Digitale tools gebruiken in de les

Je kunt digitale tools gebruiken als je je lessen interactiever wil maken of als je bijvoorbeeld wil controleren of leerlingen de lesstof begrepen hebben. Of misschien wil je je lessen interessanter of uitdagender maken voor leerlingen zodat ze meer betrokken of gemotiveerd worden. Er zijn veel redenen te bedenken waarom je gebruik zou willen maken van digitale tools in de klas.

Hier een overzicht van enkele digitale tools die je kunt gebruiken in je les.

Baamboozle

Baamboozle is een digitale tool waar je educatieve games mee kunt maken die leerlingen individueel of in teams kunnen spelen. Je kunt vrij makkelijk een quiz of oefentoets maken over de lesstof en daarna kiezen op welke manier je het wil inzetten. Voor Engels is er veel lesmateriaal beschikbaar voor bijvoorbeeld grammatica.

Tip om Baamboozle te gebruiken in je les:

  • Gebruik Baamboozle om de les af te sluiten met een kort spel of om moeilijke onderwerpen op een leuke manier te herhalen.

Padlet

Padlet is een digitaal prikbord waar leerlingen en docenten berichten, afbeeldingen, video’s en links kunnen plaatsen. Je kunt tegenwoordig ook met AI-recepten een sjabloon laten maken voor een les.

De tool werkt op alle apparaten en is eenvoudig te gebruiken voor zowel docenten als leerlingen.

Tip om Padlet te gebruiken in je les:

  • Je kunt leerlingen bijvoorbeeld de verwerking van een opdracht in Padlet laten zetten.
  • Of leerlingen in een groepje laten werken en de uitkomst van een opdracht in Padlet zetten (als tekst of video of afbeelding).
  • Laat leerlingen een digitale tijdlijn maken voor het vak geschiedenis met Padlet.
  • Of leerlingen een reflectie laten schrijven en dat laten plaatsen in Padlet. Maak ook gebruik van de AI-recepten functie.

Mentimeter

Met Mentimeter kun je heel makkelijk polls, quizzen, woordwolken en open vragen maken. Op die manier kun je snel en makkelijk feedback van je leerlingen verzamelen.

Tip om Mentimeter te gebruiken in je les:

  • Gebruik Mentimeter aan het begin van de les om voorkennis te activeren of aan het einde van de les om snel te checken wat leerlingen hebben opgestoken. (Als Exit-Ticket bijvoorbeeld)

Quizlet

Met Quizlet kunnen leerlingen actief oefenen met de lesstof door zichzelf te overhoren of door bijvoorbeeld te oefenen met flashcards. Ze kunnen hun eigen flashcards maken of gebruikmaken van een database vol met kant-en-klare sets.

Tip om Quizlet te gebruiken in je les:

  • Laat leerlingen hun eigen flashcards maken ter voorbereiding op een toets.
  • Maak zelf eerst een oefentoets voor leerlingen in Quizlet (of kijk in de database) en speel Quizlet Live met je klas. Je kunt het gebruiken om te controleren of leerlingen de lesstof hebben begrepen of een Exit-Ticket.
  • Met de functie Blast kan je van de ingevoerde begrippen of jaartallen een leuk spel maken wat je kunt spelen in de klas. (eind van de les om te controleren of leerlingen lesstof begrepen hebben bijvoorbeeld)

Flipgrid

Flipgrid is een tool waarmee leerlingen korte video’s kunnen maken als reactie op vragen of opdrachten.

Tip om Flipgrid te gebruiken in je les:

  • Laat leerlingen een korte uitlegvideo maken over een onderwerp uit de les.
  • Laat leerlingen een boekverslag maken in de vorm van een vlog met Flipgrid.

Plickers

Met Plickers kan je een quiz of oefentoets afnemen in de klas met behulp van kaartjes. Dat is wel handig, aangezien leerlingen geen telefoon gebruiken in de klas en een laptop niet altijd wenselijk is.

Je moet als docent zelf de app downloaden en een quiz/oefentoets aanmaken voor je leerlingen. Daarna kan je antwoordkaartjes printen. Je draait de quiz zelf op het bord en leerlingen geven met behulp van de kaartjes antwoord. Deze antwoordkaartjes gebruiken de leerlingen dan om antwoord te geven. Je moet als docent zelf de kaartjes scannen met behulp van de app op je telefoon.

Als je zelf niet graag je telefoon gebruikt in de klas, is dit misschien niet zo’n hele goede optie. Maar het is wel leuk om een keer te gebruiken bij het activeren van voorkennis of bij het controleren of leerlingen de lesstof begrepen hebben.

Edpuzzle

Edpuzzle maakt het mogelijk om video’s interactief te maken door er vragen of opmerkingen aan toe te voegen. Je kunt ook van je lesmateriaal een video maken. Op die manier kan je leerlingen actief naar een video laten kijken.

Tip om Edpuzzle te gebruiken in je les:

  • Voeg aan een video korte meerkeuzevragen of open vragen toe om te checken of leerlingen de belangrijkste punten begrijpen.

Cornell-methode: aantekeningen maken tijdens de les

Ben je op zoek naar een manier om je leerlingen betere aantekeningen te laten maken én ze actief te laten leren? Dan is de Cornell-methode iets voor jou. Deze methode helpt leerlingen om informatie overzichtelijk te verwerken én na te denken over wat ze hebben geleerd. In deze blog leg ik je uit wat de Cornell-methode is, waarom het werkt en hoe je ‘m makkelijk kunt inzetten in de klas. Ik gebruik het zelf in de geschiedenisles, maar je kunt het natuurlijk bij ieder vak inzetten als je wil.

Je kunt onderaan deze blog een format downloaden om aantekeningen op te maken volgens de Cornell-methode. Dat zou je in het begin kunnen inzetten, maar je kunt ook leerlingen leren hoe ze dit zelf kunnen doen op een blad in hun map of schrift.


Wat is de Cornell-methode?

De Cornell-methode is een manier om gestructureerd aantekeningen te maken. Je kunt het inzetten tijdens je uitleg, bij het kijken van een (instructie)video of bij het lezen van een tekst. Het helpt leerlingen om actief mee te denken, hoofd- en bijzaken te onderscheiden en de stof beter te onthouden.

Je verdeelt een blad in drie delen:

  • Onderaan komt een korte samenvatting van wat ze geleerd hebben.
  • Rechts komt het grootste vlak – hier schrijven leerlingen hun aantekeningen tijdens de uitleg.
  • Links komt een smalle kolom – daarin zetten ze kernwoorden of vragen over de stof.

Waarom aantekeningen maken met de Cornell-methode?

Veel leerlingen schrijven tijdens de les alles op wat ze horen. Of juist bijna niks. Of ze schrijven letterlijk de woorden van een LessonUp of Powerpoint op. Ze hebben soms geen idee wat ze op moeten schrijven. De Cornell-methode helpt leerlingen om (gestructureerd) keuzes te maken: wat is belangrijk? Wat wil ik later kunnen onthouden?


Hoe voer je het in? Doe het eerst samen

Zomaar zeggen: “Maak maar een Cornell-schema tijdens mijn uitleg” werkt natuurlijk niet. Zeker niet bij leerlingen die moeite hebben met structuur of taal. Je moet het echt eerst voordoen, modelleren. Dus laten zien hoe je het maken van aantekeningen aanpakt tijdens bijvoorbeeld een instructie. En daarna bouw je het langzaam af en werk je ernaartoe dat leerlingen het zelfstandig kunnen. Zo zou je dat aan kunnen pakken:

  1. Eerste paar keer: jij doet het hardop voor
    Leg uit hoe het werkt terwijl je een schema invult. Bijvoorbeeld op het bord of in een PowerPoint.
    Vertel ook waarom je iets noteert.
  2. Na een tijdje: je vult het samen in
    Laat leerlingen met jou meedenken. Jij stelt vragen, zij geven suggesties. Bijvoorbeeld: “Wat kunnen we hier links bij zetten?” of “Hoe zouden we deze les samenvatten?”
  3. Als leerlingen eraan toe zijn: leerlingen doen het zelf (maar je kijkt mee)
    Je laat ze zelfstandig een Cornell-blad invullen tijdens of na de les. Loop rond, geef feedback, bespreek een goed voorbeeld klassikaal.
  4. Daarna: herhalen en vasthouden
    Laat ze het vaker doen, bij verschillende lessen. Bijvoorbeeld bij het kijken van een uitlegvideo of tijdens een boekparagraaf. Laat ze het ook gebruiken bij het leren voor een toets: “Gebruik je Cornell-aantekeningen om jezelf te overhoren.”

Tot slot

Zeker bij vakken als geschiedenis, waar veel informatie op je afkomt, is structuur en herhaling onmisbaar. De Cornell-methode helpt leerlingen om structuur aan te brengen tijdens het maken van aantekeningen. Maar je kunt het eigenlijk bij alle vakken inzetten.

Tip: Je kunt beginnen in je les met een vast format (bijvoorbeeld een Canva-sjabloon of een uitgeprint werkblad), maar leer leerlingen ook hoe ze zélf een Cornell-schema kunnen maken in hun schrift of map. Dat is handig voor wanneer ze geen blad bij de hand hebben of als je het op de lange termijn wilt inslijten als leerstrategie.

Wil je zien hoe een docent het aanpakt in de klas? In deze video laat docent Caroline Roosen zien hoe zij de Cornell-methode inzet. Ze geeft praktische voorbeelden en laat mooi zien hoe je leerlingen kunt begeleiden bij het maken van goede aantekeningen.

Bekijk de video: Laat je lessen beter plakken met Cornell (7 minuten)

Wil je alvast een leeg Cornell-schema downloaden? Klik hieronder

Voorkennis activeren

Als je een nieuw onderwerp gaat behandelen in de les is het een goed idee om te controleren wat leerlingen al over het onderwerp weten. Op die manier kunnen leerlingen nieuwe informatie koppelen aan datgene wat ze al weten.

Verschillende manieren op voorkennis te activeren

Woordweb

Een hele bekende manier op voorkennis te activeren is met behulp van het woordweb. Je kunt het woordweb op de ouderwetse manier gewoon schrijven en tekenen op het bord, maar ook bijvoorbeeld een digitale tool zoals LessonUp gebruiken.

  • Schrijf in het midden van het bord het onderwerp op.
  • Vraag aan de leerlingen: ‘wat weet je nog over … ?’ of ‘wat weet je al over … ?’ Of vraag aan welke begrippen, jaartallen of andere dingen zij denken bij het onderwerp.
  • Vervolgens schrijf je de antwoorden op het bord.
  • Probeer bij het schrijven woorden die met elkaar te maken hebben bij elkaar te zetten. Of door middel van lijnen woorden aan elkaar te verbinden.
  • Bespreek de woorden die op het bord staan, leg verbanden en gebruik de woorden straks bij je uitleg van nieuwe lesstof.

Quiz (Bijvoorbeeld Kahoot)

Maak een korte quiz in bijvoorbeeld Kahoot met vragen over het onderwerp en begrippen die erbij horen. Wat weten de leerlingen al over het onderwerp? Je kunt je uitleg aanpassen na de quiz, omdat je er dan beter zicht op heb wat leerlingen al weten. (Of juist helemaal niet weten)

Je kunt natuurlijk ook een quiz zonder devices geven. Zet op een slide dan verschillende vragen en laat leerlingen de antwoorden op papier invullen.

Afbeelding intro

Zoek een afbeelding die met het onderwerp te maken heeft. En begin de les met deze afbeelding op het bord.

Stel bijvoorbeeld één van de volgende vragen:

  • Wat zie je op deze afbeelding?
  • Wat weet je al over het onderwerp wat op deze afbeelding staat afgebeeld?
  • Wat valt je op aan deze afbeelding?
  • Uit welke periode denk je dat deze afbeelding komt?
  • Waarom denk je dat deze afbeelding belangrijk is voor het onderwerp dat we gaan bespreken?
  • Wie herken je op deze foto? (Bijvoorbeeld bij geschiedenis met historische personen)

3-2-1 Methode

Schrijf een begrip of woord op waar de les over zal gaan. Daarna laat je leerlingen drie dingen opschrijven die ze al weten over dit onderwerp, twee vragen die ze hebben over dit onderwerp en één dat ze hier graag over willen leren.

Je kunt dit ook digitaal doen met bijvoorbeeld LessonUp.

Stellingen goed/fout

Begin de les met een aantal stellingen over het onderwerp. Leerlingen moeten dan aangeven of de stelling juist of onjuist is.

Je kunt ervoor kiezen om dit bijvoorbeeld met post-its te doen, of met staan/zitten (staan als het goed is en zitten als het fout is).

Pas daarna je uitleg aan op basis van de antwoorden van de leerlingen.

Tijdlijn (geschiedenis)

Zet een aantal historische gebeurtenissen op het bord die te maken hebben met het onderwerp dat je gaat behandelen. Laat leerlingen daarna de gebeurtenissen op een tijdbalk zetten. Weten ze nog op welke plekken bepaalde gebeurtenissen horen te staan op de tijdlijn?

Je kunt ook een tijdlijn maken waar je zelf al een paar gebeurtenissen op hebt gezet. Daarna geef je een aantal historische gebeurtenissen en laat je leerlingen de gebeurtenissen op de tijdlijn opvullen.