Tijdvak 2 – maak een mini-werkstuk

Met deze opdracht maken leerlingen een mini-werkstuk over een onderwerp uit tijdvak 2. Stap voor stap verzamelen ze informatie, verwerken die in een gestructureerd werkstuk en leren meteen hoe je een werkstuk opbouwt.

Leerlingen leren niet alleen over de geschiedenis, maar oefenen ook met informatie verzamelen, schrijven en bronnen vermelden. Deze opdracht sluit goed aan bij zowel geschiedenis als Nederlands en is dus vakoverstijgend in te zetten.

Onderaan deze blog kun je het werkblad gratis downloaden.


De opdracht: een mini-werkstuk over de Grieken en Romeinen

Let op: de volledig uitgeschreven opdracht vind je onderaan deze blog als gratis download.

Leerlingen kiezen een onderwerp en werken dit uit in een mini-werkstuk. Ze volgen een duidelijk stappenplan en leren hoe ze informatie verzamelen, ordenen en presenteren.

Ze kunnen kiezen uit onderwerpen als:

  • Het Romeinse Rijk
  • De Romeinse Limes
  • Het ontstaan van het christendom
  • Alexander de Grote
  • Keizer Augustus
  • Grieks-Romeinse cultuur
  • Griekse en Romeinse goden
  • Staatsvormen in het oude Griekenland

Wil je deze opdracht direct gebruiken? Download het werkblad hier:
[Klik hier om te downloaden] (link invoegen).


Hoe werkt de opdracht?

Stap 1: Kies een onderwerp
Leerlingen kiezen een onderwerp of overleggen met de docent.

Stap 2: Verzamel informatie
Ze zoeken in boeken en op internet naar feiten, afbeeldingen en interessante details.

Stap 3: Maak het voorblad
Dit bevat:

  • De titel van het werkstuk
  • Naam en klas
  • Datum
  • Een afbeelding die past bij het onderwerp

Stap 4: Maak een inhoudsopgave
Een overzicht van alle onderdelen met paginanummers.

Stap 5: Schrijf een kort voorwoord
Waarom heb je dit onderwerp gekozen? Wat vind je er interessant aan?

Stap 6: Werk de hoofdstukken uit

  • Hoofdstuk 1: Inleiding over het onderwerp
  • Hoofdstuk 2: Belangrijke feiten of gebeurtenissen
  • Hoofdstuk 3: Verrassende details of minder bekende informatie
    Bij elk hoofdstuk hoort minimaal één afbeelding die past bij de tekst.

Stap 7: Schrijf een conclusie
Wat heb je geleerd? Wat vond je het meest interessant?

Stap 8: Voeg een bronvermelding toe
Alle gebruikte boeken en websites worden correct vermeld.

Stap 9: Controleer je werkstuk
Met een checklist kijken leerlingen of alle onderdelen compleet zijn.

Als alles klopt, kunnen ze het werkstuk inleveren.


Download gratis werkblad met opdracht – Tijdvak 2 – Maak een mini-werkstu

Idee: laat leerlingen hun werkstuk inleveren als video/vlog in plaats van een tekst, zodat leerlingen ook spreekvaardigheid en presentatievaardigheden oefenen.

Lesmateriaal: maak een strip over een norm

Hoe leg je uit wat een norm is? Veel leerlingen kennen het woord, maar pas als je het in de praktijk ziet, wordt het duidelijk. Met deze opdracht gaan leerlingen zelf aan de slag en laten ze zien hoe normen werken in het dagelijks leven.

Onderaan deze blog kun je het werkblad gratis downloaden. Ook heb ik een aantal sjablonen gemaakt die je kunt gebruiken voor je leerlingen.


De opdracht: maak een strip over een norm

Leerlingen bedenken een norm en maken een strip waarin ze laten zien wat er gebeurt als mensen zich wel en niet aan deze norm houden.

Wat komt erin voor?
✔ Een norm (een gedragsregel)
✔ Een situatie waarin mensen de norm volgen
✔ Een situatie waarin mensen de norm overtreden
✔ Een strip van 4 tot 6 vakjes per situatie
✔ Korte teksten of tekstballonnen die uitleg geven


Hoe werkt de opdracht?

Stap 1: Kies een norm
Normen zijn gedragsregels die bepalen hoe je je hoort te gedragen. Bijvoorbeeld:

  • Op tijd komen op school
  • Niet voordringen in de rij
  • Vriendelijk zijn tegen anderen
  • Zacht praten in de bibliotheek

Stap 2: Bedenk twee situaties

  • Eén waarin de norm wordt nageleefd.
  • Eén waarin de norm wordt overtreden.

Laat leerlingen deze situaties eerst kort uitschrijven op kladpapier.

Stap 3: Maak de strip

  • Begin met een kladversie om het goed uit te denken.
  • Maak een strip van ongeveer 4 tot 6 vakjes per situatie.
  • Gebruik tekstballonnen of beschrijvingen om uit te leggen wat er gebeurt.
  • Geef de strip een titel die past bij de gekozen norm.

Stap 4: Inleveren en bespreken
Leerlingen leveren hun strip in en je kunt de opdracht klassikaal bespreken of in kleine groepjes.


Download het werkblad met de opdracht

Sjabloon voor strip

Download sjabloon 1 in Canva

Download sjabloon 2 in Canva

Mentorles: quiz over schoolregels

Hoe zorg je ervoor dat leerlingen de schoolregels goed kennen zonder dat het een saaie opsomming wordt? Met een quiz maak je het leerzaam én interactief!

In deze mentorles testen leerlingen hun kennis van de schoolregels in een quiz. Door de antwoorden samen te bespreken, vertel je niet alleen wat de regels zijn, maar ook bijvoorbeeld waarom ze belangrijk zijn.

Onderaan deze blog kun je het werkblad gratis downloaden.


De opdracht: een quiz over de schoolregels

Als mentor stel je eerst een quiz samen met 10 tot 15 vragen over de schoolregels. Denk aan vragen zoals:
✔ Wat moet je doen als je te laat bent?
✔ Mag je je laptop gebruiken in de les?
✔ Wat gebeurt er als je spijbelt?
✔ Hoe meld je je ziek?


Hoe zet je deze les in je klas in?

Stap 1: Kies de quizvorm
Je kunt de quiz op verschillende manieren uitvoeren:

  • Digitaal → via Kahoot, Quizizz, LessonUp of bijvoorbeeld Socrative.
  • Op papier → een werkblad met vragen die leerlingen individueel of in duo’s invullen.
  • PowerPoint → vragen klassikaal tonen, antwoorden opschrijven.

Stap 2: Introductie (5 minuten)
Leg uit waarom jullie de quiz doen. Probeer het een beetje luchtig en positief te houden, zodat het geen suffe les over regels wordt.

Stap 3: De quiz spelen (20-25 minuten)
Laat de leerlingen individueel of in teams de vragen beantwoorden. Maak er eventueel een wedstrijdje van met een kleine beloning.

Stap 4: Bespreek de antwoorden (15 minuten)
Ga kort in op de vragen die veel fout gingen en stel verdiepende vragen zoals:

  • Waarom denk je dat deze regel er is?
  • Wat zou er gebeuren als deze regel niet bestond?

Stap 5: Afsluiting (5 minuten)
Laat leerlingen kort reflecteren op de quiz. Dit kan bijvoorbeeld klassikaal, met post-its of wisbordjes.

Voorbeeldvragen:

  • Welke regels waren verrassend of zijn nog onduidelijk?
  • Wat heb je geleerd over de schoolregels?

Tip: laat leerlingen zelf ook een paar quizvragen bedenken.

Wil je deze opdracht inzetten in je mentorles? Download het werkblad gratis en probeer het uit!

Digitale les: aanslagen in Parijs

lesmateriaal aanslagen parijs

Op vrijdag 13 november 2015 vonden verschrikkelijke aanslagen plaats in Parijs. Er kwamen hierbij meer dan 120 mensen om het leven. Veel mensen waren gewond.

In deze opdracht ga je onderzoeken wat er op deze dag is gebeurd. Maar ook onderzoek je waarom deze aanslag juist in Frankrijk plaatsvond. Je kruipt in de huid van een journalist en schrijft een nieuwsbericht over deze gebeurtenis.

Doorgaan met het lezen van “Digitale les: aanslagen in Parijs”

Foto’s: geschiedenis in de klas

lesmateriaal

Deze week zijn we in de geschiedenislessen bezig geweest met het maken van een mini-mindmap. Ter voorbereiding op het komende proefwerk en om te oefenen met verschillende leerstrategieën. We gebruikten dit keer geen laptops, maar gewoon papier en kleurtjes. Wel mochten de leerlingen een smartphone gebruiken voor het opzoeken van plaatjes, zodat zij deze konden natekenen.

Met mijn nieuwe tablet heb ik een aantal foto’s gemaakt, zodat je bijna letterlijk een kijkje kunt nemen in de klas. Doorgaan met het lezen van “Foto’s: geschiedenis in de klas”

Webapp: Thinglink

thinglink

Een afbeelding kan veel meer zijn dan alleen maar een plaatje. Met de webapplicatie Thinglink kun je zelf interactieve afbeeldingen maken. Als je met je muis over de afbeelding gaat kun je zogenaamde ‘hotspots’ toevoegen. Zodat de leerlingen tekst ter verduidelijking of een YouTube filmpje te zien krijgen. Hoe maak je zelf een interactieve afbeelding? En hoe kun je dit toepassen in de les?

Doorgaan met het lezen van “Webapp: Thinglink”

Pinterest gebruiken in de klas

pinterest

Pinterest is een digitaal prikbord waarbij je afbeeldingen of andere zaken die je tegen komt op internet kunt prikken, oftewel ‘pinnen’. Je kunt zo verschillende prikborden maken en deze delen met andere mensen. Het wordt over de hele wereld gebruikt. Miljoenen mensen maken zogenaamde pinboards aan en zetten hier zaken die op zij leuk of interessant vinden.

Je kunt Pinterest gebruiken voor persoonlijk vermaak en pinboards maken met je favoriete plaatjes. Maar je kunt het natuurlijk ook gebruiken in de klas. Hoe kun je Pinterest gebruiken in de klas? Doorgaan met het lezen van “Pinterest gebruiken in de klas”