Het leven in de stad
Hij gaat werken in een fabriek.

  • Wat voor werk doet hij nu?
  • Hoe ziet zijn werkdag eruit?
  • Wat mist hij van het platteland?
  • Wat vindt hij minder fijn aan het werk in de fabriek?

Stap 3: Titel en afronden
Leerlingen bedenken een titel die past bij hun verhaal.

Tip: schrijf zelf ook een verhaal!

Doe zelf ook mee! Je verhaal kan je bijvoorbeeld gebruiken als introductie, inspiratie en extra lesmateriaal voor andere klassen.

Download het gratis werkblad met de opdracht

Tijdvak 8 lesmateriaal – Hoe veranderde de wereld door de stoommachine?

De komst van de stoommachine veranderde alles. Fabrieken groeiden, steden werden drukker en het werk werd anders. Maar hoe voelde dat voor de mensen die dit meemaakten?

In deze opdracht doen leerlingen alsof ze een journalist, arbeider of fabriekseigenaar en schrijven ze een kort artikel over hoe de industriële revolutie hun leven beïnvloedde.

Deze opdracht voor geschiedenis en mens & maatschappij is ook goed te combineren met Nederlands als vakoverstijgende opdracht.

Onderaan deze blog kun je het werkblad gratis downloaden.


De opdracht: schrijf een artikel over de stoommachine

Leerlingen kiezen een personage en schrijven een artikel waarin ze uitleggen hoe de komst van de stoommachine hun leven veranderde.

Wat gaan de leerlingen doen?

  • Een rol kiezen – Journalist, arbeider of fabriekseigenaar.
  • Onderzoek doen – Hoe werkte de stoommachine en wat veranderde hierdoor?
  • Een artikel schrijven – In de stijl van een 19e-eeuws krantenartikel.
  • Nadenken over de gevolgen – Was deze ontwikkeling positief of negatief?

Opdracht: dit moeten de leerlingen doen

Stap 1: Kies een personage

  • Journalist → Schrijft een artikel over de impact van de stoommachine op werk en samenleving.
  • Arbeider → Beschrijft hoe zijn of haar werk en leven veranderde door de komst van de machine.
  • Fabriekseigenaar → Legt uit hoe de stoommachine de fabriek beïnvloedde en of dit positief of negatief was.

Stap 2: Doe onderzoek

  • Wat deed jouw personage vóór de komst van de stoommachine?
  • Wat veranderde er door deze uitvinding?
  • Was dit een verbetering of juist niet?

Stap 3: Schrijf het artikel
Leerlingen gebruiken een schrijfplan en bouwen hun artikel op met:

  • Titel → Een pakkende krantenkop.
  • Inleiding → Voorstellen van het personage en uitleggen wat er speelt.
  • Kern → Wat is de stoommachine en hoe heeft die het leven veranderd?
  • Slot → Wat brengt de toekomst?

Download het gratis werkblad met deze opdracht

Tijdvak 8: maak een poster over het Kinderwetje van Van Houten

Met deze opdracht gaan je leerlingen creatief aan de slag en leren ze meer over het Kinderwetje van Van Houten uit 1874. Ze maken een informatieve poster en leren meteen over kinderarbeid in de 19e eeuw.

Doelgroep: vmbo onderbouw geschiedenis of mens & maatschappij.

Leerdoel

Leerlingen kunnen uitleggen wat het Kinderwetje van Van Houten inhield, waarom het werd ingevoerd en hoe het de situatie voor kinderen veranderde.


Hoe werkt de opdracht?

Let op: dit is een beknopte versie van de opdracht. Je kunt de opdracht onderaan deze blog gratis downloaden als werkblad voor je leerlingen.

Wat moeten leerlingen doen?

Leerlingen gaan een informatieve poster maken over het Kinderwetje van Van Houten uit 1874. Het doel van de poster is om mensen te informeren over het Kinderwetje en hen te laten zien waarom deze wet belangrijk is.

Bedenk van tevoren hoe de leerlingen de poster moeten maken: gewoon op papier? Of digitaal in Canva?

Stap 1: Verzamel informatie

Eerst gaan leerlingen informatie verzamelen. Laat ze antwoorden zoeken op de volgende vragen:

  • Wie was Samuel van Houten?
  • Wat voor werk deden kinderen vóór 1874?
  • Waarom was dat werk zo zwaar en gevaarlijk?
  • Wat veranderde er door het Kinderwetje?
  • Waarom waren sommige mensen vóór en anderen juist tegen?
  • Zorgde het Kinderwetje ervoor dat kinderarbeid helemaal verdween? Waarom (niet)?

Tip: Laat leerlingen eerst hun lesboek of aantekeningen gebruiken. Niet direct achter de laptop om info op te zoeken.


Stap 2: Ontwerp de poster

Een goede poster moet de aandacht trekken en de boodschap duidelijk overbrengen. Dit zijn de minimale eisen:

  • Een pakkende titel – Bijvoorbeeld “Stop kinderarbeid!” of “Kinderen horen op school, niet in de fabriek!”
  • Afbeeldingen of tekeningen – Bijvoorbeeld een kind dat werkt in een fabriek vóór het Kinderwetje en een kind dat naar school gaat erna.
  • Een informatieblok – Korte, duidelijke uitleg over het Kinderwetje (3-5 zinnen) en de antwoorden op de vragen uit stap 1.

Stap 3: Maak de poster af

Laat leerlingen hun poster versieren en overzichtelijk maken:

  • Gebruik kleur – Een kleurrijke poster valt meer op.
  • Maak het overzichtelijk – Gebruik duidelijke kopjes en korte teksten.
  • Extra – Denk bijvoorbeeld aan een rand die lijkt op een oude krantenpagina voor extra sfeer.

Stap 4: Laat de posters zien

Nu de posters af zijn, is het tijd om ze te delen. Je kunt dit op verschillende manieren doen:

  • Presentatie in de klas – Laat leerlingen kort uitleggen wat ze op hun poster hebben gezet en waarom. Dit helpt bij het herhalen en verdiepen van de stof.
  • Postergalerij – Hang de posters op in de klas of op de gang en laat leerlingen elkaars werk bekijken. Ze kunnen post-its met feedback of complimenten achterlaten.
  • Pitchronde – Geef leerlingen 30 seconden om hun poster te ‘pitchen’ en de belangrijkste punten uit te lichten.

Ik zou deze opdracht vooral zien als verwerking en praktische opdracht. Misschien iets dat wel verplicht afgerond moet worden, maar er hoeft niet per se een cijfer aan gekoppeld te worden. Als je wel zou willen dat er een cijfer aan wordt gekoppeld zou je op basis van de eisen een rubric kunnen samenstellen.

Download het gratis werkblad


Meer lesideeën of werkbladen?

Wil je meer creatieve of activerende opdrachten voor geschiedenis? Neem een kijkje op mijn website voor nog meer inspiratie!

Heb jij deze opdracht al eens geprobeerd? Laat het me weten in de reacties of stuur een berichtje.

Maak een poster over Keti Koti

Wat is Keti Koti en waarom is het zo belangrijk? Met deze opdracht ontdekken leerlingen de betekenis van Keti Koti en maken ze een informatieve poster over deze dag.

Door middel van tekst, afbeeldingen en symbolen verwerken leerlingen geschiedenis van slavernij en de afschaffing ervan.

Deze opdracht is ook goed te combineren met burgerschap als vakoverstijgende opdracht.

Onderaan deze blog kun je het werkblad gratis downloaden.


De opdracht: maak een poster over Keti Koti

Leerlingen duiken in de geschiedenis van Keti Koti en maken een poster die anderen informeert over deze herdenkingsdag.

Wat gaan de leerlingen doen?

  • Informatie verzamelen – Wat betekent Keti Koti en hoe wordt het gevierd?
  • Een tijdlijn maken – Van de afschaffing van slavernij (1863) tot nu.
  • Een poster ontwerpen – Met tekst, afbeeldingen en symbolen.
  • Reflecteren – Waarom is het belangrijk om stil te staan bij deze geschiedenis?

Hoe werkt de opdracht?

Stap 1: Zoek informatie en beantwoord de vragen
Leerlingen zoeken informatie over Keti Koti en beantwoorden vragen zoals:

  • Wat betekent Keti Koti?
  • Wanneer en hoe wordt het gevierd?
  • Wat herdenken we tijdens Keti Koti?
  • Wat is de betekenis van de gebroken ketenen als symbool?

Stap 2: Maak een tijdlijn
Ze maken een tijdlijn van de afschaffing van slavernij in 1863 tot nu en plaatsen hierop belangrijke momenten die te maken hebben met het herdenken van slavernij.

Stap 3: Ontwerp de poster
De poster moet de volgende onderdelen bevatten:

  • Titel
  • Informatie → De antwoorden uit stap 1.
  • Tijdlijn → De belangrijkste gebeurtenissen in een overzicht.
  • Symbolen en afbeeldingen → Denk aan gebroken ketenen, traditionele kleding en feestvieringen.
  • Persoonlijke boodschap → Wat vindt de leerling zelf belangrijk aan Keti Koti?

Stap 4: Reflectie
Op de achterkant van de poster beantwoorden leerlingen drie vragen:

  1. Wat heb je geleerd over Keti Koti?
  2. Waarom is het belangrijk om stil te staan bij de geschiedenis van slavernij?
  3. Wat kunnen we vandaag de dag leren van Keti Koti?

Doelgroep

Deze opdracht is in principe voor geschiedenis en maatschappij onderbouw vmbo. Maar is ook goed te combineren met burgerschap.

Download het gratis werkblad met de opdracht

Tijdvak 1 – Poster overeenkomsten en verschillen jagers en verzamelaars

Hoe leefden jagers en verzamelaars eigenlijk? Wat aten ze, waar woonden ze en hoe organiseerden ze hun samenleving? En vooral: hoe verschilt dat van het leven nu?

Met deze opdracht maken leerlingen een poster waarin ze het leven van jagers en verzamelaars vergelijken met hun eigen leven. Geen lange teksten, maar vooral plaatjes en tekeningen om het verschil en de overeenkomsten duidelijk te maken.

Onderaan deze blog kun je het werkblad gratis downloaden.

Doelgroep: vmbo onderbouw geschiedenis of mens & maatschappij


De opdracht: een poster over jagers en verzamelaars

Leerlingen onderzoeken hoe jagers en verzamelaars leefden en vergelijken dat met hun eigen leven.

Wat gaan de leerlingen doen?

  • Informatie verzamelen – Hoe leefden jagers en verzamelaars?
  • Een poster maken – Met afbeeldingen en zo min mogelijk tekst.
  • Vergelijken – Per onderwerp een beeld van vroeger en nu naast elkaar zetten.
  • Discussie en reflectie – Wat is hetzelfde gebleven en wat is helemaal veranderd?

Hoe werkt de opdracht?

Stap 1: Onderzoek doen
Leerlingen zoeken informatie over jagers en verzamelaars via hun lesboek, aantekeningen of online bronnen (mits toegestaan door de docent).

Stap 2: Maak een poster
Op de poster komt een visuele vergelijking tussen vroeger en nu. Leerlingen gebruiken plaatjes of eigen tekeningen en verdelen hun poster in vier onderdelen:

AspectJagers en verzamelaarsJij en je familie
VoedselWat aten zij?Wat eet jij?
OnderkomenWaar woonden zij?Waar woon jij?
WerkWat voor werk deden zij?Wat doen jouw ouders?
Sociale structuurHoe leefden zij samen?Hoe ziet jouw sociale leven eruit?

Stap 3: Zoek of teken afbeeldingen
Leerlingen zoeken plaatjes of maken hun eigen tekeningen per onderdeel.

Stap 4: Analyseer de verschillen en overeenkomsten
Onder de poster geven leerlingen met ✔️ en ❌ aan of iets hetzelfde is gebleven of totaal anders is.

Stap 5: Bespreken
Leerlingen vergelijken hun poster met een klasgenoot en bespreken de verschillen. Vervolgens presenteren ze kort hun bevindingen aan de klas.

Download het gratis werkblad met de opdracht

Tijdvak 1 – schrijfopdracht

Schrijfopdracht: het leven in de prehistorie door de ogen van een kind

Meer dan 10.000 jaar geleden veranderde het leven van mensen compleet. Eerst leefden ze als jagers-verzamelaars, maar langzaam gingen ze over op landbouw en ging men gewassen verbouwen en dieren houden. Wat betekende deze verandering voor de mensen in die tijd?

In deze opdracht schrijven leerlingen een kort verhaal over hoe het leven veranderde door de komst van de landbouw. Dit doen ze vanuit het perspectief van een kind van een jager-verzamelaar of een kind van een boer tijdens de landbouwrevolutie.

Doelgroep: vmbo onderbouw geschiedenis en mens & maatschappij. Deze schrijfopdracht is ook goed te combineren met Nederlands als vakoverstijgende opdracht.

Onderaan deze blog kun je het werkblad gratis downloaden.


Schrijfopdracht Tijdvak 1 – de tijd van jagers en boeren

Leerlingen schrijven een kort verhaal waarin ze beschrijven hoe een kind uit de prehistorie leefde en hoe zijn of haar leven veranderde door de komst van de landbouw.

Wat gaan de leerlingen doen?

  • Een personage kiezen – Een kind van een jager-verzamelaar of een boer.
  • Een verhaal schrijven – Hoe zag het dagelijkse leven eruit vóór en na de landbouw?
  • De verandering beschrijven – Wat werd makkelijker? Wat bleef hetzelfde?
  • Een mening geven – Is het kind blij met de verandering of mist het het oude leven?

Hoe werkt de opdracht?

Stap 1: Kies een personage
Leerlingen kiezen of hun verhaal gaat over:

  • Een kind van een jager-verzamelaar
  • Een kind van een boer (landbouwer)

Stap 2: Beschrijf het oude leven
Het verhaal begint met hoe het kind leefde vóór de komst van de landbouw.

  • Wat eet het kind?
  • Waar woont het kind?
  • Wat doet het kind op een gewone dag?

Voorbeeldzinnen:
“Mijn vader gaat elke dag op jacht. Soms komt hij thuis zonder eten.”
“We wonen in een soort tent die we zelf hebben gemaakt.”

Stap 3: Beschrijf de verandering door de landbouw
Wat is er anders nu mensen gewassen verbouwen en dieren houden?

  • Wat eet het kind nu?
  • Waar woont het kind nu?
  • Wat doet het kind op een gewone dag?

Voorbeeldzinnen:
“We hoeven niet meer elke dag op zoek naar eten, want we hebben nu graan op onze velden.”
“Mijn vader zorgt voor de dieren en ik help mee met het oogsten van de planten.”

Stap 4: Eindig met een mening
Laat het personage vertellen wat hij of zij vindt van de verandering.

  • Is het leven nu makkelijker of moeilijker?
  • Mist het kind het oude leven of is hij/zij juist blij met de landbouw?

Voorbeeldzinnen:
“Ik vind het fijn dat we niet meer hoeven te verhuizen.”
“Soms mis ik het leven als jager-verzamelaar, omdat het leuk was om op zoek te gaan naar eten.”

Stap 5: Schrijf het verhaal op je eigen manier
Leerlingen schrijven het verhaal in hun eigen woorden en bedenken hoe hun personage deze verandering heeft ervaren.

Tip voor docenten: schrijf zelf ook een verhaal!

Doe zelf ook mee met deze opdracht! Schrijf een kort verhaal en gebruik dit later in je lessen.

Waarom is dit een goed idee om te doen in je les?

  • Extra lesmateriaal – Je kunt jouw verhaal later hergebruiken in andere klassen.
  • Meer beleving in de les – Door jouw verhaal voor te lezen, maak je geschiedenis levendiger.

Extra tip: Je kunt je verhaal elk jaar uitbreiden of aanpassen op basis van de klas die je hebt. Of laat bijvoorbeeld leerlingen raden of jouw verhaal van een leerling (van het jaar ervoor) is of door jou geschreven.

Download het gratis werkblad van deze opdracht

Cornell-methode: aantekeningen maken tijdens de les

Ben je op zoek naar een manier om je leerlingen betere aantekeningen te laten maken én ze actief te laten leren? Dan is de Cornell-methode iets voor jou. Deze methode helpt leerlingen om informatie overzichtelijk te verwerken én na te denken over wat ze hebben geleerd. In deze blog leg ik je uit wat de Cornell-methode is, waarom het werkt en hoe je ‘m makkelijk kunt inzetten in de klas. Ik gebruik het zelf in de geschiedenisles, maar je kunt het natuurlijk bij ieder vak inzetten als je wil.

Je kunt onderaan deze blog een format downloaden om aantekeningen op te maken volgens de Cornell-methode. Dat zou je in het begin kunnen inzetten, maar je kunt ook leerlingen leren hoe ze dit zelf kunnen doen op een blad in hun map of schrift.


Wat is de Cornell-methode?

De Cornell-methode is een manier om gestructureerd aantekeningen te maken. Je kunt het inzetten tijdens je uitleg, bij het kijken van een (instructie)video of bij het lezen van een tekst. Het helpt leerlingen om actief mee te denken, hoofd- en bijzaken te onderscheiden en de stof beter te onthouden.

Je verdeelt een blad in drie delen:

  • Onderaan komt een korte samenvatting van wat ze geleerd hebben.
  • Rechts komt het grootste vlak – hier schrijven leerlingen hun aantekeningen tijdens de uitleg.
  • Links komt een smalle kolom – daarin zetten ze kernwoorden of vragen over de stof.

Waarom aantekeningen maken met de Cornell-methode?

Veel leerlingen schrijven tijdens de les alles op wat ze horen. Of juist bijna niks. Of ze schrijven letterlijk de woorden van een LessonUp of Powerpoint op. Ze hebben soms geen idee wat ze op moeten schrijven. De Cornell-methode helpt leerlingen om (gestructureerd) keuzes te maken: wat is belangrijk? Wat wil ik later kunnen onthouden?


Hoe voer je het in? Doe het eerst samen

Zomaar zeggen: “Maak maar een Cornell-schema tijdens mijn uitleg” werkt natuurlijk niet. Zeker niet bij leerlingen die moeite hebben met structuur of taal. Je moet het echt eerst voordoen, modelleren. Dus laten zien hoe je het maken van aantekeningen aanpakt tijdens bijvoorbeeld een instructie. En daarna bouw je het langzaam af en werk je ernaartoe dat leerlingen het zelfstandig kunnen. Zo zou je dat aan kunnen pakken:

  1. Eerste paar keer: jij doet het hardop voor
    Leg uit hoe het werkt terwijl je een schema invult. Bijvoorbeeld op het bord of in een PowerPoint.
    Vertel ook waarom je iets noteert.
  2. Na een tijdje: je vult het samen in
    Laat leerlingen met jou meedenken. Jij stelt vragen, zij geven suggesties. Bijvoorbeeld: “Wat kunnen we hier links bij zetten?” of “Hoe zouden we deze les samenvatten?”
  3. Als leerlingen eraan toe zijn: leerlingen doen het zelf (maar je kijkt mee)
    Je laat ze zelfstandig een Cornell-blad invullen tijdens of na de les. Loop rond, geef feedback, bespreek een goed voorbeeld klassikaal.
  4. Daarna: herhalen en vasthouden
    Laat ze het vaker doen, bij verschillende lessen. Bijvoorbeeld bij het kijken van een uitlegvideo of tijdens een boekparagraaf. Laat ze het ook gebruiken bij het leren voor een toets: “Gebruik je Cornell-aantekeningen om jezelf te overhoren.”

Tot slot

Zeker bij vakken als geschiedenis, waar veel informatie op je afkomt, is structuur en herhaling onmisbaar. De Cornell-methode helpt leerlingen om structuur aan te brengen tijdens het maken van aantekeningen. Maar je kunt het eigenlijk bij alle vakken inzetten.

Tip: Je kunt beginnen in je les met een vast format (bijvoorbeeld een Canva-sjabloon of een uitgeprint werkblad), maar leer leerlingen ook hoe ze zélf een Cornell-schema kunnen maken in hun schrift of map. Dat is handig voor wanneer ze geen blad bij de hand hebben of als je het op de lange termijn wilt inslijten als leerstrategie.

Wil je zien hoe een docent het aanpakt in de klas? In deze video laat docent Caroline Roosen zien hoe zij de Cornell-methode inzet. Ze geeft praktische voorbeelden en laat mooi zien hoe je leerlingen kunt begeleiden bij het maken van goede aantekeningen.

Bekijk de video: Laat je lessen beter plakken met Cornell (7 minuten)

Wil je alvast een leeg Cornell-schema downloaden? Klik hieronder

Jodenvervolgingen en concentratiekampen

jodenvervolgingen

Als het slecht gaat met iets of iemand, wordt er vaak iemand gezocht die de schuld krijgt. Zo iemand noemen we een zondebok. Tijdens de Tweede Wereldoorlog was dit ook zo.  De joden kregen overal de schuld van. De Nazi’s, de aanhangers van de partij van Hitler, zeiden dat het Duitse ras beter was dan andere rassen. Deze jodenhaat, ook wel antisemitisme genoemd, nam steeds meer toe.

Doorgaan met het lezen van “Jodenvervolgingen en concentratiekampen”