Mentorles: Kennismaken moodboard ‘Dit ben ik’

De start van het schooljaar draait in het begin om kennismaken. Nieuwe klas, nieuwe gezichten etc.

Een moodboard ‘Dit ben ik’ is een laagdrempelige en creatieve manier om elkaar beter te leren kennen. Leerlingen laten met afbeeldingen, woorden en kleuren zien wie ze zijn, wat hen bezighoudt en wat ze belangrijk vinden.

Het is een leuk idee om als mentor ook zelf een moodboard te maken waarin je laat zien wie je zelf bent. Dit is een mooie manier om de opdracht in te leiden.

Een leuke manier om deze opdracht in te leiden, is door als mentor zelf ook een moodboard te maken en dit aan de klas te laten zien.

Onderaan deze blog staat een uitbreide lesbrief van deze opdracht die je kunt downloaden.


De opdracht: maak een moodboard over jezelf

Leerlingen maken een collage waarin ze laten zien wie ze zijn. Dit kan op papier of digitaal. Ze gebruiken:

  • Afbeeldingen uit tijdschriften of kranten.
  • Woorden, quotes of korte zinnen.
  • Zelfgetekende elementen.
  • Of eventueel digitale tools zoals Canva.

Om het makkelijker te maken, laat je leerlingen eerst een paar vragen beantwoorden. Op die manier bereid je het maken van het moodboard voor.

Stel bijvoorbeeld vragen zoals:

  • Wat zijn je hobby’s? 
  • Wat is je favoriete plek of reisbestemming? Of waar zou je ooit nog eens naar toe willen? 
  • Ben je fan van een bepaalde serie, game of celebrity? 
  • Wat voor muziek luister je? 
  • Wat is je favoriete kleur? 
  • Wat voor soort eten vind je lekker?  

Door deze vragen eerst te beantwoorden, krijgen leerlingen ideeën voor hun moodboard.

Hoe pak je deze les aan?

Stap 1: Introductie (5 min)

  • Leg uit wat een moodboard is en laat voorbeelden zien.
  • Optioneel: laat je eigen moodboard zien en vertel over jezelf.

Stap 2: Voorbereiden (5 min)

  • Laat leerlingen nadenken over de bovenstaande vragen.

Stap 3: Moodboard maken (35 min)

  • Papier: Laat leerlingen plaatjes zoeken, knippen, plakken en versieren.
  • Digitaal: Laat leerlingen werken in Canva, Google Slides of PowerPoint.
  • Combinatie: Online plaatjes verzamelen, printen en verwerken in hun collage.

Stap 4: Moodboards uitwisselen (10 min)

  • Laat leerlingen in tweetallen hun moodboard presenteren.
  • Optioneel: wissel meerdere keren van partner als er tijd is.

Stap 5: Gezamenlijke afsluiting (5 min)

  • Vraag of leerlingen overeenkomsten hebben ontdekt.
  • Laat enkele leerlingen hun moodboard delen in de klas (vrijwillig). “Wil iemand zijn of haar moodboard laten zien voor de klas?” (Het is iets persoonlijks, leg er geen dwang op als een leerling het niet wil) 

Onderaan deze blog vind je een uitgebreide lesbrief over deze opdracht.


Variaties op de opdracht

  • Moodboard in groepjes: In plaats van individueel werken, kunnen kleine groepjes een gezamenlijke collage maken. ‘Dit zijn wij’
  • Moodboard rond een thema: Denk aan dromen voor de toekomst, ideale baan of wat hen gelukkig maakt. Koppel het bijvoorbeeld met LOB.
  • Moodboard als kennismakingsgesprek: Laat leerlingen hun moodboard inleveren en gebruik het later als startpunt voor een individueel mentorengesprek.

Download de gratis lesbrief moodboard maken ‘dit ben ik’

Leren voor een toets: flashcards gebruiken

Veel leerlingen vinden het lastig om te leren voor een toets. Soms lezen ze de stof alleen een paar keer door of proberen ze een samenvatting te maken van de lesstof. Vaak blijft de stof dan niet goed hangen.

Flashcards kunnen een effectieve manier zijn om te leren voor een toets, omdat leerlingen hierdoor actief met de stof bezig zijn. Dit helpt hen om de informatie langer te onthouden.

Ouders willen soms ook thuis ondersteunen bij het leren voor een toets. Er zijn veel dure programma’s beschikbaar waarmee leerlingen de leerstof kunnen oefenen, maar deze sluiten lang niet altijd aan bij de toetsen op school.

Flashcards zijn daarentegen een eenvoudige en goedkope manier om thuis te oefenen met het leren van lesstof. Ze helpen leerlingen om de belangrijkste begrippen en informatie op een gestructureerde manier te herhalen.

In dit artikel laat ik zien hoe je flashcards effectief kunt gebruiken met het Leitner-systeem bij de voorbereiding op een toets.

Wat zijn flashcards?

Flashcards zijn kleine kaartjes waarmee je jezelf kunt overhoren. Op de voorkant schrijf je een vraag of een begrip, en op de achterkant het antwoord.

Zo kun je steeds opnieuw proberen om het antwoord te geven. Flashcards helpen je om actief na te denken over de stof.

Waarom werken flashcards bij het leren?

Flashcards werken beter dan alleen lezen, omdat je actief met de stof bezig bent. Dit helpt je brein om de informatie langer te onthouden.

Een handige manier om te leren met flashcards is het Leitner-systeem. Dit betekent dat je de kaarten die je moeilijk vindt vaker herhaalt en de makkelijke minder vaak. Zo oefen je slim en besteed je meer tijd aan wat je nog lastig vindt.

Hoe gebruik je flashcards?

Je kunt flashcards op verschillende manieren gebruiken. Hier zijn een paar handige manieren:

  • Zelf overhoren – Pak een kaartje, lees de vraag en probeer het antwoord te bedenken. Kijk daarna of je het goed had.
  • Sorteren op moeilijkheid – Leg de kaartjes in drie stapels: makkelijk, gemiddeld en moeilijk. Oefen de moeilijke kaartjes vaker.
  • Digitaal met Quizlet – met Quizlet kan je heel makkelijk zelf flashcards maken. Je kunt dan digitaal oefenen.
  • Leitner-systeem – Door je kaarten in verschillende stapels/doosjes te verdelen, oefen je de moeilijke vragen vaker en de makkelijke minder vaak. Dit bespaart tijd en helpt je om de stof beter te onthouden.

Hoe gebruik je flashcards met het Leitner-systeem?

Wat heb je nodig?

  • Flashcards (zelfgemaakte kaartjes of kant-en-klare setjes. Je kunt bij de Hema of ergens anders online ook kant-en-klare kaartjes kopen)
  • Drie bakjes, enveloppen, van die plastic bakjes van de Action om restjes in te bewaren of elastiekjes om de kaarten te verdelen. (Je kunt het zo leuk maken als je zelf wil. Als je drie doosjes maakt, zou je ze ook kunnen versieren met cadeaupapier bijvoorbeeld. De bakjes van de Action zijn ook heel handig)
  • Een planning om te weten wanneer je welke stapel oefent.

Stap 1 – Maak je flashcards

  • Schrijf op de voorkant een vraag of begrip.
  • Schrijf op de achterkant het antwoord.
  • Gebruik kleuren of tekeningen als dit helpt bij het onthouden.

Stap 2 – De kaarten verdelen in drie boxen

Aan het begin zitten alle kaarten in Box 1. Als je een kaart goed beantwoordt, schuift deze naar de volgende box. Heb je een vraag fout? Dan gaat de kaart terug naar Box 1.

BoxWanneer oefenen?Wat gebeurt er met de kaarten?
Box 1Elke dagFout = blijft in Box 1. Goed = naar Box 2.
Box 2Om de dagFout = terug naar Box 1. Goed = naar Box 3.
Box 3Eén keer per weekFout = terug naar Box 1. Goed = blijft hier.

Sommige mensen kiezen voor andere tussenpozen, zoals om de drie of vijf dagen, maar het principe blijft hetzelfde. Probeer uit wat voor jou werkt.

Stap 3 – Begin met leren

  1. Pak de kaarten uit Box 1 en beantwoord de vragen.
    • Goed antwoord? → De kaart gaat naar Box 2.
    • Fout antwoord? → De kaart blijft in Box 1.
  2. De volgende dag pak je opnieuw Box 1 en oefen je de kaarten.
    • Daarnaast oefen je Box 2 als het een oefendag is.
  3. Als je een kaart uit Box 2 goed hebt, schuift die door naar Box 3.
    • Kaarten uit Box 3 oefen je maar één keer per week.
  4. Fout bij een kaart uit Box 2 of 3?
    • De kaart gaat terug naar Box 1 zodat je die weer vaker oefent.

Stap 4 – oefenen

  • Oefen elke dag een paar kaarten.
  • Let goed op de kaarten die je moeilijk vindt.
  • Plan een vast moment in om te oefenen. (bijvoorbeeld na het avondeten)
  • Gebruik een timer (bijvoorbeeld 10-15 minuten per dag).

Waarom is dit handig?

  • Minder stress: je leert gespreid in plaats van alles op het laatste moment.
  • Efficiënter leren: je oefent de lastige stof vaker en bespaart tijd op wat je al kent.
  • Langere onthoudtijd: je herhaalt op het juiste moment, waardoor je de stof beter onthoudt.

Probeer het eens uit en ontdek wat voor jou werkt.

Download gratis werkblad voor leerlingen

Mentorles: stel een klascontract op

Een goede sfeer in de klas ontstaat niet zomaar vanzelf. Het begint bij het maken van duidelijke afspraken. Door samen een klascontract op te stellen, krijgen leerlingen niet alleen meer eigenaarschap over de regels, maar voelen ze zich ook verantwoordelijker voor de sfeer in de klas.

In deze blog vind je een opzet op een klascontract met je klas op te stellen. Onderaan vind je een gratis download naar het werkblad en een blad met tips als je deze opdracht wil gaan

Waarom een klascontract?

Veel klassen starten met een lijstje basisregels van de school, maar die voelen vaak opgelegd. Wanneer leerlingen zelf meedenken over de regels, ontstaat er meer betrokkenheid.

Leerlingen leren:

  • Wat ze nodig hebben om zich prettig te voelen in de klas
  • Hoe ze rekening kunnen houden met elkaar
  • Op welke manier afspraken kunnen bijdragen aan een fijne sfeer

Aan het eind van deze blog vind je een werkblad en een blad met tips om te downloaden.

De opdracht: Stap voor stap een klascontract maken

Stap 1: Wat vind jij belangrijk? (individueel, 5-10 min)
Laat leerlingen nadenken over wat ze nodig hebben om zich prettig te voelen in de klas. Dit kan gaan over samenwerken, luisteren, respect tonen of een rustige werksfeer.

Schrijf drie regels op die voor jou belangrijk zijn.

Stap 2: Overleggen in groepjes (15 min)
Vorm kleine groepjes en laat leerlingen hun ideeën bespreken.

  • Waar zijn ze het over eens?
  • Zijn er verschillen? Hoe lossen ze dat op?
  • Wat zijn de drie belangrijkste regels voor hun groep?

Stap 3: Presenteren aan de klas (10 min)
Elk groepje presenteert zijn afspraken aan de klas. Andere groepjes luisteren en noteren regels die ze goed vinden.

Stap 4: Het klascontract opstellen (15 min)
Met alle input stellen jullie samen vijf klasregels op. Dit wordt jullie officiële klascontract. Zorg ervoor dat de regels positief en haalbaar zijn.

Stap 5: Ondertekening en reflectie (10 min)
Print het klascontract uit en hang het zichtbaar in het lokaal. Laat alle leerlingen hun handtekening zetten om te laten zien dat ze ermee akkoord gaan.

Sluit af met een korte reflectie:

  • Hoe vond je het om samen regels te maken?
  • Wat is de belangrijkste afspraak volgens jou?
  • Hoe kunnen we ervoor zorgen dat iedereen zich eraan houdt?

Waarom deze opdracht werkt

Een klascontract is niet zomaar een lijstje regels. Het is een manier om leerlingen zelf verantwoordelijkheid te geven over de sfeer in de klas.

  • Meer betrokkenheid: leerlingen hebben zelf invloed op de afspraken.
  • Duidelijkheid: iedereen weet wat er verwacht wordt.
  • Veilige leeromgeving: afspraken zorgen voor structuur en respect.

Download gratis werkblad klascontract

Download gratis tips voor docenten bij maken van een klascontract

Beter leren: gebruik de Pomodoro-techniek

Veel leerlingen stellen leerwerk uit, raken afgeleid of zitten urenlang aan hun bureau zonder echt effectief te werken. De Pomodoro-techniek helpt om leren overzichtelijker te maken en voorkomt dat leerlingen zonder structuur aan de slag gaan.

Met deze methode werk je in korte, gefocuste blokken van 25 minuten en neem je daarna een pauze. Dit voorkomt uitstelgedrag, helpt je brein om beter te onthouden en zorgt ervoor dat je minder snel afgeleid raakt.

In deze blog leg ik uit hoe de Pomodoro-techniek werkt en deel ik een gratis werkblad waarmee je dit direct kunt toepassen in je les of thuis.

Wat is de Pomodoro-techniek?

De Pomodoro-techniek is een handige manier om taken aan te pakken zonder dat je hoofd overloopt. Het werkt heel simpel:

  1. Kies een taak die je wilt doen (bijvoorbeeld huiswerk of leren voor een toets).
  2. Zet een timer op 25 minuten en werk gefocust aan je taak.
  3. Wanneer de timer afgaat, neem je een pauze van 5 minuten (even bewegen, iets drinken of ontspannen).
  4. Herhaal dit vier keer en neem dan een langere pauze van 15 tot 30 minuten.

Met deze techniek werk je in korte, gefocuste blokken, waardoor je minder snel afgeleid raakt en niet helemaal uitgeput raakt aan het einde.


De opdracht: leerlingen laten ervaren hoe de Pomodoro-techniek werkt

Stap 1: Wat denk jij?
Laat leerlingen eerst nadenken over deze techniek. Hoe kan dit helpen? Wanneer zou je dit kunnen gebruiken? Wat zou je kunnen afleiden? Dit helpt hen bewust te worden van hun leergewoontes.

Stap 2: Probeer het uit
Laat leerlingen een schooltaak kiezen en twee Pomodoro-rondes doen. Na elke sessie reflecteren ze:

  • Lukte het om geconcentreerd te werken?
  • Heb je meer gedaan dan normaal?
  • Zou je dit vaker willen proberen?

Stap 3: Maak een leerplan
In het werkblad maken leerlingen hun eigen studieplanning op basis van de Pomodoro-techniek. Ze verdelen hun leerwerk in blokken van 25 minuten met geplande pauzes.

Deze opdracht is niet alleen handig voor leerlingen, maar ook voor ouders die hun kind willen helpen met leren.

Download gratis het werkblad Pomodoro-techniek

Werkt de Pomodoro-techniek goed voor jou of je leerlingen? Laat het weten in de reacties of stuur me een bericht.

Mentorles: quiz over schoolregels

Hoe zorg je ervoor dat leerlingen de schoolregels goed kennen zonder dat het een saaie opsomming wordt? Met een quiz maak je het leerzaam én interactief!

In deze mentorles testen leerlingen hun kennis van de schoolregels in een quiz. Door de antwoorden samen te bespreken, vertel je niet alleen wat de regels zijn, maar ook bijvoorbeeld waarom ze belangrijk zijn.

Onderaan deze blog kun je het werkblad gratis downloaden.


De opdracht: een quiz over de schoolregels

Als mentor stel je eerst een quiz samen met 10 tot 15 vragen over de schoolregels. Denk aan vragen zoals:
✔ Wat moet je doen als je te laat bent?
✔ Mag je je laptop gebruiken in de les?
✔ Wat gebeurt er als je spijbelt?
✔ Hoe meld je je ziek?


Hoe zet je deze les in je klas in?

Stap 1: Kies de quizvorm
Je kunt de quiz op verschillende manieren uitvoeren:

  • Digitaal → via Kahoot, Quizizz, LessonUp of bijvoorbeeld Socrative.
  • Op papier → een werkblad met vragen die leerlingen individueel of in duo’s invullen.
  • PowerPoint → vragen klassikaal tonen, antwoorden opschrijven.

Stap 2: Introductie (5 minuten)
Leg uit waarom jullie de quiz doen. Probeer het een beetje luchtig en positief te houden, zodat het geen suffe les over regels wordt.

Stap 3: De quiz spelen (20-25 minuten)
Laat de leerlingen individueel of in teams de vragen beantwoorden. Maak er eventueel een wedstrijdje van met een kleine beloning.

Stap 4: Bespreek de antwoorden (15 minuten)
Ga kort in op de vragen die veel fout gingen en stel verdiepende vragen zoals:

  • Waarom denk je dat deze regel er is?
  • Wat zou er gebeuren als deze regel niet bestond?

Stap 5: Afsluiting (5 minuten)
Laat leerlingen kort reflecteren op de quiz. Dit kan bijvoorbeeld klassikaal, met post-its of wisbordjes.

Voorbeeldvragen:

  • Welke regels waren verrassend of zijn nog onduidelijk?
  • Wat heb je geleerd over de schoolregels?

Tip: laat leerlingen zelf ook een paar quizvragen bedenken.

Wil je deze opdracht inzetten in je mentorles? Download het werkblad gratis en probeer het uit!

Plannen voor leerlingen: een simpel werkblad om overzicht te houden

Veel leerlingen vinden het lastig om hun schoolwerk goed te plannen. Wanneer moet iets af zijn? Hoe verdeel je taken over de week?

Met dit werkblad krijgen leerlingen grip op hun schoolwerk. Ze vullen per vak in wat ze moeten doen, wanneer het af moet zijn en wanneer ze eraan gaan werken. Zo maken leerlingen een realistische planning en voorkomen ze hopelijk last-minute stress.

Onderaan deze blog kun je het werkblad gratis downloaden.


De opdracht: een planning maken voor twee weken

Leerlingen maken een planning waarin ze:

  • Per vak opschrijven wat ze moeten doen en wanneer het af moet zijn.
  • Een dagelijkse planning invullen: wat doen ze op welke dag?
  • Bepalen wanneer en hoe laat ze aan hun schoolwerk gaan werken.

Hoe zet je deze opdracht in je les in?

Stap 1 – Overzicht maken
Leerlingen vullen per vak in wat ze moeten doen en wanneer het af moet zijn.

Stap 2 – Planning invullen
Ze verdelen hun taken over twee weken en schrijven op op welke dag en hoe laat ze aan hun schoolwerk gaan werken.

Stap 3 – Check en aanpassen
Laat leerlingen kijken of hun planning realistisch is. Zijn er dagen waarop alles zich opstapelt? Kan het beter verdeeld worden?

Laat leerlingen aan het eind van de week reflecteren op hun planning. Wat ging goed? Wat kan beter?


Voordelen van deze opdracht

  • Structuur en overzicht → leerlingen zien wat ze moeten doen en wanneer.
  • Tijdmanagement oefenen → ze leren hoe ze hun werk kunnen verdelen.
  • Voorkomt uitstelgedrag → door taken op tijd in te plannen, wordt de werkdruk minder.

Laat leerlingen aan het eind van de week reflecteren op hun planning. Wat ging goed? Wat kan beter?

Download het werkblad

Werkblad: laat leerlingen zelf toetsvragen maken

Deze werkvorm zou je goed kunnen inzetten om leerlingen voor te bereiden op een toets. Een oefentoets maken, nakijken en bespreken is ook altijd een goed idee. Maar deze opdracht is ook een manier om leerlingen actiever met de leerstof bezig te laten zijn en kritisch te kijken naar wat er nu belangrijk is om te leren.

Met deze opdracht bedenken leerlingen 15 toetsvragen over de stof. Hierdoor moeten ze de belangrijkste informatie herkennen, hun kennis toepassen en bedenken hoe vragen op een toets gesteld kunnen worden. Dus ze moeten ook onderscheid kunnen maken tussen hoofd- en bijzaken.

Onderaan deze blog kun je het werkblad voor deze opdracht gratis downloaden.


De opdracht: maak je eigen toetsvragen

Leerlingen maken 15 vragen over het onderwerp van de toets. Ze oefenen hiermee niet alleen de leerstof, maar ontwikkelen ook beter inzicht in hoofd- en bijzaken.

Wat gaan de leerlingen doen?

  • 5 open vragen maken.
  • 5 waar/niet waar-vragen bedenken.
  • 5 meerkeuzevragen formuleren.
  • De vragen uitwisselen met een klasgenoot en elkaars toets maken.
  • Reflecteren op de opdracht.

Hoofd- en bijzaken onderscheiden

Hier begin je de les mee. Je zou voorbeelden kunnen maken met onderdelen van de leerstof van je eigen vak.

Hoofdzaken

  • Dit zijn de belangrijkste dingen in een tekst. Als je maar één ding mag onthouden van de tekst, is het een hoofdzaak.

Bijzaken

  • Dit zijn extra dingen die in de tekst staan. Ze maken het verhaal leuker of geven meer details, maar zijn niet het belangrijkste. Als je de bijzaken weglaat, begrijp je de tekst nog steeds.

Hoe werkt de opdracht?

Stap 1: Leer de stof
Leerlingen lezen hun aantekeningen en het lesboek door. Ze bedenken alvast over welke onderwerpen vragen gesteld zouden kunnen worden.

Stap 2: Maak 5 open vragen
Bij een open vraag moet iemand het antwoord zelf invullen. Voorbeeld:
Wat is het belangrijkste kenmerk van een democratie?

Stap 3: Maak 5 waar/niet waar-vragen
Hierbij schrijven ze een stelling en geven aan of die waar of niet waar is. Voorbeeld:
“In het Romeinse Rijk sprak iedereen dezelfde taal.” (Niet waar)

Stap 4: Maak 5 meerkeuzevragen
Ze bedenken vragen met vier antwoordmogelijkheden, waarvan er één juist is. Voorbeeld:
Wat was de functie van een consul?
A. Soldaat
B. Rechter
C. Hoogste bestuurder <-
D. Gladiator

Stap 5: Wissel de vragen uit en maak elkaars toets
Leerlingen ruilen hun vragen met een klasgenoot en beantwoorden elkaars toets.

Stap 6: Reflectie
Leerlingen schrijven kort op:

  • Welke vraag ze het moeilijkst vonden om te maken en waarom.
  • Hoe het ging om elkaars toets te maken.
  • Wat ze van deze opdracht hebben geleerd.

Download het werkblad

Wil je deze opdracht inzetten in je les? Download het werkblad gratis en probeer het uit!