Persoonsvorm en onderwerp

persoonsvorm onderwerp

Hoe vind je de persoonsvorm en het onderwerp in een zin?

Persoonsvorm (PV)

De persoonsvorm is altijd een werkwoord. Het geeft aan of de zin in de tegenwoordige tijd (TT) of de verleden tijd (VT) staat.

Er zijn verschillende manier om de persoonvorm in een zin te vinden.

  1. Je kunt de zin vragend maken. Dan is de persoonsvorm het werkwoord dat vooraan staat.
  2. Je kunt ook de zin in een andere tijd zetten. Dan is de persoonsvorm het werkwoord dat verandert.
  3. Ook kun je het getal van de zin veranderen. Met getal bedoelen we enkelvoud of meervoud.

Kijk maar eens naar de voorbeelden.

Voorbeeld 1: Maaike koopt zwarte sokken bij de Action.

  1. Vragend maken van de zin. Koopt Maaike zwarte sokken bij de Action? Koopt = PV
  2. Zin in een andere tijd zetten. Maaike kocht zwarte sokken bij de Action. Het werkwoord koopt verandert dan in kocht. Koopt = PV
  3. Getal van de zin veranderen. Dus enkelvoud veranderen in meervoud. Maaike en Andre kopen zwarte sokken bij de Action. Het werkwoord koopt verandert dan in kopen. Koopt = PV

Voorbeeld 2: Je moet je huiswerk in je agenda schrijven.

  1. Vragend maken van de zin. Moet je je huiswerk in je agenda schrijven? Moet = PV
  2. Zin in een andere tijd zetten. Je moest je huiswerk in je agenda schrijven. Het werkwoord moet verandert dan in moest. Moet = PV
  3. Getal van de zin veranderen. Dus enkelvoud veranderen in meervoud. Wij moeten ons huiswerk in onze agenda schrijven. Het werkwoord moet verandert dan in moeten. Moet = PV

persoonsvorm

Onderwerp

Eerst moet je de persoonsvorm van de zin vinden. Daarna kun je zoeken naar het onderwerp in een zin. Dit doe je door er een vraag van te maken. Wie (of wat) + persoonsvorm? Het antwoord op de vraag is het onderwerp.

Kijk maar eens naar de voorbeelden:

Voorbeeld 1: Maaike eet een broodje kaas.

  • Zoek eerst de persoonsvorm (PV)
  • Vragend maken van de zin. Eet Maaike een broodje kaas? PV = eet
  • Om het onderwerp te vinden moet je wie (of wat) + persoonsvorm doen.
  • Dus: wie eet? Maaike = onderwerp

Voorbeeld 2: De planten op de vensterbank hebben water nodig.

  • Zoek eerst de persoonsvorm (PV)
  • Vragend maken van de zin. Hebben de planten op de vensterbank water nodig? PV = hebben
  • Om het onderwerp te vinden moet je wie (of wat) + persoonsvorm doen.
  • Dus: wie hebben (water nodig?) De planten = onderwerp

onderwerp

 

Online oefenen?

Oefeningen grammatica

Advertenties

Een gedachte over “Persoonsvorm en onderwerp

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s